Samenvatting Beeldvormende Technieken
Les 1 – Radiologie röntgenstraling
Wat is röntgenstraling?
- Elektromagnetische golven met een golflengte kleiner dan die van het licht → vindt plaats in de vorm van
energiepakketjes (fotonen) → kunnen elektronen uit atomen schieten → worden elektrisch geladen →
ioniserende staling
Hoe wordt röntgenstraling opgewekt?
- In kathode worden negatieve elektronen opgewekt
- Groot spanningsverschil tussen kathode en anode
➔ Hierdoor botsen elektronen op anode → hierbij ontstaat 99% warmte en 1% röntgenstraling
Röntgenstraling
1. Doordringend vermogen → deel van straling passeert door object (afhankelijk van soort straling en object)
2. Deel wordt geabsorbeerd
3. Deel verandert van richting = strooistraling → divergerende stralenbundel, schadelijke effecten
Strooistralenrooster
- Vermindert hoeveelheid strooistraling
- Aluminium frame met verticale lamellen van lood
- Gebruiken bij object > 10 cm
Bediening van apparaat
- kV-schakelaar → spanningsverschil tussen kathode en anode → groter verschil = groter doordringend
vermogen van de straling
- mA-schakelaar → aantal ampère door kathode → meer ampère = meer elektronen = meer straling
- mAs = mA x sec = hoeveelheid straling
De film
- Bevat lichtgevoelige laag van zilverbromide
- Straling die op de film komt kleurt de film zwart
- Film moet afgeschermd van licht
Enveloppefilms
- In lichtdichte kartonnen enveloppe → geen versterkingslaag → contrastarm beeld, hogere dosis
- Wordt gebruikt als cassette te dik is
Ontwikkelen foto
- Handmatig (in donkere kamer openen en ontwikkelen in bad)
- Apparaat (ontwikkelt de film)
- Digitaal (niets zelf doen) → Detector plaat i.p.v. film → minder straling, verbeterde kwaliteit beeld, beter voor
milieu, makkelijk archiveren, op meerdere plaatsen bekijken, beeld te bewerken, minder arbeidsintensief
Les 2 – Het maken van de röntgenfoto
Hoe de foto te maken
1. Cassette in lade/op tafel
2. Instellen van röntgenapparaat
3. Positioneren patiënt
4. Ontwikkelen van de opname
5. Beoordelen van de opname
Weefsels op de röntgenfoto
Bot = wit
Weke delen = minder wit → vet nog iets minder wit
Gas = zwart
, Instellen röntgenapparaat
- Instellen aantal kilovolts (kV) → hoe hoger kV, hoe grote doordringend vermogen van de straling = afhankelijk
van dikte van object, type weefsel en type plaat
- Instellen milli-ampère en belichtingstijd (mAs) → hoeveelheid straling veranderen
Lage mAs en hoge kV geeft foto met weinig contrast 15% regel:
Hoge mAs en lage kV geeft veel contrast mAs verdubbelen + kV 15% omhoog
=
Het maken van de röntgenfoto dezelfde zwarting met meer contrast
Positioneren van de patiënt
- Te beoordelen lichaamsdeel zo dicht mogelijk bij de plaat
Afstellen diafragma
- Stralenbundel binnen de plaat
- Te beoordelen lichaamsdeel zo centraal mogelijk in de stralenbundel
- Stralenbundel zo klein mogelijk houden
Registratie: voorzie de rx altijd van de volgende info
- Gegevens patiënt
- Opnamerichting
- kV en mAs
Positioneren van de patiënt
• Thoraxfoto
- DV & DS
- Hoge kV en lage mAs
- Centreren net achter schouderbladen
- Foto maken op top van inspiratie
• Abdomen
- DS & VD
- Lage kV en hoge mAs → veel contrast
- Foto maken aan eind van inspiratie
- Indien mogelijk maag & blaas leeg
• Ondervoet
- ML & AP (achterpoot PA)
- Centreer op het deel waar je de afwijking verwacht
- Evt. touwtje gebruiken om verder van stralenbundel af te staan
• Elleboog
- ML & AP
➔ AP → poot strekken en zorgen dat ellepijp (olegranon) recht onder opperarmbeen ligt (humerus)
➔ ML → in licht gebogen toestand (evt. extra opname in maximaal gebogen toestand)
• Schouder
- ML & AP/PA
- ML opname geeft meeste informatie
- Poot naar voren strekken en andere poot zo ver mogelijk naar achteren
• Knie
- ML & AP
➔ ML → knie 90 graden gebogen, extra opname bij verdenking gescheurde kruisband
➔ AP → in rugligging met poten naar achteren gestrekt en knieën ingedraaid
• Bekken
- Lateraal DS/SD & VD
➔ Laterale opname → poten naar achter gestrekt, bekkenhelften boven elkaar
➔ VD → op de rug met gestrekte achterpoten, knieën ingedraaid → knieschijven in midden van femur,
bekken recht
Les 1 – Radiologie röntgenstraling
Wat is röntgenstraling?
