H1 t/m H3
HOOFDSTUK 1 Samenvatting - Het bbp
● Het Bruto Binnenlands Product (bbp): de totale geldwaarde van alle in een land
geproduceerde goederen en diensten gedurende een bepaalde periode, dus op
grondgebied.
- Maatstaf voor de omvang van een economie.
- Nationaal product: geproduceerd door NL bedrijven, waar ook ter wereld.
● Produceren gebeurt met behulp van 4 productiefactoren waarvoor een vergoeding
wordt betaald:
Productiefactor Vergoeding
(= Primaire inkomen)
Kapitaal (goederen) Rente
Arbeid Loon
Natuur/gebouw Pacht/huur
Ondernemingsactiviteit Winst
BEPALEN VAN HET BBP
● Primaire inkomens: de beloning voor de inzet van de productiefactoren (loon, rente,
huur, pacht en winst).
- Het geld dat met de productie van goederen en diensten wordt verdiend wordt
uitgekeerd in de vorm van primaire inkomens.
- Totale productiewaarde / toegevoegde waarde = som van primaire inkomens (=
het bruto binnenlands inkomen).
● Hierdoor 3 manieren om bbp te bepalen:
Methode Omschrijving
1. Objectieve ● Optellen van de toegevoegde waarde van bedrijven en de
methode overheid:
- Bedrijven: toegevoegde waarde = omzet - totale kosten van
leveringen van derden.
- Overheid: toegevoegde waarde = som van ambtenarensalarissen
(want er zijn geen marktprijzen voor overheidsproducten).
, 2. Subjectieve ● Optellen van primaire inkomens:
methode - Bruto binnenlands inkomen = som van primaire inkomens.
3. Bestedings ● Optellen van bestedingen van gezinnen, bedrijven en de
methode overheid bij binnenlandse bedrijven:
- Y=C+I+O+E-M
● Toegevoegde waarde (= productiewaarde):
- Verkoopopbrengst - inkoop van andere bedrijven (derden).
- Of optelsom van primaire inkomens.
● Winst:
- Verkoopopbrengst - inkoop van andere bedrijven - alle andere kosten.
● Toegevoegde waarde ≠ winst, maar winst is een deel van de
toegevoegde waarde.
● Afschrijvingen: geld dat je opzij moet zetten om kapitaalgoederen te vervangen.
● Informele economie: economische activiteiten - zoals huishoudelijke taken en zwart
werken. - geen belasting over betaald / niet worden geregistreerd.
- Wordt niet gemeten door CBS en komen dus niet tot uitdrukking in bbp.
VAN BBP NAAR ECONOMISCHE GROEI
● Economische groei: verandering van het reële bbp per hoofd van de bevolking en
dat dus rekening houdt met:
Omschrijving
1. (Nominale) bbp - Houdt niet rekening met inflatie.
2. Inflatie ● Stijging van het algemene prijspeil:
- Koopkracht is afhankelijk van inflatie.
● Reële verandering (%) = nominale verandering (%) -
inflatie (%)
3. Het aantal ● Hoe groter aantal inwoners, hoe kleiner eigk bbp.
inwoners - Overigens houdt bbp per hoofd geen rekening met het
aantal uren dat daarvoor gewerkt moet worden.
, BREDE WELVAART
Soort maatstaf welvaart Omschrijving
1. Bbp / welvaart in enige ● Slechts een maatstaf voor de omvang van de
zin economie.
- Alleen materiële welvaart (consumptie van
goederen en diensten).
- Welvaart draait om veel meer dan de omvang van
de economie.
2. Bbp per hoofd ● Houdt rekening met hoeveelheid bevolking.
- Niet met aantal gewerkte uren daarvoor.
3. Brede welvaart / welvaart ● Houdt rekening met materiële welvaart en andere
in ruime zin schaarse middelen (vrije tijd, milieu, leefomgeving,
veiligheid, ongelijkheid en infrastructuur).
- Gemeten met behulp van Human Development
Index (HDI).
>Samengestelde index van levensverwachting,
onderwijs en bbp en ongelijkheid daarin.
4. Groen bbp ● Houdt alleen rekening met milieu:
- Groen bbp = bbp - waarde van schade aan