Blok 4: Preventie en Zelfmanagement
Alle vakken
Door: Chris Langeveld
CGO
AFPF
VTV
OO
, CGO
Casus 1: Noor (Deel 1 en 2)
ICF-model
ICF International Classification of Functioning (Disability of Health).
Het ICF = Beschrijft het functioneren van mensen + de factoren die daarop van invloed zijn.
Het omschrijft hoe mensen omgaan met hun gezondheidstoestand.
Lichamelijk functioneren (Stoornis):
- Fysiologische en mentale functies
- Anatomische eigenschappen = bouw van
het lichaam.
Activiteiten (Beperking):
- Menselijk handelen activiteiten in het
dagelijks leven.
- Is iemand in staat voor ADL en IADL?
Participatie (Probleem):
- Is iemand in staat om deel te nemen aan
het maatschappelijke leven? (Werk,
contacten onderhouden)
Externe factoren:
- Factoren buiten het individu
Wetgeving, inrichting van de gebouwen.
Persoonlijke factoren:
- Leeftijd, opvoeding, achtergrond, geslacht (persoonsgebonden).
Gezonde school - aanpak
Een gezonde school besteedt tijd en aandacht voor gezondheid zo effectief mogelijk.
De Gezonde School-aanpak = Helpt planmatig en structureel te werken aan gezondheid en
de gezonde leefstijl van leerlingen.
4 pijlers van de Gezonde School-aanpak:
1. Educatie In de lessen aandacht voor gezondheid.
2. Signaleren Gezondheidsproblemen worden gesignaleerd.
, 3. Schoolomgeving Gezond gedrag wordt gestimuleerd in de sociale en fysieke
omgeving.
4. Beleid Maatregelen voor gezondheid zijn vastgelegd in het schoolbeleid.
Begrippen
Prevalentie = Kijkt naar bestaande gevallen (het hele plaatje in het algemeen)
Geeft aan hoeveel gevallen er zijn op een bepaald tijdstip.
Is belangrijk om te weten hoeveel geneesmiddelen je moet voorzien.
Incidentie = Kijkt naar nieuwe gevallen.
Geeft de snelheid weer waarmee de ziekte zich zal ontwikkelen.
Geeft aan of de epidemie snel of traag evolueert.
Gezondheidsindicatoren
1. Mortaliteit = sterftecijfer (aantal individuen in een populatie, dat is een bepaalde tijd
sterft)
2. Morbiditeit = frequentie van het voorkomen van een bepaalde ziekte in een totale
bevolking
3. Ervaren gezondheid = hoe de gezondheid wordt ervaren
4. Multimorbiditeit = De aanwezigheid van twee of meer chronische aandoeningen,
waarbij de ene aandoening niet meer centraal staat dan een andere:
Bijvoorbeeld Overgewicht en diabetes
5. Sociaal economische status
6. Ziekteverzuim = Het niet verschijnen op het werk van een werknemer of meerdere
werknemers, wegens ziekte.
Preventie begrippen
Universele preventie = Richt zich op de gezonde bevolking (of delen daarvan) en
bevordert en beschermt de gezondheid van de bevolking.
- Bijvoorbeeld: De bewaking van de kwaliteit van het drinkwater of het
Rijksvaccinatieprogramma.
Selectieve preventie = Richt zich op bevolkingsgroepen met een verhoogd risico en
voorkomt dat personen met één of meerdere risicofactoren voor een bepaalde aandoening,
daadwerkelijk ziek worden.
- Bijvoorbeeld: De griepprik voor ouderen of een bevolkingsonderzoek naar
borstkanker.
Geïndiceerde preventie = Richt zich op mensen met beginnende klachten en voorkomt
dat beginnende klachten verergeren tot een aandoening.
- Bijvoorbeeld: Een beweegprogramma voor mensen met lage rugklachten of een
online groepscursus voor jongeren die last hebben van depressieve klachten.
, Zorggerichte preventie = Het voorkomen dat een bestaande aandoening leidt tot
complicaties, beperkingen, een lagere kwaliteit van leven of sterfte.
- Bijvoorbeeld: Valpreventie, zoals bewegen.
Intervention mapping
Intervention mapping = voor planmatig, systematisch en onderbouwd werken in de
verpleegkunde:
- Verpleegproces Individuele zorgverlening.
- Intervention mapping Gezondheidsbevordering van groepen. Interventies ontwikkelen.