Bewegingsapparaat
Bewegingsapparaat:
- Skelet (passief)
Voor stevigheid
- Spieren (actief)
Gaat het meeste energie naar toe
Kan je trainen
Functies bewegingsapparaat:
- Beweging
- Bescherming
Voor je organen in je borstkas (voornamelijk hart en longen)
Je schedel beschermt je hersenen
- Aanmaak bloedcellen
In je beenmerg
- Vorm, stevigheid, houding
bijv. Doormiddel van spieren, botten en pezen.
Botten:
- pijpbeenderen
- platte beenderen
- overige
pijpbeenderen:
- ledematen
- voortbeweging
- lang, rond
- botvlies periost (velletje dat rondom je bot zit)
- beenschors (buitenkant van het bot)
- beenmerg ‘holte’ rood-geel
rood = aanmaken van rode bloedcellen (bloedvormende cellen)
geel = vet in het beenmerg
jonge dieren: voornamelijk rood beenmerg
er moet veel nieuw bloed worden aangemaakt
oude dieren: voornamelijk geel beenmerg
,pijpbeenderen:
- epifyse - boven en onderkant van de pijpbeender
- epifysairschijf groeischijf - bij jonge dieren
- metafyse - boven en onderkant van de pijpbeender
onder de epifyse
- diafyse - het midden van de pijpbeender
- kraakbeen - aan de gewricht vlaktes van de
pijpbeenderen
- compacta - is dicht botweefsel, sterk (vaak midden in
waar de druk van een kant komt)
- spongiosa - sponsachtig (vaak aan de uiteindes waar
de druk van meerdere kanten komt)
platte beenderen:
- schouderblad, schedel, bekken, ribben
- bescherming
- groot, breed, plat
- spieraanhechting
- aanmaak bloedcellen
overige beenderen:
- wervels, hand- en voerwortelbeentjes, sesambeentjes
- vorm divers, vaak kubus.
botverbindingen:
1. Onbewegelijk
2. weinig bewegelijk
3. bewegelijk
4. gewrichten
- onbeweeglijk: schedel, bekken
synostose (samen)
= de vergroeiing van de verschillende botdelen.
fontanel
chihuahua: sluit de fontanel soms niet doordat de schedel te klein is voor
de hersenen.
- Weinig bewegelijk:
Rib-borstbeen (kraakbeen)
Wervels: tussenwervelschijf (kraakbeen)
Bekken/ onderkaak: symphyse = de bindweefselverbinding (bindweefsel)
- Bewegelijk
Bijv. Schouderblad- rib doormiddel van spieren
- Gewrichten
,Gewricht:
- Gewrichtskop
- Gewrichtskom
- Gewrichtsspleet
- Gewrichtsvlakken
- Gewrichtskapsel
- Synovia gewrichtsvloeistof
- Gewrichtsbanden - buiten je gewricht behalve in je knie
- Skeletspieren.
Soorten gewichten:
- Scharnier gewricht
- Kogel gewricht - belangrijk bijv. Schouder, heup
- Rol gewricht - bijv. De beweging tussen je ellepijp en spaakbeen.
- Zadel gewricht - bijv. Je duim
- Draai gewricht - bijv. Je beweging van je hoofd.
- Straf gewricht - bijv. Tussen je botjes in de pols.
Kniegewricht:
skelet indeling naar functie:
- Schedel -bescherming
- Wervelkolom
- Borstkas
- Schoudergordel
- Voorpoot
- Bekkengordel
- Achterpoot
Schedel:
- Functie: bescherming
- Hersenschedelbeenderen: omgeven
je hersenen
- Aangezichtsbeenderen: omgeven
mond en neusholte (snuit)
- Sinussen
Holtes met lucht in je botten
- Foramen occipitale magnum achterhoofdsgat.
Loopt je ruggenmerg doorheen. Zorgt voor de verbinding met je hersenen.
Verschillende schedels: aangezichten
- Mesocephaal - normale snuitlengte
- Brachysephaal - korte snuit
, - Dolichocephaal - lange snuit
Wervelkolom:
7-14-7-3- staart (20-23)
- wervel vertebra (-ae)
- hals - 7 wervels
- borst hond en kat hebben er 13
- lende 7 wervels
- heiligbeen 3 wervels (vergroeid)
- staart meestal 20 tot 23 wervels
wervelkolom (vervolg):
- Per gewricht weinig beweging : door vele gewrichten als geheel wel
bewegelijk.
- Functie:
- Draagt het lichaam
- Beschermt ruggenmerg
Wervel:
- Wervellichaam
- Wervelboog (hier loopt het ruggenmerg doorheen)
- Tussenwervelschijf
Annulus fibrosus buitenring
Nucleus pulposus de kern
Eerste twee halswervels:
- Atlas ‘ja’ knikken
- Draaier ‘nee’ knikken
- Bij een hernia:
Schiet de kern van de tussenwervelschijf naar boven en die druk op het
ruggenmerg.
Wervels:
- Heiligbeen sacrum: 3 sacrumgestelde wervels.