Oculaire farmacologie deel 2
Oculaire absorptie
Absorptie begint al in de cul-de-sac, waarbij de oogdruppel gemengd wordt met de traanfilm.
Hoeveel van de medicatie uiteindelijk in het oog komt hangt af van diverse factoren:
Door irritatie ontstaan er reflex tranen en wordt de knipper frequentie hoger, dit zorgt voor
een snellere afname van de medicatie in het oog.
Sommige medicatie bind aan proteïnes en wordt vervolgens gemetaboliseerd door enzymen,
waardoor er ook weer minder medicatie overblijft.
Door de molecule iets meer lipofiel te maken blijft de druppel langer op de cornea blijft en het
verbetert de penetratie. Een andere optie is het vergroten van de absorptie door de cornea.
Bijvoorbeeld het toedienen van oxy voor het sneller laten inwerken van de tropi.
Oculaire distributie:
Dit gebeurt op een aantal manieren:
1. Bloed-kamerwater:
Het oog is redelijk goed afgezonderd van de systemische circulatie door de bloed-
retina, bloed- vitreous, en bloed-water barrières.
Deze barrières omvatten de tight junctions tussen de capillaire endotheel cellen in de
retina en iris, tussen de cellen van het ciliaire epitheel en tussen het retina pigment
epitheel. Deze barrières zorgen ervoor dat grotere moleculen er niet doorheen
komen, maar kleinere wel.
2. Kamerwater- bloed:
De fractie medicatie die geabsorbeerd wordt in het oog wordt systemisch opgenomen
via het trabecula systeem, Kanaal van Schlemm, aqueous collecting kanaaltjes,
intrasclerale plexus of via de bloedvaten van de uvea, choroidea, en retina
3. In en tussen weefsel en vloeistof:
1