Paragraaf 1: Introductie
- Sommige krachten werken op afstand, andere krachten werken alleen als er contact
is tussen de 2 voorwerpen.
- Als er 2 of meer krachten op een voorwerp werken, vind je de nettokracht door
constructie.
- Nettokracht: de resulterende kracht van de verschillende krachten op het
voorwerp.
Paragraaf 2: Soorten krachten
● Eigenschappen van een kracht
- Een kracht heeft een grootte, richting en een aangrijpingspunt.
- Omdat een kracht een grootte en een richting heeft, is een kracht een
vectorgrootheid die je tekent als een pijl.
- De eenheid van kracht F is de newton (N).
SOORTEN KRACHTEN
Veerkracht De veerkracht F v van een veer is evenredig met de uitrekking
u.
F v =C ⋅u
C=veerconstante(¿ N /m)
u=uitrekking(¿ m)
Veerconstante is groter bij een stuggere veer.*
Spankracht De spankracht F swerkt altijd in de richting van het touw, net als
de veerkracht van een elastiek of een veer.
De kracht wordt als het ware doorgegeven vanaf het ene
uiteinde naar het andere en is dus overal in het touw even groot.
Bij een zwaarder persoon rekt het touw iets meer uit waardoor
de spankracht groter is.*
Zwaartekracht De zwaartekracht F z is evenredig met de massa m en grijpt
aan in het zwaartepunt van het voorwerp.
F z =m⋅ g
g=valversnelling (¿ 9,81)
Zwaartekracht is altijd naar beneden gericht, naar het
middelpunt van de aarde.*