Samenvatting Familie en Gezin Deeltoets 1
Hoorcollege 1 - Inleiding in de gezinspedagogiek
Babytijd - belangrijk: sensitiviteit
Opvoedtaken in de babytijd
4 domeinen:
- Verzorgende opvoeding (in fysieke behoeften voorzien)
- Sociale opvoeding (interpersoonlijk gedrag bevorderen en begeleiden)
- Didactische opvoeding (stimulatie om de wereld te leren begrijpen)
- Materiële opvoeding (fysieke uitdaging en begeleiding)
Kerntaak ouders: sensitiviteit
- Het vermogen van ouders om signalen van het kind waar te nemen, juist te
interpreteren en er correct op te reageren.
Sensitiviteit voorspelt de gehechtheid van het kind. Vanaf 8 maanden ontstaat de angst
voor vreemden, dus is dit helemaal belangrijk.
Strange situation procedure
Experiment om sensitiviteit van de ouder te meten.
Waar wordt opgelet:
- Dichtheid en contact zoeken
- Contact houden met de ouder
- Vermijden van contact
- Weerstand bij contact of troost
- Ontdek gedrag van het kind
Gehechtheidsstijlen
- Over tijd relatief stabiel, wordt versterkt door vrienden- en partnerkeuze.
Classificatie kan veranderen door vrienden- en partnerkeuze.
- Er is vaak een intergenerationele transmissie van gehechtheid.
,Interne werkmodellen
- Gedachten en overtuigingen gebaseerd op eerdere ervaringen. Deze beïnvloeden
je verwachtingen, acties en reacties in sociale situaties.
Kindertijd - belangrijk: warmte en controle
Belangrijk in de kindertijd
Warmte
- Affectie (uitingen van liefde)
- Waardering (vriendelijkheid, acceptatie, steun)
- Positieve emotie ((glim)lachen, humor)
Controle
Gedragscontrole
- Grenzen stellen
- Consequenties verbinden aan overtredingen
- Supervisie, monitoring
Psychologische controle
, - Macht uitoefenen
- Inmenging in de psyche van het kind (schuld, schaamte)
Adolescentie - belangrijk: relatiekwaliteit
Monitoring
Parental awareness, watchfulness and supervision of adolescent activities in combinatie
met vrijheid om te exploreren.
- Uitingsvorm van relatiekwaliteit met ouders verandert: van fysieke nabijheid naar
nabijheid in communicatie.
- Jonge adolescenten ervaren gemiddeld minder nabijheid en acceptatie dan voor
de adolescentie (herstelt doorgaans voor een belangrijk deel in latere
adolescentie).
Communicatie verandert ook
- Kwantiteit en kwaliteit
- Negatief en positief, allebei belangrijk
Gezinspedagogiek als academische discipline
Empirisch analytische benadering
- Empirie: te verifiëren met observatie of ervaring, in plaats van theorie, visie of
logica
- Analytisch: kritisch en rationeel naar eigen resultaten kijken
- Herhaalbaar en controleerbaar
Om pedagogische mythes te vermijden en doorbreken.
Pedagogische mythes
Ontstaan door:
- Doorgeven ‘volkswijsheden’
- Verlangen naar snelle antwoorden en makkelijke oplossingen
- Selectieve perceptie en herinnering
- Blootstelling aan een selectieve (biased) groep mensen
- Causaliteit afleiden uit correlatie
Voorbeeld: complimenten leiden altijd tot positieve ontwikkeling = niet altijd zo.
