Redenen voor economische bloei in de Republiek (de Gouden Eeuw).
• 1. Gespecialiseerde boeren.
• Door de vele veenafgravingen was de grond in de Republiek te nat voor het
verbouwen van graan.
• Boeren gaan zich nu specialiseren in veeteelt en het maken van luxeproducten zoals
boter en kaas.
• 2. De oostzeehandel (of moedernegotie).
• Het graan moest nu ergens anders gehaald worden.
• Hierdoor ontstond een bloeiende handel met de gebieden rondom de Oostzee.
• Deze handel zou de belangrijkste handel in de Gouden Eeuw worden, vandaar de
naam moedernegotie (moeder van alle handel).
• 3. De stapelmarkt.
• Economisch systeem waarbij goederen in pakhuizen worden opgeslagen om later
weer doorverkocht te worden.
• Je koopt dus veel meer in dan nodig slaat de goederen op wacht tot er ergens
tekorten zijn verkoopt de goederen daar met veel winst.
• 4. De val van Antwerpen 1585.
• Tijdens de Nederlandse Opstand wordt Antwerpen ingenomen door de Spanjaarden.
• In een reactie blokkeert de Republiek de waterweg naar Antwerpen, de Schelde.
• Antwerpse handelaren dreigen hun inkomen te verliezen en vluchten massaal naar
de Republiek, gevolgd door de producenten van hun luxegoederen.
• 5. De VOC (Verenigde Oostindische Compagnie).
• Opgericht in 1602 met als doel het handelen in specerijen uit Indië (Azië).
• De VOC kreeg diverse voorrechten van de Republiek om de handel makkelijker te
maken.
• De VOC mocht zelf soldaten hebben, forten bouwen en oorlog voeren.
• De VOC mocht zelf verdragen sluiten in Indië namens de Republiek.
• De VOC kreeg een handelsmonopolie. Zij waren het enige bedrijf uit de
Republiek die handel met Indië mochten drijven (dit voorkwam concurrentie
en leverde dus meer op).
• 6. De WIC (Westindische Compagnie).
• Opgericht in 1621 met als doelen het kapen van Spaanse schepen (tot 1648) en
handelen in de driehoekshandel.
• De WIC kreeg ook voorrechten, maar een stuk minder dan de VOC.
• De WIC kreeg het handelsmonopolie op de driehoekshandel.
1
, Het economisch denken. Kapitalisme.
• Alle vormen van handel en nieuwe ideeën
die werden toegepast door de Republiek
kwamen voort uit het
(handels)kapitalisme.
• Proberen zo veel mogelijk winsten
te halen via investeringen (door
handel).
• Handelaren uit de Republiek bleven hun winsten investeren en konden daardoor enorme
bedragen verdienen.
• Voorbeelden zijn de stapelmarkt en de driehoekshandel.
• Ander voorbeeld is bijvoorbeeld het uitgeven en kopen van aandelen (bij de VOC en
WIC). Zelfs normale burgers konden hierdoor investeren!
Alles voor geld:
• Tijdens de Gouden Eeuw was geld verdienen het belangrijkste. Soms werd daarbij niet
gekeken naar de manier waarop:
• Handelaren dreven grootschalige handel met vijanden van de Republiek (tijdens de
oorlog met Spanje verkochten Nederlandse handelaren zelfs wapens aan Spanje).
• De VOC gebruikte regelmatig grof geweld in Indië om hun zin te krijgen (zoals J.P.
Coen in 1621 die de bevolking van een kleine eilandengroep uitmoordde omdat zij
met andere landen wilde handelen).
• De WIC die aan de slavenhandel deelnam en deze op onmenselijke manieren
vervoerden naar Amerika.
Reacties van andere landen:
• In andere landen worden maatregelen getroffen om de macht van de Republiek te beperken:
• Engeland: 1651 de Act of Navigation.
• Alleen Britse schepen mochten goederen verkopen in Britse havens óf de lading van
het schip moest komen uit het land van herkomst.
• Frankrijk: het mercantilisme (of colbertisme)
• Import beperken tot een minimum en export zo hoog mogelijk krijgen.
