Paragraaf 1: Geen indringers
Dekweefsel: laag weefsel van nauw aaneengesloten cellen, die het inwendige milieu
beschermt.
Mechanische afweer: een fysieke barrière tegen ziekteverwekkers en gevaarlijke
stoffen
Inwendige milieu: in het lichaam
Uitwendige milieu: buiten het lichaam
Opperhuid: dekweefsel van de huid
Hoornlaag: buitenste laag van de opperhuid, bestaat uit dode verdroogde
cellen
Basale cellen laag (kiemlaag): laag cellen waaruit de opperhuid aangroeit,
bestaat vrijwel alleen uit stamcellen die voortdurend delen.
Lederhuid: laag bindweefsel onder de opperhuid; bevat veel zintuigjes en elastische
vezels
Onderhuids vetweefsel: werkt als warmte-isolatie
Bescherming tegen zonlicht
Melanocyten: pigmentvormende cellen met lange uitlopers (bevatten korrels
melanine) in de basale cellen laag van de opperhuid
Melanine: pigment in de huid, gemaakt door melanocyten, dat het DNA in de
huidcellen beschermt tegen de uv-stralen in het zonlicht (door ophoping rond het
DNA)
Vochtbarrières
Slijmvlies: dekweefsel met slijmbekercellen aan de binnenzijde van organen
zoals longen en de darmen
Door trilharen in de luchtwegen wordt het slijm in de richting van de keelholte
afgevoerd
Biochemische barrière: maag heeft pH 1-3
Traanvocht beschermt ogen tegen ziekteverwekkers, door bacteriedodende
werking lysozym
Mechanische afweer: (bij planten) een vorm van afweer tegen herbivoren, zoals
stekels en doornen
, Mutualisme: een interactie tussen twee levensvormen waarbij beide voordeel
hebben van die interactie
Chemische afweer: een vorm van afweer waarmee planten zich beschermen tegen
herbivoren, via voor deze dieren schadelijke stoffen
Meestal samen de stoffen bitter, waardoor het onaantrekkelijk is om ze te eten
Brandharen bevatten histamine, mierenzuur en acetylcholine
Berenklauw furocoumarine ontstaan brandwonden door extra
gevoeligheid voor uv-straling
Venijnenboom taxine giftige stof in de zaden
Afweermaatregelen
Huidmondjes: kleine, door twee sluitcellen afsluitbare, openingen in de
opperhuid van bladeren en stengels waardoor water verdampt
NO komt vrij, wanneer een cel beschadigd is ziekteverwekkers en
plantencel zelf gaan dood blad sterft af
Signaalstoffen
Waarschuwingssignalen: alarmstoffen die een aangevreten plant aanmaakt om de
planten ernaast te ‘waarschuwen’
Lokstoffen: maakt een plant aan om de vijanden van zijn vijanden aan te trekken,
zodat de plant zelf wordt beschermd
Paragraaf 2: Niet-specifieke afweer
Bacteriën (prokaryoten)
Celwand
Celmembraan
Ribosomen:
Plasmiden: cirkelvormige DNA-moleculen
Behoort tot prokaryoten: ontbreken celkern
Autotroof: zelf voedend (assimilatie)
Heterotroof: bouwt celmateriaal uit voedingsstoffen verkregen van andere
organismen
Microbioom: alle bacteriën in en op je lichaam
Bacteriën als ziekteverwekkers
Cholerabacterie: maken eiwit choleratoxine waarop de darmcellen reageren
met de afgifte van Cl- aan de darminhoud leidt tot waterafgifte diarree
Cyanobacteriën (blauwalgen): maken giftige stoffen
Bijv. anatoxine-a tast zenuwen aan, waarna ademhaling stopt