Samenvatting Bouwplan der Gewervelden
Hoorcollege 1 Ongewervelde dieren
De groepen:
- Virussen: DNA/ RNA
- Prokaryoten: DNA zonder celkern
- Eukaryoten: DNA+ celkern+ membraan om kern & aanwezigheid van flagellen
- Prokaryoten: bacteriën en archaeabacteriën
- Eukaryoten: Protisten; dieren; eencelligen; planten en schimmels.
Radiair symmetrisch: meerdere vlakken van spiegeling op het centrale lichaamspunt van het
dier kan aanbrengen.
Tweezijdig symmetrisch/ bilateraal: Kan slechts een vlak van spiegeling op het centrale
lichaamspunt van het dier aanbrengen.
Secundair radiair symmetrisch: tijdens de embryonale ontwikkeling zijn zij tweezijdig
symmetrisch echter op volwassen leeftijd zijn zij radiair symmetrisch.
Protostomia (eerst-mondige)
Ø Spirale klieving, mesoderm is afsplitsing van ectoderm.
Deuterosmia (nieuw-mondige)
Ø Radiale klieving, mesoderm is afsplitsing van endoderm.
è Het verschil in klievingsdelingen wordt mede bepaald door de hoeveelheid dooier
materiaal.
Dipoblast: dieren waarbij het weefsel ontstaan uit 2 kiembladen: ectoderm en endoderm
è Holtedieren (kwallen/sponzen)
Tripoblast: dieren waarbij de weefsels uit 3 kiembladen ontstaat: ectoderm, mesoderm en
endoderm.
è Alle andere dieren.
De kiembladen:
1. Ectoderm:
o Epidermis van de huid
o Bekleding van de mondholte, anus en neusholte
o Zweet- en talgklieren
o Adnexen (nagels, haren, hoorn en schubben)
o Glazuur van tanden en kiezen
o Zenuwstelsel, inclusief sensorische delen van oog, oor en neus
2. Mesoderm
o Skelet en spieren
o Dermis (onderhuid) van de huid
o Onderhuidse schubben en dentine
o Excretie- en geslachtsorganen
, o Bindweefsel
o Mesenterien
o Coeloombekleding
3. Endoderm
o Bekleding darmkanaal en luchtwegen
o Longen
o Secretoire delen van lever en pancreas
o Schildklier, bijschildklier en zwezerik
o Urineblaas en bekleding van urethra.
Bilateria
è Verdere verdeling op basis van de aanwezigheid of afwezigheid van de echte
lichaamsholte (coeloom)
a. A-coelomata: tweezijdig symmetrisch; geen coeloom; massief. VB: platworm.
b. Pseudocoelomata: tweezijdig symmetrisch; blastocoel als lichaamsholte;
mesenterium die de echte lichaamsholte bekleedt en de daarin gelegen
organen omsluit.
c. Eu-coelomata: tweezijdig symmetrisch coeloom; met mesoderm bekleedt.
Analoog= ontstaan van een structuur bij verschillende “groepen” (dieren) die zelf door
convergente evolutie zijn ontstaan.
Homoloog= is een structuur die ontstaan is in een gemeenschappelijke voorouder.
è Homoloog kan ook een structuur zijn die ontstaan tijdens de embryonale
ontwikkeling: mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen, verschillen ontstaan tgv
blootstelling hormonen.
Holtedieren: kwallen & sponzen
Skelet
Functie: beschermt, geeft stevigheid aan het dier en biedt het organisme de mogelijkheid
om spieren aan te laten hechten aan skeletdelen.
- Inwendige skelet (endo-skelet) = bot bij zoogdieren, beenvissen en vele andere.
Kraakbeen bij kraakbeenvissen (haaien en roggen)
- Uitwendig skelet (exo-skelet) = hard omhulsel (calciumcarbonaat bij weekdieren).
Chitine bij geleedpotigen.
- Hydrostatisch skelet= platwormen→interstitiële vloeistof; Rondwormen→
pseudocoeloom; Annelida (ringwormen) →coeloom vloeistof.
Maagdarmstelsel
- Blindzaktype: de darmholte staat slechts via een verbinding met de buitenwereld in
contact. (Coelenteraten; Annelida)
- Buis-in-buis type: mond en anus vormen permanente verbinding met de
buitenwereld (specialisatie van het maagdarmkanaal; overige dieren)
Metamerie:
- Homonome metamerie: metameren of somieten zijn (nagenoeg) identiek.
