Bijeenkomst 1:
De zes perspectieven:
Biologisch perspectief
Cognitief perspectief
Behavioristische perspectief
Perspectieven van de gehele persoon
Ontwikkelingsperspectief
Socio-culturele perspectief
1. Biologisch perspectief:
Het perspectief dat de oorzaken van het gedrag zoekt in het functioneren van de
genen, de hersenen en het hormoonstelsel en zenuwstelsel. Is het genetisch bepaald
of zit het bij de hersenen. Oplossing: angst-signaal niet doorgeven aan de hersenen.
Te patiënt helpen te ontspanning. Niet altijd een oplossing, maar wel een verklaring.
2. Cognitieve perspectief:
Gedrag word bepaald door interpretaties/ gedachten over onze omgeving. De angst
word veroorzaakt door de gedachten over de situatie en niet door de situatie zelf.
Het gedrag word bepaald door de gedachten. Oplossing: onderzoek: welke
gedachten heb ik. En veranderen: kloppen deze gedachten wel. De irrationele
gedachten aanpakken.
3. Behavioristische perspectief:
Gedrag ontstaat als reactie op stimuli uit de omgeving afhankelijk van de
consequenties van die reactie. Een eerder prikkel zorgt voor een angst om die prikkel
nog een keer mee te maken en daardoor ontstaat de angst. Stimilus -> Respons ->
leren. De angst is aangeleerd door een negatieve ervaring. leren is niet altijd positief.
Oplossing is afleren door er nog een keer aan bloodgesteld te worden en minder
angstig te worden. Systematische desensisatie: het door blootstelling steeds minder
gevoelig worden voor een prikkel.
4. Ontwikkelingsperspectief:
Gedrag word bepaald door interactie tussen erfelijke eigenschappen en onze
omgeving. Nature/nurture – debat. Wat is de invloed van onze aangeboren genen en
het aangeleerde. Als je vader verslaafd is ben je genetisch bepaald ook gevoelig,
maar daarnaast zie je je vader als gewoonte hebben dat zijn vader dat deed, maar ga
, je dit dan ook doen. Oplossing het opgroeien van een eeneiige tweelingen in
verschillende omgevingen
5. Socioculturele perspectief:
Gedrag word bepaald door de sociale en/of de cultuur waarin je je bevindt (kracht
van de situatie). Hoe je omgeving ergens op reageert. Zie je altijd iemand die ergens
bang voor is ga je hier ook hetzelfde op reageren. Artsen en verpleegkundige kunnen
dit ook reageren. Artsen gaan zich anders gedragen. Je gedraagt je anders dan
verwacht word.
Bijeenkomst 2:
6. Perspectieven van de gehele persoon:
Psychologische kenmerken die een zekere continuïteit verlenen aan het gedrag van
een individu. De samenwerking van alle andere perspectieven maken jou
persoonlijkheid. De nurture, nature, ontwikkeling en sociale netwerken en cultuur.
Maken samen jouwn persoonlijkheid.
Big five: Vijf dominante persoonlijkheidsfactoren waarmee je de persoonlijkheid van iemand
kan beschrijven. De karaktertrekken kunnen als posities op een bepaald continuüm worden
gezet. Het gaat meer over motivatie en emoties dan over vaardigheden en iq.
De vijf karaktertrekken:
Karaktertrek Dimensie Karaktertrek
Open-nieuwsgierig Openheid Gesloten-ongeïnterseerd
Betrouwbaar-ordelijk Conscientieusheid Onbetrouwbaar – chaotisch
Extravert – dominant Extraversie Ondergeschikt – introvert
Warm – vertrouwend Aangenaamheid Koel – achterdochtig
Gelijkmatig – zelfverzekerd Neurotiscisme Nerveus - temperamentvol
Je krijgt op de toets casussen. En welke persoonlijkheidsdimensie past hierbij en welke
karaktertrek past hierbij.
Casus letitia.
Psycho-analyse van Freud:
De psycho-analyse of psychoanalytische theorie is een persoonlijkheidstheorie van Freud en
de methode die hij toepaste in de behandeling bij psychische stoornissen. Freud zag de geest
als een ijsberg. Onbewuste niveau id, het voorbewuste niveau superego, bewuste niveau
Ego. Id: onbewust, primitieve behoeften, driften en instincten (lustprincipe). Superego:
normen en waarden; ons ‘geweten’. Ego: Bewust, rationeel, sluit compromissen.