Samenvatting Biologie
Bloedsomloop H43
43.2
Blauw = zuurstofarm
Rood = zuurstofrijk
De diameter van de arteriën (slagader) is kleiner dan die van de
venen (aders). De laag van het gladde spierweefsel + bindweefsel zijn
bij de arteriën groter, dit komt door de druk van het bloed op de
wanden.
Arteriën vertakken in arteriolen, deze vertakken
verder naar capillair, deze komen uit in venulen,
deze komen uit in de venen.
In de capillair is de cellaag maar één
endotheellaag, hier vindt uitwisseling van gassen
van weefsel naar bloed plaats. haarvaten. Het
zuurstofrijk bloed is hier gemengd met het
zuurstofarm bloed. De snelheid is hier laag omdat
er genoeg tijd moet zijn om uitwisseling tussen stoffen plaats te laten vinden.
Regulatie van de bloeddruk
Homeostatische mechanismen reguleren de arteriële bloeddruk door de diameter van de
arteriolen te veranderen.
Endotheline glad spierweefsel trekt samen nauwere arteriolen =
vasoconstrictie bloeddruk in arteriën stijgt
NO glad spierweefsel ontspant ruimere arteriolen = vasodilatie bloeddruk
daalt in arteriën
Door middel van de samentrekking van de spieren wordt het bloed één kant op gedrukt. De
spieren die daar bij de aderen voor zorgen zijn:
Gladde spieren
Skeletspieren
Kleppen
Werking capillairen
Altijd gevuld: capillairen rond hersenen, hart, lever en nieren
Niet altijd gevuld: capillairen in de huid en rond de spijsverteringsorganen
Dit wordt geregeld via de vasoconstrictie/dilatie in de arteriolen en
m.b.v sluitspiertjes in capillaire bedden.
Dit wordt gereguleerd door autonome zenuwstelsel, hormonen en
plaatselijke geproduceerde chemische stoffen.
Bloedsomloop H43
43.2
Blauw = zuurstofarm
Rood = zuurstofrijk
De diameter van de arteriën (slagader) is kleiner dan die van de
venen (aders). De laag van het gladde spierweefsel + bindweefsel zijn
bij de arteriën groter, dit komt door de druk van het bloed op de
wanden.
Arteriën vertakken in arteriolen, deze vertakken
verder naar capillair, deze komen uit in venulen,
deze komen uit in de venen.
In de capillair is de cellaag maar één
endotheellaag, hier vindt uitwisseling van gassen
van weefsel naar bloed plaats. haarvaten. Het
zuurstofrijk bloed is hier gemengd met het
zuurstofarm bloed. De snelheid is hier laag omdat
er genoeg tijd moet zijn om uitwisseling tussen stoffen plaats te laten vinden.
Regulatie van de bloeddruk
Homeostatische mechanismen reguleren de arteriële bloeddruk door de diameter van de
arteriolen te veranderen.
Endotheline glad spierweefsel trekt samen nauwere arteriolen =
vasoconstrictie bloeddruk in arteriën stijgt
NO glad spierweefsel ontspant ruimere arteriolen = vasodilatie bloeddruk
daalt in arteriën
Door middel van de samentrekking van de spieren wordt het bloed één kant op gedrukt. De
spieren die daar bij de aderen voor zorgen zijn:
Gladde spieren
Skeletspieren
Kleppen
Werking capillairen
Altijd gevuld: capillairen rond hersenen, hart, lever en nieren
Niet altijd gevuld: capillairen in de huid en rond de spijsverteringsorganen
Dit wordt geregeld via de vasoconstrictie/dilatie in de arteriolen en
m.b.v sluitspiertjes in capillaire bedden.
Dit wordt gereguleerd door autonome zenuwstelsel, hormonen en
plaatselijke geproduceerde chemische stoffen.