P1 Ondernemingsvormen HC 1 Ondernemingsvormen,
P2 Organen, besluiten, tegenstrijdig oprichting en handelsregister.
belang
Aandeelhouderschap & lidmaatschap
HC 2 Aandeelhouderschap,
P3 lidmaatschap en organisatie
P4 Vermogenstructuur (incl. structuurregeling)
P5 Herstructurering
HC 3 Besluitvorming en
P6 Concerns
vertegenwoordiging
P7 Vertegenwoordiging en
aansprakelijkheid
HC 4 Concernverhoudingen en
P8 personenvennootschappen
herstructurering
HC 5 Verantwoordelijkheid en
Prac 1 B.V i.o
aansprakelijkheid
Prac 2 besluitvorming binnen een
rechtspersoon en de
aantastbaarheid van
besluiten
Prac 3 vertegenwoordiging van een
rechtspersoon
Balans oefeningen
modules
, doelstellingen
1. een privaatrechtelijke organisatievorm kiezen voor een voorgenomen samenwerking of onderneming en de regels van (de juridische)
totstandkoming van de gekozen organisatievorm toepassen op een casuspositie;
p1
2. de regels voor niet-bestaande rechtspersonen en preconstitutief handelen van rechtspersonen toepassen op een casuspositie;
p1
3. de bevoegdheden van de verschillende organen binnen privaatrechtelijke organisatievormen herkennen en toepassen op een
casuspositie; p2
4. de regels van vertegenwoordiging van privaatrechtelijke organisatievormen toepassen op een casuspositie; p7
5. analyseren of een besluit van privaatrechtelijke organisatievormen geldig, nietig of vernietigbaar is en de rechtsgevolgen van de
nietigheid van een besluit benoemen; p2
6. een eenvoudige balans van het vermogen van de privaatrechtelijke rechtsvorm opstellen en relevante regels van financiering toepassen
op een casuspositie; p4
7. de aansprakelijkheidspositie van functionarissen van privaatrechtelijke rechtsvormen analyseren en waarderen; p7
8. de belangrijke structuurwijzigingen (statutenwijziging, omzetting, fusie, splitsing, ontbinding, uitgifte en intrekking van aandelen) van
privaatrechtelijke rechtsvormen en de vereisten voor die structuurwijzigingen toepassen op een casuspositie;
p5
9. analyseren wanneer en op welke wijze individuele aandeelhouders, leden of vennoten van privaatrechtelijke organisatievormen hun
rechten en bevoegdheden kunnen aanwenden;
p3
10. analyseren wanneer en op welke wijze een groep aandeelhouders of leden van privaatrechtelijke organisatievormen hun
minderheidsrechten kunnen aanwenden;
p3
11. het leerstuk van het belang van het concernrecht, het jaarrekeningenrecht en het aansprakelijkheidsrecht toepassen in p6
concernverhoudingen;
12. een procesdossier op het terrein van het ondernemingsrecht analyseren en aan de hand hiervan een schriftelijk stuk (zoals een brief,
notitie, advies) opstellen. prac
, HC 1 -inleiding
Definitie onderneming:
>economische definitie : organisatie van kapitaal en arbeid met activiteit die met
Inhoud hc 1: winstoogmerk wordt uitgevoerd
• wat is een onderneming? >juridische definitie: art 1 wet op de ondernemingsraden.. heel erg ruim > buiten deze wet
• wat regelt heb je er niet zo veel aan. zo heeft ook het Handelsregisterbesluit hun eigen definitie.
ondernemingsrecht? conclusie: onderneming geen vast begrip
• welke ondernemingsvormen
zijn er? Het ondernemingsrecht regelt vooral 3 onderwerpen (3 hoofdthema’s):
1. Hoe steekt de interne structuur van een onderneming in elkaar
•Boek 2 BW >begrip onderneming niet in vermeld gaat Met andere woorden: de juridische organisatie, de
om rechtsvormen van ondernemingen of eco begrip inrichting daarvan. Ondernemingsrecht is dus
nemen of die van het handelsregisterbesluit.
organisatierecht.
•Art. 7A:1655 e.v. BW
•Art. 15-34 WvK 2. Wie mag de onderneming vertegenwoordigen
•Verordeningen en richtlijnen van de Europese Unie (EESV,
SE, SCE en Europese medezeggenschap) >niet
Met andere woorden: wie mogen en wie kunnen voor de onderneming transacties
behandelen! afsluiten
•Handelsregisterwet en Handelsregisterbesluit 3. Hoe zijn de verantwoordelijkheid en de aansprakelijkheid geregeld
•Wet op de ondernemingsraden
•Wet op het financieel toezicht
•Nederlandse Corporate Governance Code (geen Deze onderwerpen zijn verschillend ingericht naar gelang de rechtsvorm
wetgeving); die door een onderneming is gekozen.
•SER-Fusiegedragsregels (geen wetgeving)
niet publiekrechtelijke rechtspersonen behandelen +
inrichting van de kerk > ministeries zijn geen rechtspersonen
onderdeel van de staat >> 1ste 3 punten het belangrijkst
Ondernemingsvorm
, HC 1 -inleiding
2 vragen voor categorieën ondernemingsvormen:
1. aan wie behoort het ondernemingen vermogen toe?
2. is degene die wilt ondernemen in privé aansprakelijk voor
schulden van zijn onderneming?
1. Baas
2. geen verschil
privévermogen en
ondernemingsvermo
gen.
