Inleiding in de psychologie hoorcollege 2:
Persoonlijkheid= psychologische kenmerken die een zekere continuïteit verlenen aan het
gedrag van een individu in verschillende situaties en verschillende momenten
Persoonlijkheid: worden gevormd door, Biologie en evolutie, Ontwikkeling, Nurture
(omgeving)en Sociale netwerken en cultuur.
Big five= vijf dominante persoonlijkheidsfactoren waarmee je de persoonlijkheid van iemand
kan beschrijven. De karaktertrekken kunnen als posities op een bepaald continuüm worden
gezet. Neuroticisme versus stabiliteit.
=) hier ligt de nadruk op motivationele en emotionele componenten van de
persoonlijkheid, niet op IQ, vaardigheden en creativiteit.
Psycho-analyse van Freud= is een theorie persoonlijkheid van Freud en de methode die hij
toepaste in de behandeling bij psychische stoornissen.
=) vergelijk de menselijke geest met een ijsberg. Slechts een klein deel, het ego is zichtbaar,
terwijl de grote massa van het onbewuste zich onder de oppervlakte bevindt.
Voorbewuste niveau= superego: zowel onbewust als bewuste. Normen en waarden, ons
geweten.
Id= onbewust, primitieve behoeften, driften en insticten (lustprincipe)
Ego= bewust, rationeel, sluit compromissen
Ego-afweermechanismen= voornamelijk onbewuste psychische strategie die gebruikt wordt
om de ervaring van een conflict of angst verzachten. Men wil zich in harmonie voelen.
- Verdringing: heftige ervaring (doen alsof het er niet is) wegstoppen
- Ontkenning:
- Rationalisatie: afvlakken, minder erg maken
- Reactieformatie: conflict met gedachten en wat ze hebben geleerd.
- Verschuiving: probleem afreageren op dierbare terwijl daar niet het probleem is
- Regressie: iets tegen je wil in moet doen ga je heel kinderachtig reageren
- Sublimatie: doordat ze geen liefde krijgt met extreme mate op iets anders focussend
- Projectie: je vindt andere interessant, maar vind het niet leuk als je partner dat ook
vindt
Persoonlijkheid= psychologische kenmerken die een zekere continuïteit verlenen aan het
gedrag van een individu in verschillende situaties en verschillende momenten
Persoonlijkheid: worden gevormd door, Biologie en evolutie, Ontwikkeling, Nurture
(omgeving)en Sociale netwerken en cultuur.
Big five= vijf dominante persoonlijkheidsfactoren waarmee je de persoonlijkheid van iemand
kan beschrijven. De karaktertrekken kunnen als posities op een bepaald continuüm worden
gezet. Neuroticisme versus stabiliteit.
=) hier ligt de nadruk op motivationele en emotionele componenten van de
persoonlijkheid, niet op IQ, vaardigheden en creativiteit.
Psycho-analyse van Freud= is een theorie persoonlijkheid van Freud en de methode die hij
toepaste in de behandeling bij psychische stoornissen.
=) vergelijk de menselijke geest met een ijsberg. Slechts een klein deel, het ego is zichtbaar,
terwijl de grote massa van het onbewuste zich onder de oppervlakte bevindt.
Voorbewuste niveau= superego: zowel onbewust als bewuste. Normen en waarden, ons
geweten.
Id= onbewust, primitieve behoeften, driften en insticten (lustprincipe)
Ego= bewust, rationeel, sluit compromissen
Ego-afweermechanismen= voornamelijk onbewuste psychische strategie die gebruikt wordt
om de ervaring van een conflict of angst verzachten. Men wil zich in harmonie voelen.
- Verdringing: heftige ervaring (doen alsof het er niet is) wegstoppen
- Ontkenning:
- Rationalisatie: afvlakken, minder erg maken
- Reactieformatie: conflict met gedachten en wat ze hebben geleerd.
- Verschuiving: probleem afreageren op dierbare terwijl daar niet het probleem is
- Regressie: iets tegen je wil in moet doen ga je heel kinderachtig reageren
- Sublimatie: doordat ze geen liefde krijgt met extreme mate op iets anders focussend
- Projectie: je vindt andere interessant, maar vind het niet leuk als je partner dat ook
vindt