Samenvatting Risico & Rendement
HOOFDSTUK 1
1.1 Risico en onzekerheid
● Risico: de verwachte schade van een gebeurtenis.
- Risico = kans op schade x schade
● Omvang van een risico wordt beïnvloed door de 2 onderdelen waaruit risico bestaat:
1. De kans op een gebeurtenis;
2. De schade als gevolg van die gebeurtenis.
● Het inschatten van risico gaat gepaard met onzekerheid:
- Dit heeft gevolgen voor de keuzes die mensen maken;
- Als een risico verkeerd wordt ingeschat, worden er verkeerde keuzes gemaakt.
● Om een risico goed in te schatten is informatie nodig:
- Hoe meer informatie, hoe beter je het risico kunt inschatten.
1.2 Vrijwillig en onvrijwillig risico
● 2 soorten risico’s:
1. Vrijwillige risico’s: risico’s die iemand bewust neemt.
2. Onvrijwillige risico’s: risico’s die niet te vermijden zijn; ze worden niet bewust
genomen en moet iedereen mee leven.
1.3 Risicoaversie
● Risicoavers: afkerigheid van risico.
- Iemand die risicoavers is kiest het zekere voor het onzekere:
Bij 2 onzekere situaties met dezelfde verwachte opbrengst kiest een risicoavers
persoon voor de situatie met het laagste risico.
> Altijd een afweging tussen de verwachte opbrengst en het bijbehorende risico.
● Verwachte opbrengst: gemiddelde opbrengst - gemiddelde kosten.
, HOOFDSTUK 2
2.1 Een risico verzekeren
● Risicoaverse mensen vermijden risico’s als het kan:
- Bij vrijwillige risico’s neem je het risico als je het niet wilt nemen;
- Onvrijwillige risico’s zijn echter onvermijdelijk.
● Om van onvrijwillige risico’s af te komen moet je verzekeren.
● Verzekeren:
- Groep mensen verzamelen die aan hetzelfde onvrijwillige risico blootgesteld staan.
- Het idee van verzekeren is dat het totale risico van tevoren door de gehele groep
wordt betaald.
● Totale risico: verwachte schade van de groep als geheel:
- Totaal risico = kans op schade x schade x aantal mensen
● Verzekeringspremie: prijs van een verzekering; waarde van het risico:
- Premie = totaal risico / aantal mensen = waarde van risico.
● Iemand die zich verzekert loopt geen risico meer, maar betaalt alleen de premie met
zekerheid.
● Een risicoavers persoon zal zich altijd verzekeren.
- Risicoavers persoon weegt mogelijke winst niet op tegen het bijbehorende risico;
Zolang de kosten van wel en niet verzekeren gelijk zijn, zal een risicoavers persoon
voor de laagste risico kiezen: wel verzekeren.
2.2 De markt van verzekeraars
● Verzekeringen worden aangeboden door verzekeringsmaatschappijen;
verzekeraars.
- Verzekeraars bieden allemaal een verzekering aan die in de ogen van de consument
verschillend zijn.
● Markt van verzekeraars: heterogeen oligopolie of monopolistische
concurrentie:
- Marktvorm hangt af van het type verzekering: per “onderdeel” verschillend
aantal aanbieders.
● De schades die een verzekering dekt staan in de verzekeringspolis; verzekering.
- Verzekering is een contract tussen de aanbieder, de verzekeraar, en de vrager, de
verzekeringnemer.
- Verzekeraar biedt bij een verzekering een polis aan met bijbehorende premie.
HOOFDSTUK 1
1.1 Risico en onzekerheid
● Risico: de verwachte schade van een gebeurtenis.
- Risico = kans op schade x schade
● Omvang van een risico wordt beïnvloed door de 2 onderdelen waaruit risico bestaat:
1. De kans op een gebeurtenis;
2. De schade als gevolg van die gebeurtenis.
● Het inschatten van risico gaat gepaard met onzekerheid:
- Dit heeft gevolgen voor de keuzes die mensen maken;
- Als een risico verkeerd wordt ingeschat, worden er verkeerde keuzes gemaakt.
● Om een risico goed in te schatten is informatie nodig:
- Hoe meer informatie, hoe beter je het risico kunt inschatten.
1.2 Vrijwillig en onvrijwillig risico
● 2 soorten risico’s:
1. Vrijwillige risico’s: risico’s die iemand bewust neemt.
2. Onvrijwillige risico’s: risico’s die niet te vermijden zijn; ze worden niet bewust
genomen en moet iedereen mee leven.
1.3 Risicoaversie
● Risicoavers: afkerigheid van risico.
- Iemand die risicoavers is kiest het zekere voor het onzekere:
Bij 2 onzekere situaties met dezelfde verwachte opbrengst kiest een risicoavers
persoon voor de situatie met het laagste risico.
> Altijd een afweging tussen de verwachte opbrengst en het bijbehorende risico.
● Verwachte opbrengst: gemiddelde opbrengst - gemiddelde kosten.
, HOOFDSTUK 2
2.1 Een risico verzekeren
● Risicoaverse mensen vermijden risico’s als het kan:
- Bij vrijwillige risico’s neem je het risico als je het niet wilt nemen;
- Onvrijwillige risico’s zijn echter onvermijdelijk.
● Om van onvrijwillige risico’s af te komen moet je verzekeren.
● Verzekeren:
- Groep mensen verzamelen die aan hetzelfde onvrijwillige risico blootgesteld staan.
- Het idee van verzekeren is dat het totale risico van tevoren door de gehele groep
wordt betaald.
● Totale risico: verwachte schade van de groep als geheel:
- Totaal risico = kans op schade x schade x aantal mensen
● Verzekeringspremie: prijs van een verzekering; waarde van het risico:
- Premie = totaal risico / aantal mensen = waarde van risico.
● Iemand die zich verzekert loopt geen risico meer, maar betaalt alleen de premie met
zekerheid.
● Een risicoavers persoon zal zich altijd verzekeren.
- Risicoavers persoon weegt mogelijke winst niet op tegen het bijbehorende risico;
Zolang de kosten van wel en niet verzekeren gelijk zijn, zal een risicoavers persoon
voor de laagste risico kiezen: wel verzekeren.
2.2 De markt van verzekeraars
● Verzekeringen worden aangeboden door verzekeringsmaatschappijen;
verzekeraars.
- Verzekeraars bieden allemaal een verzekering aan die in de ogen van de consument
verschillend zijn.
● Markt van verzekeraars: heterogeen oligopolie of monopolistische
concurrentie:
- Marktvorm hangt af van het type verzekering: per “onderdeel” verschillend
aantal aanbieders.
● De schades die een verzekering dekt staan in de verzekeringspolis; verzekering.
- Verzekering is een contract tussen de aanbieder, de verzekeraar, en de vrager, de
verzekeringnemer.
- Verzekeraar biedt bij een verzekering een polis aan met bijbehorende premie.