Kennisclip koolhydraat insuline ratio
Wordt berekend bij patiënten met DM1 deze patiëntgroep is volledig afhankelijk van
insulinetherapie
o Insulinepomp kan hulpmiddel zijn bij berekeningen / wanneer er moet worden
bijgespoten
o In andere gevallen wordt het nog zelfstandig toegediend
o Reguleren bloedglucose door: 1) rekenen met koolhydraten, 2) berekenen
koolhydraat insuline ratio (KIR) of 3) de insuline gevoeligheidsfactor
Koolhydraatverdeling
o Met name het type koolhydraten dat DM1 patiënten eten is belangrijk. Relatie
koolhydraatinname en bloedglucosespiegels is bij type 1 vrij duidelijk en dus
makkelijker te reguleren m.b.v. KIR dan bij type 2 (omdat er daar vaak sprake is van
insulineresistentie)
Berekenen KIR:
o Patiënt houdt uitgebreid voedingsdagboek bij
Voedingsmiddel, tijd, soort, hoeveelheid, gewicht en hoeveelheid kh in
grammen
Pre- en postprandiale glucosewaarden
Insulinedosering en aantal eenheden
Activiteiten en bijzonderheden
Minimaal 5 dagen nauwkeurig bijgehouden
Diabetesregulatie moet redelijk zijn (glucosewaarden binnen normale
grenzen1)
o Gebruik de postprandiale glucosewaarden
o Bereken per (hoofd)maaltijd de verhouding tussen koolhydraten en insuline
o Neem vervolgens het gemiddelde van 5 dagen
o Kijk voor iedere maaltijd (ontbijt, lunch, avondmaaltijd en de verschillende
tussenmaaltijd) apart naar de verhouding tussen koolhydraat en insuline
o Evalueer na een aantal weken met de patiënt
o Voorbeeld:
kh ins gluc postpr ratio
Ontbijt dag 1 20 g 4 EH 6,7 5
Ontbijt dag 2 18 g 4 EH 5,3 4,5
Ontbijt dag 3 24 g 4 EH 7,9 6
Ontbijt dag 4 20 g 4 EH 5,4 5
Ontbijt dag 5 20 g 4 EH 6,2 5
Gemiddeld: 5,1 afgerond 5. Voor elke 5 gram kh is 1 EH insuline nodig
o Per persoon verschillend, te bepalen aan de hand van diabetes dagboeken
o Kan per moment van de dag verschillend zijn, bijv.:
Ontbijt 1 EH insuline/10 gram kh
Lunch 1 EH insuline/15 gram kh
Avondeten 1 EH insuline/12 gram kh
Tussenmaaltijd: < 15 gram kg meestal geen insuline nodig, > 15 gram kh dan
de insuline-koolhydraat ratio van voorafgaande hoofdmaaltijd gebruiken
1
Tussen de 4 en 5,6 (nuchter) of tussen de 4 en 7,8 (niet nuchter) bij gezonden. [Zie voor streefwaardes
voedingstherapie DM1 de NDF Voedingsrichtlijnen diabetes blz 117. Merk op dat deze verschillend zijn in vergelijking met
streefwaardes voor DM2 en dat die van DM1 afwijken van streefwaardes volgens meest recente NHG-richtlijn (gebruikt in
kennisclips DM)]
Wordt berekend bij patiënten met DM1 deze patiëntgroep is volledig afhankelijk van
insulinetherapie
o Insulinepomp kan hulpmiddel zijn bij berekeningen / wanneer er moet worden
bijgespoten
o In andere gevallen wordt het nog zelfstandig toegediend
o Reguleren bloedglucose door: 1) rekenen met koolhydraten, 2) berekenen
koolhydraat insuline ratio (KIR) of 3) de insuline gevoeligheidsfactor
Koolhydraatverdeling
o Met name het type koolhydraten dat DM1 patiënten eten is belangrijk. Relatie
koolhydraatinname en bloedglucosespiegels is bij type 1 vrij duidelijk en dus
makkelijker te reguleren m.b.v. KIR dan bij type 2 (omdat er daar vaak sprake is van
insulineresistentie)
Berekenen KIR:
o Patiënt houdt uitgebreid voedingsdagboek bij
Voedingsmiddel, tijd, soort, hoeveelheid, gewicht en hoeveelheid kh in
grammen
Pre- en postprandiale glucosewaarden
Insulinedosering en aantal eenheden
Activiteiten en bijzonderheden
Minimaal 5 dagen nauwkeurig bijgehouden
Diabetesregulatie moet redelijk zijn (glucosewaarden binnen normale
grenzen1)
o Gebruik de postprandiale glucosewaarden
o Bereken per (hoofd)maaltijd de verhouding tussen koolhydraten en insuline
o Neem vervolgens het gemiddelde van 5 dagen
o Kijk voor iedere maaltijd (ontbijt, lunch, avondmaaltijd en de verschillende
tussenmaaltijd) apart naar de verhouding tussen koolhydraat en insuline
o Evalueer na een aantal weken met de patiënt
o Voorbeeld:
kh ins gluc postpr ratio
Ontbijt dag 1 20 g 4 EH 6,7 5
Ontbijt dag 2 18 g 4 EH 5,3 4,5
Ontbijt dag 3 24 g 4 EH 7,9 6
Ontbijt dag 4 20 g 4 EH 5,4 5
Ontbijt dag 5 20 g 4 EH 6,2 5
Gemiddeld: 5,1 afgerond 5. Voor elke 5 gram kh is 1 EH insuline nodig
o Per persoon verschillend, te bepalen aan de hand van diabetes dagboeken
o Kan per moment van de dag verschillend zijn, bijv.:
Ontbijt 1 EH insuline/10 gram kh
Lunch 1 EH insuline/15 gram kh
Avondeten 1 EH insuline/12 gram kh
Tussenmaaltijd: < 15 gram kg meestal geen insuline nodig, > 15 gram kh dan
de insuline-koolhydraat ratio van voorafgaande hoofdmaaltijd gebruiken
1
Tussen de 4 en 5,6 (nuchter) of tussen de 4 en 7,8 (niet nuchter) bij gezonden. [Zie voor streefwaardes
voedingstherapie DM1 de NDF Voedingsrichtlijnen diabetes blz 117. Merk op dat deze verschillend zijn in vergelijking met
streefwaardes voor DM2 en dat die van DM1 afwijken van streefwaardes volgens meest recente NHG-richtlijn (gebruikt in
kennisclips DM)]