- Elektromagnetische golven met een golflengte kleiner dan die van het licht → vindt plaats in de vorm van
energiepakketjes (fotonen) → kunnen elektronen uit atomen schieten → worden elektrisch geladen →
ioniserende staling
Hoe wordt röntgenstraling opgewekt?
- In kathode worden negatieve elektronen opgewekt
- Groot spanningsverschil tussen kathode en anode
➔ Hierdoor botsen elektronen op anode → hierbij ontstaat 99% warmte en 1% röntgenstraling
Röntgenstraling
1. Doordringend vermogen → deel van straling passeert door object (afhankelijk van soort straling en object)
2. Deel wordt geabsorbeerd
3. Deel verandert van richting = strooistraling → divergerende stralenbundel, schadelijke effecten
Strooistralenrooster
- Vermindert hoeveelheid strooistraling
- Aluminium frame met verticale lamellen van lood
- Gebruiken bij object > 10 cm
Bediening van apparaat
- kV-schakelaar → spanningsverschil tussen kathode en anode → groter verschil = groter doordringend
vermogen van de straling
- mA-schakelaar → aantal ampère door kathode → meer ampère = meer elektronen = meer straling
- mAs = mA x sec = hoeveelheid straling
De film
- Bevat lichtgevoelige laag van zilverbromide
- Straling die op de film komt kleurt de film zwart
- Film moet afgeschermd van licht
Enveloppefilms
- In lichtdichte kartonnen enveloppe → geen versterkingslaag → contrastarm beeld, hogere dosis
- Wordt gebruikt als cassette te dik is
Ontwikkelen foto
- Handmatig (in donkere kamer openen en ontwikkelen in bad)
- Apparaat (ontwikkelt de film)
- Digitaal (niets zelf doen) → Detector plaat i.p.v. film → minder straling, verbeterde kwaliteit beeld, beter voor
milieu, makkelijk archiveren, op meerdere plaatsen bekijken, beeld te bewerken, minder arbeidsintensief
Les 2 – Het maken van de röntgenfoto
Hoe de foto te maken
1. Cassette in lade/op tafel
2. Instellen van röntgenapparaat
3. Positioneren patiënt
4. Ontwikkelen van de opname
5. Beoordelen van de opname
Weefsels op de röntgenfoto
Bot = wit
Weke delen = minder wit → vet nog iets minder wit
Gas = zwart
, Instellen röntgenapparaat
- Instellen aantal kilovolts (kV) → hoe hoger kV, hoe grote doordringend vermogen van de straling = afhankelijk
van dikte van object, type weefsel en type plaat
- Instellen milli-ampère en belichtingstijd (mAs) → hoeveelheid straling veranderen
Lage mAs en hoge kV geeft foto met weinig contrast 15% regel:
Hoge mAs en lage kV geeft veel contrast mAs verdubbelen + kV 15% omhoog
=
Het maken van de röntgenfoto dezelfde zwarting met meer contrast
Positioneren van de patiënt
- Te beoordelen lichaamsdeel zo dicht mogelijk bij de plaat
Afstellen diafragma
- Stralenbundel binnen de plaat
- Te beoordelen lichaamsdeel zo centraal mogelijk in de stralenbundel
- Stralenbundel zo klein mogelijk houden
Registratie: voorzie de rx altijd van de volgende info
- Gegevens patiënt
- Opnamerichting
- kV en mAs
Positioneren van de patiënt
• Thoraxfoto
- DV & DS
- Hoge kV en lage mAs
- Centreren net achter schouderbladen
- Foto maken op top van inspiratie
• Abdomen
- DS & VD
- Lage kV en hoge mAs → veel contrast
- Foto maken aan eind van inspiratie
- Indien mogelijk maag & blaas leeg
• Ondervoet
- ML & AP (achterpoot PA)
- Centreer op het deel waar je de afwijking verwacht
- Evt. touwtje gebruiken om verder van stralenbundel af te staan
• Elleboog
- ML & AP
➔ AP → poot strekken en zorgen dat ellepijp (olegranon) recht onder opperarmbeen ligt (humerus)
➔ ML → in licht gebogen toestand (evt. extra opname in maximaal gebogen toestand)
• Schouder
- ML & AP/PA
- ML opname geeft meeste informatie
- Poot naar voren strekken en andere poot zo ver mogelijk naar achteren
• Knie
- ML & AP
➔ ML → knie 90 graden gebogen, extra opname bij verdenking gescheurde kruisband
➔ AP → in rugligging met poten naar achteren gestrekt en knieën ingedraaid
• Bekken
- Lateraal DS/SD & VD
➔ Laterale opname → poten naar achter gestrekt, bekkenhelften boven elkaar
➔ VD → op de rug met gestrekte achterpoten, knieën ingedraaid → knieschijven in midden van femur,
bekken recht