Verwante klinische termen hoofdstuk 15 het
ademhalingsstelsel
Anoxie: Zuurstofgebrek in een weefsel.
Apneu: Het stoppen van de ademhaling.
Astma: Een acute ademhalingsaandoening die wordt gekenmerkt door een ongewoon gevoelige,
prikkelbare luchtwegen.
Atelectase: Een ingeklapte long.
Bronchitis: Ontsteking in de bekleding van de bronchiën.
Bronchoscoop: Een glasvezelbundel die zo dun is dat hij in de trachea en de fijnere luchtwegen kan
worden ingebracht; de procedure wordt een bronchoscopie genoemd.
Chronische luchwegobstructie (COPD of chronic obstructive pulmonary disease): een aandoening
die wordt gekenmerkt door chronische bronchitis en een chronische blokkade in de luchtwegen.
Cystische fibrose (CF): een dodelijke, erfelijke ziekte die relatief veel voorkomt; het slijm in de
ademhalingsorganen wordt te dik om gemakkelijk te kunnen worden getransporteerd, waardoor
ademhalingsproblemen ontstaan.
Dyspneu: Ademnood, kortademigheid.
Emfyseem: Een chronische, progressieve aandoening die wordt gekenmerkt door kortademigheid en
het onvermogen tot lichamelijke inspanning doordat de luchtruimten in de longen zijn vergroot.
Epistaxis: Een neusbloeding
Hyalienemembranenziekte: Een aandoening die ontstaat doordat onvoldoende surfactant wordt
gevormd; hierdoor worden de alveoli ineengedrukt.
Hypercapnie: Een abnormaal hoge koolstofdioxide concentratie in het bloed.
Hypocapnie: Een abnormaal lage koolstofdioxide concentratie in het bloed.
Hypoxie: Een lage zuurstofconcentratie in een weefsel.
Influenza: Een virale infectie van de luchtwegen; griep.
Longembolie: Blokkade van een tak van een a. pulmonalis, meestal door een bloedstolsel (trombus),
waardoor de bloedtoevoer naar een groep longtrechtertjes en/of alveoli is onderbroken.
Pleuritis: Ontsteking van de pleura en afgifte van grote hoeveelheden pleuravocht.
Pneumonie of longontsteking: Een aandoening van het ademhalingsstelsel die wordt gekenmerkt
door het lekken van vloeistof in de alveoli en/of opzwelling en vernauwing van de bronchiolen.
Pneumothorax of klaplong: Het binnekomen van lucht in de pleuraholte.
Tracheostomie: Het inbrengen van een buis direct in de trachea (luchtpijp) voorbij de larynx indien
die is geblokkeerd of beschadigd.
ademhalingsstelsel
Anoxie: Zuurstofgebrek in een weefsel.
Apneu: Het stoppen van de ademhaling.
Astma: Een acute ademhalingsaandoening die wordt gekenmerkt door een ongewoon gevoelige,
prikkelbare luchtwegen.
Atelectase: Een ingeklapte long.
Bronchitis: Ontsteking in de bekleding van de bronchiën.
Bronchoscoop: Een glasvezelbundel die zo dun is dat hij in de trachea en de fijnere luchtwegen kan
worden ingebracht; de procedure wordt een bronchoscopie genoemd.
Chronische luchwegobstructie (COPD of chronic obstructive pulmonary disease): een aandoening
die wordt gekenmerkt door chronische bronchitis en een chronische blokkade in de luchtwegen.
Cystische fibrose (CF): een dodelijke, erfelijke ziekte die relatief veel voorkomt; het slijm in de
ademhalingsorganen wordt te dik om gemakkelijk te kunnen worden getransporteerd, waardoor
ademhalingsproblemen ontstaan.
Dyspneu: Ademnood, kortademigheid.
Emfyseem: Een chronische, progressieve aandoening die wordt gekenmerkt door kortademigheid en
het onvermogen tot lichamelijke inspanning doordat de luchtruimten in de longen zijn vergroot.
Epistaxis: Een neusbloeding
Hyalienemembranenziekte: Een aandoening die ontstaat doordat onvoldoende surfactant wordt
gevormd; hierdoor worden de alveoli ineengedrukt.
Hypercapnie: Een abnormaal hoge koolstofdioxide concentratie in het bloed.
Hypocapnie: Een abnormaal lage koolstofdioxide concentratie in het bloed.
Hypoxie: Een lage zuurstofconcentratie in een weefsel.
Influenza: Een virale infectie van de luchtwegen; griep.
Longembolie: Blokkade van een tak van een a. pulmonalis, meestal door een bloedstolsel (trombus),
waardoor de bloedtoevoer naar een groep longtrechtertjes en/of alveoli is onderbroken.
Pleuritis: Ontsteking van de pleura en afgifte van grote hoeveelheden pleuravocht.
Pneumonie of longontsteking: Een aandoening van het ademhalingsstelsel die wordt gekenmerkt
door het lekken van vloeistof in de alveoli en/of opzwelling en vernauwing van de bronchiolen.
Pneumothorax of klaplong: Het binnekomen van lucht in de pleuraholte.
Tracheostomie: Het inbrengen van een buis direct in de trachea (luchtpijp) voorbij de larynx indien
die is geblokkeerd of beschadigd.