Hoorcollege 1 Ongewervelde dieren
De groepen:
- Virussen: DNA/ RNA
- Prokaryoten: DNA zonder celkern
- Eukaryoten: DNA+ celkern+ membraan om kern & aanwezigheid van flagellen
- Prokaryoten: bacteriën en archaeabacteriën
- Eukaryoten: Protisten; dieren; eencelligen; planten en schimmels.
Radiair symmetrisch: meerdere vlakken van spiegeling op het centrale lichaamspunt van het
dier kan aanbrengen.
Tweezijdig symmetrisch/ bilateraal: Kan slechts een vlak van spiegeling op het centrale
lichaamspunt van het dier aanbrengen.
Secundair radiair symmetrisch: tijdens de embryonale ontwikkeling zijn zij tweezijdig
symmetrisch echter op volwassen leeftijd zijn zij radiair symmetrisch.
Protostomia (eerst-mondige)
Ø Spirale klieving, mesoderm is afsplitsing van ectoderm.
Deuterosmia (nieuw-mondige)
Ø Radiale klieving, mesoderm is afsplitsing van endoderm.
è Het verschil in klievingsdelingen wordt mede bepaald door de hoeveelheid dooier
materiaal.
Dipoblast: dieren waarbij het weefsel ontstaan uit 2 kiembladen: ectoderm en endoderm
è Holtedieren (kwallen/sponzen)
Tripoblast: dieren waarbij de weefsels uit 3 kiembladen ontstaat: ectoderm, mesoderm en
endoderm.
è Alle andere dieren.
De kiembladen:
1. Ectoderm:
o Epidermis van de huid
o Bekleding van de mondholte, anus en neusholte
o Zweet- en talgklieren
o Adnexen (nagels, haren, hoorn en schubben)
o Glazuur van tanden en kiezen
o Zenuwstelsel, inclusief sensorische delen van oog, oor en neus
2. Mesoderm
o Skelet en spieren
o Dermis (onderhuid) van de huid
o Onderhuidse schubben en dentine
o Excretie- en geslachtsorganen
, o Bindweefsel
o Mesenterien
o Coeloombekleding
3. Endoderm
o Bekleding darmkanaal en luchtwegen
o Longen
o Secretoire delen van lever en pancreas
o Schildklier, bijschildklier en zwezerik
o Urineblaas en bekleding van urethra.
Bilateria
è Verdere verdeling op basis van de aanwezigheid of afwezigheid van de echte
lichaamsholte (coeloom)
a. A-coelomata: tweezijdig symmetrisch; geen coeloom; massief. VB: platworm.
b. Pseudocoelomata: tweezijdig symmetrisch; blastocoel als lichaamsholte;
mesenterium die de echte lichaamsholte bekleedt en de daarin gelegen
organen omsluit.
c. Eu-coelomata: tweezijdig symmetrisch coeloom; met mesoderm bekleedt.
Analoog= ontstaan van een structuur bij verschillende “groepen” (dieren) die zelf door
convergente evolutie zijn ontstaan.
Homoloog= is een structuur die ontstaan is in een gemeenschappelijke voorouder.
è Homoloog kan ook een structuur zijn die ontstaan tijdens de embryonale
ontwikkeling: mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen, verschillen ontstaan tgv
blootstelling hormonen.
Holtedieren: kwallen & sponzen
Skelet
Functie: beschermt, geeft stevigheid aan het dier en biedt het organisme de mogelijkheid
om spieren aan te laten hechten aan skeletdelen.
- Inwendige skelet (endo-skelet) = bot bij zoogdieren, beenvissen en vele andere.
Kraakbeen bij kraakbeenvissen (haaien en roggen)
- Uitwendig skelet (exo-skelet) = hard omhulsel (calciumcarbonaat bij weekdieren).
Chitine bij geleedpotigen.
- Hydrostatisch skelet= platwormen→interstitiële vloeistof; Rondwormen→
pseudocoeloom; Annelida (ringwormen) →coeloom vloeistof.
Maagdarmstelsel
- Blindzaktype: de darmholte staat slechts via een verbinding met de buitenwereld in
contact. (Coelenteraten; Annelida)
- Buis-in-buis type: mond en anus vormen permanente verbinding met de
buitenwereld (specialisatie van het maagdarmkanaal; overige dieren)
Metamerie:
- Homonome metamerie: metameren of somieten zijn (nagenoeg) identiek.