Hygiëne DAP
Reinigen
Reinigen = het verwijderen van zichtbaar vuil
➢ Voorkomen van besmetting met micro-organismen en parasieten (90% verwijder je met reinigen)
➢ Veiliger om in een schone omgeving te werken
➢ Klanten verwachten een goede hygiëne in de praktijk
➢ Desinfectie en sterilisatie worden makkelijker omdat 90% al is verwijderd
➢ Desinfectie gaat niet zonder reiniging door een laagje vuil
➢ Desinfectiemiddelen kunnen chemische reactie aangaan met verontreiniging
➢ Door verontreiniging werken materialen minder goed
➢ Bij niet goed gereinigde instrumenten kunnen weefsels van het ene op het andere dier worden
overgebracht
• Water > de meeste stoffen lossen in water op (eiwitten stollen juist in warm water)
• Zeep > voor verontreinigingen die niet in water oplossen moeten ze wateroplosbaar worden gemaakt
Desinfecteren
Desinfecteren = ontsmetten; het doden van micro-organismen en voorkomen dat infectieziekte verspreid
wordt
➢ Het beste alleen desinfecteren bij verontreiniging met (mogelijk) besmet materiaal zoals urine,
ontlasting en bloed
➢ Bij dieren met open slijmvliezen/wonden moet er zeker van zijn dat er geen micro-organismen meer op
de instrumenten zitten
➢ Niet alle ziekteverwekkers zijn gevoelig voor normale desinfectiemiddelen; dit kan het beste door
professionals gedaan worden
• Eiwitfout = het desinfectans is niet sterk genoeg om alle pathogene micro-organismen te doden. Dit
kan voorkomen worden door van tevoren goed te reinigen.
• In heet water oplossen en meteen gebruiken
• Goed drogen; micro-organismen hebben water nodig om te vermeerderen
• Desinfectie met alcohol/jodium/jodoferen/chloor/chloorhexidine/formaline/fenolen/peroxiden
• Desinfectie met warmte en straling
Steriliseren
• Verhitten ➔ als je de omgevingstemperatuur tot boven maximumtemperatuur verhoogt, gaan ze dood
• Pasteuriseren ➔ verhittingsprocessen beneden 100 graden; hierbij worden de meeste groepen micro-
organismen gedood, maar niet degene die niet hittegevoelig zijn
• Steriliseren ➔ verhittingsprocessen boven de 100 graden; hierbij blijven soms nog enkele
thermoresistente bacteriën over
➢ Heteluchtsterilisator = oven. Lucht wordt elektrisch verwarmt en circuleert binnen in de oven. Bij
weinig materialen 2 uur op 150 graden, bij veel materialen 2 uur op 180/200 graden. Goed de deur
sluiten anders wordt de gewenste temperatuur niet bereikt.
➢ Autoclaaf = combinatie van hitte, druk en vocht. Er ontstaat stoom met een druk van 1 atmosfeer en bij
een dichte deur stijgt de druk. Hierbij zijn materialen na 15 minuten al steriel.
Reinigen
Reinigen = het verwijderen van zichtbaar vuil
➢ Voorkomen van besmetting met micro-organismen en parasieten (90% verwijder je met reinigen)
➢ Veiliger om in een schone omgeving te werken
➢ Klanten verwachten een goede hygiëne in de praktijk
➢ Desinfectie en sterilisatie worden makkelijker omdat 90% al is verwijderd
➢ Desinfectie gaat niet zonder reiniging door een laagje vuil
➢ Desinfectiemiddelen kunnen chemische reactie aangaan met verontreiniging
➢ Door verontreiniging werken materialen minder goed
➢ Bij niet goed gereinigde instrumenten kunnen weefsels van het ene op het andere dier worden
overgebracht
• Water > de meeste stoffen lossen in water op (eiwitten stollen juist in warm water)
• Zeep > voor verontreinigingen die niet in water oplossen moeten ze wateroplosbaar worden gemaakt
Desinfecteren
Desinfecteren = ontsmetten; het doden van micro-organismen en voorkomen dat infectieziekte verspreid
wordt
➢ Het beste alleen desinfecteren bij verontreiniging met (mogelijk) besmet materiaal zoals urine,
ontlasting en bloed
➢ Bij dieren met open slijmvliezen/wonden moet er zeker van zijn dat er geen micro-organismen meer op
de instrumenten zitten
➢ Niet alle ziekteverwekkers zijn gevoelig voor normale desinfectiemiddelen; dit kan het beste door
professionals gedaan worden
• Eiwitfout = het desinfectans is niet sterk genoeg om alle pathogene micro-organismen te doden. Dit
kan voorkomen worden door van tevoren goed te reinigen.
• In heet water oplossen en meteen gebruiken
• Goed drogen; micro-organismen hebben water nodig om te vermeerderen
• Desinfectie met alcohol/jodium/jodoferen/chloor/chloorhexidine/formaline/fenolen/peroxiden
• Desinfectie met warmte en straling
Steriliseren
• Verhitten ➔ als je de omgevingstemperatuur tot boven maximumtemperatuur verhoogt, gaan ze dood
• Pasteuriseren ➔ verhittingsprocessen beneden 100 graden; hierbij worden de meeste groepen micro-
organismen gedood, maar niet degene die niet hittegevoelig zijn
• Steriliseren ➔ verhittingsprocessen boven de 100 graden; hierbij blijven soms nog enkele
thermoresistente bacteriën over
➢ Heteluchtsterilisator = oven. Lucht wordt elektrisch verwarmt en circuleert binnen in de oven. Bij
weinig materialen 2 uur op 150 graden, bij veel materialen 2 uur op 180/200 graden. Goed de deur
sluiten anders wordt de gewenste temperatuur niet bereikt.
➢ Autoclaaf = combinatie van hitte, druk en vocht. Er ontstaat stoom met een druk van 1 atmosfeer en bij
een dichte deur stijgt de druk. Hierbij zijn materialen na 15 minuten al steriel.