2.1 – Lesdoelen Biochemie
De volgende begrippen uitleggen en voorbeelden geven van:
Eiwitturnover, katabool- en anabool proces, vertakte keten
aminozuren, zwavelhoudende aminozuren, essentiële- en semi-
essentiële aminozuren, exogeen, endogeen, ketogene en
glucogene aminozuren.
Eiwitturnover
Een proces waarbij aminozuren door het lichaam worden gevormd uit
eiwitafbraak (katabool) en weer gebruikt worden voor de opbouw van peptiden
en eiwitten (eiwitsynthese, anabool). Dit proces verloopt continu, en ’s nachts (in
rusttoestand) is er wat meer eiwitaanmaak , overdag is er meer eiwitafbraak. De
gemiddelde levensduur van een eiwit in de cel is ongeveer 16 uur, 200 tot 300 g
per dag, 25% vind plaats in spierweefsel, 50% in de lever en/of darmen, overige
25% in overige organen en weefsels. Voornamelijk in de lever, spieren, darmen
Katabool- en anabool proces
- Katabool: aminozuren worden door het lichaam gevormd uit eiwitafbraak
- Anabool/Synthese: deze aminozuren worden gebruikt voor de opbouw van
peptiden en eiwitten
Katabolisme is de benaming voor verschillende manieren van stofwisseling in een
cel, waarbij grote moleculen worden afgebroken in kleinere moleculen
Anabolisme is de benaming voor een reeks metabole routes waardoor uit kleinere
eenheden moleculen worden gevormd. (Het lichaam van een volwassen man of
vrouw bestaat voor circa 12 kg uit eiwit. De helft hiervan is aanwezig als
collageen, hemoglobine, actine en myosine (allebei spiereiwitten). Aminozuren
worden in het lichaam voortdurend gevormd uit eiwitafbraak (de zogeheten
katabole processen) en weer gebruikt voor de opbouw van peptiden en eiwitten
(eiwitsynthese, een anabool proces). Dit proces (eiwitturnover) verloopt continu,
waarbij er ’s nachts (in rusttoestand) wat meer eiwitaanmaak is en overdag meer
eiwitafbraak. De gemiddelde levensduur van een eiwit in de cel bedraagt zo"n 16
uur. De turnover bedraagt 200 tot 300 g per dag. Een kwart hiervan heeft plaats
in spierweefsel, ongeveer de helft in de lever en/of de darmen en de rest in de
overige organen en weefsels.
Eiwitafbraak is van groot belang voor het lichaam (en de cel) omdat hierbij onder
andere beschadigde eiwitten worden verwijderd die tot een verstoring van de
celfunctie en celgroei kunnen leiden. Het peptide ubiquitine speelt een
belangrijke rol in het proces van eiwitafbraak. De ontdekkers van dit cruciale
mechanisme (Ciechanover, Hershko en Rose) hebben hiervoor in 2003 de
Nobelprijs gewonnen.
Het lichaam kan geen ‘extra’ eiwit opslaan. Overtollige aminozuren worden
afgebroken waarbij het stikstofdeel (amine) grotendeels als ureum via de urine
wordt uitgescheiden en het koolstofdeel wordt verbrand (omgezet in energie).
Bij onvoldoende aanvoer van koolhydraten uit de voeding wordt lichaams-eiwit
(bijv. uit spierweefsel) afgebroken en omgezet in glucose. Deze gluconeogenese
staat onder hormonale controle (cortisol))
, Vertakte keten aminozuren
Het zijn dus vertakte keten aminozuren. Ook wel BCAA genoemd (Branched Chain
Amino Acids), zijn belangrijk voor de spiereiwitten, ze woren gezien als het
belangrijkste bestandsdeel. Ze zorgen er namelijk voor dat de spierafbraak door
intensieve training tegen wordt gegaan en deze zijn dan ook onmisbaar voor de
aanmaak van extra spiermassa. Wil je graag veel spiermassa, dan is het goed om
hier meer over te weten zodat je daar rekening mee kunt houden.
BCAA, hebben voornamelijk een rol in de spieren, in de lever gemetaboliseerd,
maar gaan dan gelijk door naar het spierweefsel, zijn:
- Leucine
- Faline
- Isoleucyne
Zwavelhoudende aminozuren
Aminozuren met een zwavelgroep eraan.
- Metionine
- Cystine
Essentiële aminozuren
Aminozuren die we zelf niet in het lichaam kunnen maken
- Histidine
- Isoleucine
- Leucine
- Lysine
- Methionine
- Fenyalaline
- Threonine
- Tryptofaan
- Valine
Niet-essentiële aminozuren
Aminozuren die ons lichaam zelf kan maken
- Alanine
- Asparaginezuur
- Cysteïne
- Cystine
- Glutaminezuur
- Tyrosine
- Hydroxyproline
Semi-essentiële aminozuren
Zijn gebaseerd op het vermogen van het lichaam om ze eventueel te maken uit
andere aminozuren
- Arginine
- Asparagine
- Glutamine
- Glycine
- Serine
- Proline
Exogene aminozuren
Aminozuren uit de voeding alle aminozuren, zowel essentieel als semi-essentieel
De volgende begrippen uitleggen en voorbeelden geven van:
Eiwitturnover, katabool- en anabool proces, vertakte keten
aminozuren, zwavelhoudende aminozuren, essentiële- en semi-
essentiële aminozuren, exogeen, endogeen, ketogene en
glucogene aminozuren.