Literatuur
Artikel: Maternal sensitivity to infant distress and nondistress as predictors of
infant-mother attachment security, McElwain & Booth-LaForce (2006) (p. 247-
255)
Onderzoeksvraag
In dit onderzoek is onderzocht wat de samenhang is tussen sensitiviteit van de moeder
bij nood, sensitiviteit van de moeder bij geen nood en moeilijk temperament van de
baby. Ook is onderzocht wat de samenhang is tussen sensitiviteit metingen en de
Hoorcollege 1 - Inleiding in de gezinspedagogiek
Babytijd - belangrijk: sensitiviteit
Opvoedtaken in de babytijd
4 domeinen:
- Verzorgende opvoeding (in fysieke behoeften voorzien)
- Sociale opvoeding (interpersoonlijk gedrag bevorderen en begeleiden)
- Didactische opvoeding (stimulatie om de wereld te leren begrijpen)
- Materiële opvoeding (fysieke uitdaging en begeleiding)
Kerntaak ouders: sensitiviteit
- Het vermogen van ouders om signalen van het kind waar te nemen, juist te
interpreteren en er correct op te reageren.
Sensitiviteit voorspelt de gehechtheid van het kind. Vanaf 8 maanden ontstaat de angst
voor vreemden, dus is dit helemaal belangrijk.
Strange situation procedure
Experiment om sensitiviteit van de ouder te meten.
Waar wordt opgelet:
- Dichtheid en contact zoeken
- Contact houden met de ouder
- Vermijden van contact
- Weerstand bij contact of troost
- Ontdek gedrag van het kind
Gehechtheidsstijlen
- Over tijd relatief stabiel, wordt versterkt door vrienden- en partnerkeuze.
Classificatie kan veranderen door vrienden- en partnerkeuze.
- Er is vaak een intergenerationele transmissie van gehechtheid.
,Interne werkmodellen
- Gedachten en overtuigingen gebaseerd op eerdere ervaringen. Deze beïnvloeden
je verwachtingen, acties en reacties in sociale situaties.
Kindertijd - belangrijk: warmte en controle
Belangrijk in de kindertijd
Warmte
- Affectie (uitingen van liefde)
- Waardering (vriendelijkheid, acceptatie, steun)
- Positieve emotie ((glim)lachen, humor)
Controle
Gedragscontrole
- Grenzen stellen
- Consequenties verbinden aan overtredingen
- Supervisie, monitoring
Psychologische controle
, - Macht uitoefenen
- Inmenging in de psyche van het kind (schuld, schaamte)
Adolescentie - belangrijk: relatiekwaliteit
Monitoring
Parental awareness, watchfulness and supervision of adolescent activities in combinatie
met vrijheid om te exploreren.
- Uitingsvorm van relatiekwaliteit met ouders verandert: van fysieke nabijheid naar
nabijheid in communicatie.
- Jonge adolescenten ervaren gemiddeld minder nabijheid en acceptatie dan voor
de adolescentie (herstelt doorgaans voor een belangrijk deel in latere
adolescentie).
Communicatie verandert ook
- Kwantiteit en kwaliteit
- Negatief en positief, allebei belangrijk
Gezinspedagogiek als academische discipline
Empirisch analytische benadering
- Empirie: te verifiëren met observatie of ervaring, in plaats van theorie, visie of
logica
- Analytisch: kritisch en rationeel naar eigen resultaten kijken
- Herhaalbaar en controleerbaar
Om pedagogische mythes te vermijden en doorbreken.
Pedagogische mythes
Ontstaan door:
- Doorgeven ‘volkswijsheden’
- Verlangen naar snelle antwoorden en makkelijke oplossingen
- Selectieve perceptie en herinnering
- Blootstelling aan een selectieve (biased) groep mensen
- Causaliteit afleiden uit correlatie
Voorbeeld: complimenten leiden altijd tot positieve ontwikkeling = niet altijd zo.
Literatuur
Artikel: Maternal sensitivity to infant distress and nondistress as predictors of
infant-mother attachment security, McElwain & Booth-LaForce (2006) (p. 247-
255)
Onderzoeksvraag
In dit onderzoek is onderzocht wat de samenhang is tussen sensitiviteit van de moeder
bij nood, sensitiviteit van de moeder bij geen nood en moeilijk temperament van de
baby. Ook is onderzocht wat de samenhang is tussen sensitiviteit metingen en de