*er kunnen natuurlijk
meerdere mensen
werken in een
eenmanszaak.
beroep uitoefenen = maatschap <>bedrijf uitoefenen= vof, cv
1. Aan alle vennoten gezamenlijk
1. De rechtspersoon 2. zekere scheiding tussen het ondernemingsvermogen en het
>personificatie van een privévermogen namelijk privéschuldeisers kunnen niet naar
het privévermogen van alle vennoten. Terwijl andere
natuurlijk persoon 2:5
zaakschulders dit wel kunnen. ook als failliet gaat gaan de
BW zie je dat staan ondernemingsschuldeisers voor de priveschuldeisers.
2. totale scheiding tussen Dus niet direct aansprakelijk met het privevermogen > bij
het privévermogen en het ontbinden en vereffening dan hebben ook priveschuldeisers een
ondernemingsvermogen. aanspraak want dan verwijnt de onderneming en wordt het
*in boek 2 staan de privevermogen maar die komen pas na de zaakschuldeisers.
rechtspersonen
opgenoemd artikel 2:1
BW artikel 2:2en 2:3BW
, HC 1 -handelsregister
Het Handelsregister is een soort burgerlijke stand voor ondernemingen en rechtspersonen, dat door de Kamer van Koophandel wordt
bijgehouden. sprake van een onderneming ? zie art 8 sub b Handelsregisterwet jo art 2 Handelsregisterbesluit.
Art. 2 aanhef en onder c Hrgw 2007:
“Er is een handelsregister van ondernemingen en rechtspersonen voor het registreren van alle ondernemingen en
rechtspersonen (…).”
Art. 18 lid 1 Hrgw 2007:
“Tot het doen van opgave ter inschrijving in het handelsregister is verplicht degene aan wie een onderneming toebehoort,
of, indien het de inschrijving betreft van een rechtspersoon (…) ieder der bestuurders van de rechtspersoon.”
Inschrijfverplichting bestuurders ook in:
• art. 2:29 (vereniging) De gegevens in het Handelsregister zijn in beginsel openbaar en
• art. 2:53a jo 2:29 (coöperatie/OWM) moet voor iedereen ter inzage zijn (art. 21 en 22 Hrgw).
• art. 2:69/2:180 (NV/BV)
• art. 2:289 (stichting)
BELANGRIJKE ARTIKEL VAN HET HANDELSREGISTER
Derdenbescherming via art. 25 Hrgw 2007:
Art. 25 Hrgw heeft volgens de
2 sancties: Hoge Raad alleen ten doel
• geen beroep tegenover onkundige derden derden te beschermen die
transacties met de onderneming
op ten onrechte niet-ingeschreven feiten afsluiten. Dat is niet het geval
indien vanuit de onderneming
• geen beroep tegenover onkundige derden de onrechtmatige daad wordt
gepleegd.
op onjuist of onvolledig ingeschreven feiten
Degene die het Handelsregister raadpleegt,
moet erop kunnen vertrouwen dat deze
gegevens ook daadwerkelijk correct zijn.
, Jurisprudentie over handelsregister
Damen/Geho (Cafe 't Brouwertje)
Casus: B.V. Geho had een grote partij glaswerk meegegeven aan 2 personen die dit kwamen ophalen namens café ‘t
Brouwertje’. Geho sprak Damen aan tot betaling van het glaswerk. Damen stond in het handelsregister namelijk
ingeschreven als eigenaar van het café (eenmanszaak). Damen bleek het café al enige tijd daarvoor te hebben verkocht.
Hij was vergeten zich uit te schrijven uit het handelsregister. Damen stelde dat hij niets aan Geho was verschuldigd. Geho
had het handelsregister immers pas achteraf geraadpleegd en was de transactie dus niet aangegaan op basis van een
onjuiste veronderstelling die aan de foutieve inschrijving was toe te schrijven.
Rechtsvraag: mag iemand zich (achteraf) beroepen op een feit dat in het handelsregister is ingeschreven, ook al had
hij op het moment van het verrichten van een transactie het handelsregister niet geraadpleegd?
Rechtsregel: De Hoge Raad overwoog dat het belang van het handelsverkeer ertoe noopte dat de
inschrijvingsplichtigen (hier: Damen) aan derden (hier: Geho) de onjuistheid of onvolledigheid van de inschrijving niet
kunnen tegenwerpen – dus de ingeschreven gegevens tegen zich moeten laten gelden –ongeacht of die derden in
vertrouwen op de inschrijving hebben gehandeld dan wel eerst later het handelsregister hebben geraadpleegd. De Hoge
Raad vond het onevenredig belemmerend als iedereen op voorhand het handelsregister zou moeten inzien alleen om een
eventueel beroep op onjuiste inschrijvingen veilig te stellen. Ook zou het bewijs van de raadpleging van het handelsregister
moeilijkheden op kunnen leveren. Uit deze uitspraak vloeit ook voort dat een derde iemand die voor de onderneming als
vertegenwoordiger optreedt voor bevoegd mag houden als zijn bevoegdheid uit het handelsregister blijkt, ook al is hij in
werkelijkheid niet bevoegd en heeft de derde het handelsregister niet geraadpleegd.
Ook de ander kan natuurlijk worden aangesproken moest ook inschrijven ‘degene aan wie de onderneming toebehoort’
25 lid 3
Hrgw
, Probleem 1 ondernemingsvormen
hoofdstuk 1 en 2
Jurisprudentie:
Damen/Geho
Clara Candy
Stichting Diva
Staalbankiers/Elko Management
Dierenartsenpraktijk