Eiwitturnover
Een proces waarbij aminozuren door het lichaam worden gevormd uit
eiwitafbraak (katabool) en weer gebruikt worden voor de opbouw van peptiden
en eiwitten (eiwitsynthese, anabool). Dit proces verloopt continu, en ’s nachts (in
rusttoestand) is er wat meer eiwitaanmaak , overdag is er meer eiwitafbraak. De
gemiddelde levensduur van een eiwit in de cel is ongeveer 16 uur, 200 tot 300 g
per dag, 25% vind plaats in spierweefsel, 50% in de lever en/of darmen, overige
25% in overige organen en weefsels. Voornamelijk in de lever, spieren, darmen
Katabool- en anabool proces
- Katabool: aminozuren worden door het lichaam gevormd uit eiwitafbraak
- Anabool/Synthese: deze aminozuren worden gebruikt voor de opbouw van
peptiden en eiwitten
Katabolisme is de benaming voor verschillende manieren van stofwisseling in een
cel, waarbij grote moleculen worden afgebroken in kleinere moleculen
Anabolisme is de benaming voor een reeks metabole routes waardoor uit kleinere
eenheden moleculen worden gevormd. (Het lichaam van een volwassen man of
vrouw bestaat voor circa 12 kg uit eiwit. De helft hiervan is aanwezig als
collageen, hemoglobine, actine en myosine (allebei spiereiwitten). Aminozuren
worden in het lichaam voortdurend gevormd uit eiwitafbraak (de zogeheten
katabole processen) en weer gebruikt voor de opbouw van peptiden en eiwitten
(eiwitsynthese, een anabool proces). Dit proces (eiwitturnover) verloopt continu,
waarbij er ’s nachts (in rusttoestand) wat meer eiwitaanmaak is en overdag meer
eiwitafbraak. De gemiddelde levensduur van een eiwit in de cel bedraagt zo"n 16
uur. De turnover bedraagt 200 tot 300 g per dag. Een kwart hiervan heeft plaats
in spierweefsel, ongeveer de helft in de lever en/of de darmen en de rest in de
overige organen en weefsels.
Eiwitafbraak is van groot belang voor het lichaam (en de cel) omdat hierbij onder
andere beschadigde eiwitten worden verwijderd die tot een verstoring van de
celfunctie en celgroei kunnen leiden. Het peptide ubiquitine speelt een
belangrijke rol in het proces van eiwitafbraak. De ontdekkers van dit cruciale
mechanisme (Ciechanover, Hershko en Rose) hebben hiervoor in 2003 de
Nobelprijs gewonnen.
Het lichaam kan geen ‘extra’ eiwit opslaan. Overtollige aminozuren worden
afgebroken waarbij het stikstofdeel (amine) grotendeels als ureum via de urine
wordt uitgescheiden en het koolstofdeel wordt verbrand (omgezet in energie).
Bij onvoldoende aanvoer van koolhydraten uit de voeding wordt lichaams-eiwit
(bijv. uit spierweefsel) afgebroken en omgezet in glucose. Deze gluconeogenese
staat onder hormonale controle (cortisol))
, Vertakte keten aminozuren
Het zijn dus vertakte keten aminozuren. Ook wel BCAA genoemd (Branched Chain
Amino Acids), zijn belangrijk voor de spiereiwitten, ze woren gezien als het
belangrijkste bestandsdeel. Ze zorgen er namelijk voor dat de spierafbraak door
intensieve training tegen wordt gegaan en deze zijn dan ook onmisbaar voor de
aanmaak van extra spiermassa. Wil je graag veel spiermassa, dan is het goed om
hier meer over te weten zodat je daar rekening mee kunt houden.
BCAA, hebben voornamelijk een rol in de spieren, in de lever gemetaboliseerd,
maar gaan dan gelijk door naar het spierweefsel, zijn:
- Leucine
- Faline
- Isoleucyne
Zwavelhoudende aminozuren
Aminozuren met een zwavelgroep eraan.
- Metionine
- Cystine
Essentiële aminozuren
Aminozuren die we zelf niet in het lichaam kunnen maken
- Histidine
- Isoleucine
- Leucine
- Lysine
- Methionine
- Fenyalaline
- Threonine
- Tryptofaan
- Valine
Niet-essentiële aminozuren
Aminozuren die ons lichaam zelf kan maken
- Alanine
- Asparaginezuur
- Cysteïne
- Cystine
- Glutaminezuur
- Tyrosine
- Hydroxyproline
Semi-essentiële aminozuren
Zijn gebaseerd op het vermogen van het lichaam om ze eventueel te maken uit
andere aminozuren
- Arginine
- Asparagine
- Glutamine
- Glycine
- Serine
- Proline
Exogene aminozuren
Aminozuren uit de voeding alle aminozuren, zowel essentieel als semi-essentieel