• Hoge importheffingen voor buitenlandse handelaren.
2
• 1. Gespecialiseerde boeren.
• Door de vele veenafgravingen was de grond in de Republiek te nat voor het
verbouwen van graan.
• Boeren gaan zich nu specialiseren in veeteelt en het maken van luxeproducten zoals
boter en kaas.
• 2. De oostzeehandel (of moedernegotie).
• Het graan moest nu ergens anders gehaald worden.
• Hierdoor ontstond een bloeiende handel met de gebieden rondom de Oostzee.
• Deze handel zou de belangrijkste handel in de Gouden Eeuw worden, vandaar de
naam moedernegotie (moeder van alle handel).
• 3. De stapelmarkt.
• Economisch systeem waarbij goederen in pakhuizen worden opgeslagen om later
weer doorverkocht te worden.
• Je koopt dus veel meer in dan nodig slaat de goederen op wacht tot er ergens
tekorten zijn verkoopt de goederen daar met veel winst.
• 4. De val van Antwerpen 1585.
• Tijdens de Nederlandse Opstand wordt Antwerpen ingenomen door de Spanjaarden.
• In een reactie blokkeert de Republiek de waterweg naar Antwerpen, de Schelde.
• Antwerpse handelaren dreigen hun inkomen te verliezen en vluchten massaal naar
de Republiek, gevolgd door de producenten van hun luxegoederen.
• 5. De VOC (Verenigde Oostindische Compagnie).
• Opgericht in 1602 met als doel het handelen in specerijen uit Indië (Azië).
• De VOC kreeg diverse voorrechten van de Republiek om de handel makkelijker te
maken.
• De VOC mocht zelf soldaten hebben, forten bouwen en oorlog voeren.
• De VOC mocht zelf verdragen sluiten in Indië namens de Republiek.
• De VOC kreeg een handelsmonopolie. Zij waren het enige bedrijf uit de
Republiek die handel met Indië mochten drijven (dit voorkwam concurrentie
en leverde dus meer op).
• 6. De WIC (Westindische Compagnie).
• Opgericht in 1621 met als doelen het kapen van Spaanse schepen (tot 1648) en
handelen in de driehoekshandel.
• De WIC kreeg ook voorrechten, maar een stuk minder dan de VOC.
• De WIC kreeg het handelsmonopolie op de driehoekshandel.
1
, Het economisch denken. Kapitalisme.
• Alle vormen van handel en nieuwe ideeën
die werden toegepast door de Republiek
kwamen voort uit het
(handels)kapitalisme.
• Proberen zo veel mogelijk winsten
te halen via investeringen (door
handel).
• Handelaren uit de Republiek bleven hun winsten investeren en konden daardoor enorme
bedragen verdienen.
• Voorbeelden zijn de stapelmarkt en de driehoekshandel.
• Ander voorbeeld is bijvoorbeeld het uitgeven en kopen van aandelen (bij de VOC en
WIC). Zelfs normale burgers konden hierdoor investeren!
Alles voor geld:
• Tijdens de Gouden Eeuw was geld verdienen het belangrijkste. Soms werd daarbij niet
gekeken naar de manier waarop:
• Handelaren dreven grootschalige handel met vijanden van de Republiek (tijdens de
oorlog met Spanje verkochten Nederlandse handelaren zelfs wapens aan Spanje).
• De VOC gebruikte regelmatig grof geweld in Indië om hun zin te krijgen (zoals J.P.
Coen in 1621 die de bevolking van een kleine eilandengroep uitmoordde omdat zij
met andere landen wilde handelen).
• De WIC die aan de slavenhandel deelnam en deze op onmenselijke manieren
vervoerden naar Amerika.
Reacties van andere landen:
• In andere landen worden maatregelen getroffen om de macht van de Republiek te beperken:
• Engeland: 1651 de Act of Navigation.
• Alleen Britse schepen mochten goederen verkopen in Britse havens óf de lading van
het schip moest komen uit het land van herkomst.
• Frankrijk: het mercantilisme (of colbertisme)
• Import beperken tot een minimum en export zo hoog mogelijk krijgen.
• Hoge importheffingen voor buitenlandse handelaren.
2