PSYCHOLOGIE 14/15
PROBLEEM 1
PROBLEEM 2
UITLEG
,Cellen regelen de processen in ons lichaam en moeten daardoor communiceren met
elkaar.
Twee communicatiesystemen:
1. Het zenuwstelsel
2. Het endocriene systeem (hormoonsysteem)
Het endocriene systeem:
- Endocriene klieren geven hormonen af aan het bloed.
- Die hormonen zijn de ‘boodschappers’
- Niet selectief in waar de ‘boodschap’ heen gestuurd wordt. (hormonen i/h
bloed komen overal, vergelijking met radio)
- Hormonen gaan via het bloed naar organen/cellen en grijpen aan op
receptoren.
- Het is een ‘traag’ systeem.
Endocriene klieren geven hormonen af aan het bloed:
- In het perifere lichaam bv; bijnieren, testes en
eierstokken.
- In de hersenen bv; hypothalamus, hypofyse
en epifyse
Wordt gereguleerd door het zenuwstelsel.
Het zenuwstelsel:
- Opgebouwd uit neuronen (zenuwcellen)
- Neuronen genereren actiepotentialen en
communiceren met elkaar via
neurotransmitters
- Communicatie via zenuwbanen,
boodschappen kunnen heel selectief gestuurd
worden
- Veel sneller dan het endocriene systeem
- Hersenen zijn ook onderdeel van het stelsel
1. Perifere zenuwstelsel: lichaam
2. Centrale zenuwstelsel: hersenen en ruggenmerg
Opbouw van een neuron:
- Dendrieten: ontvangen informatie
- Cellichaam: bevat de kern
- Axon: 1 dunne vezel met constante diameter, langer dan dendrieten,
zendt informatie
- Myeline schede: isolerend materiaal dat axonen beschermt, versnelt
transmissie
- Presynaptische terminal: uiteinde van axon dat neurotransmitters
afgeeft
,
, Drie soorten neuronen:
1. Sensorische neuronen: van zintuigen naar hersenen (afferent)
2. Motorische neuronen: van hersenen naar spieren (efferent)
3. Schakel/interneuronen: boodschappen tussen zenuwcellen
Naast neuronen zijn er ook gliacellen:
- Ondersteunende functie:
- Vormen myeline rond de zenuwcellen
- Rol bij de homeostase (evenwichtig houden van de omgeving van de
neuronen)
- Beschermende functie
Organisatie
zenuwstelsel:
Hersenen:
1. Cerebrum (grote hersenen)
2. Cerebellum (kleine hersenen)
3. Hersenstam
1. Cerebrum (grote hersenen)
- Onderverdeeld in twee hemisferen en 4 kwabben
1. Occipitale kwabben: verschillende aspecten van het zien
2. Temporale kwabben: gehoor, geheugen, taal (linkerkant)
3. Pariëtale kwabben: ruimtelijke waarneming, aandacht en motor-controle
4. Frontale kwabben: planning, redeneren, werkgeheugen, motor-controle
Buitenste laag van het cerebrum heet de cerebrale cortex bestaat uit grey matter
(bevat cellichamen van de neuronen)
- Sulcus: vouw/groeve in de cerebral cortex
- Gyrus: bobbel tussen de groeven
Onder de cerebrale cortex is witte stof (white matter) axonen met myeline (vet) &
hersenkernen