Zonnestelsel en Heelal
9.1 Introductie
KRACHT EN BEWEGING
De theorie van Newton voor de beweging van een voorwerp langs een rechte lijn is als
volgt samen te vatten:
● Alle krachten op een voorwerp bij elkaar zorgen samen voor een resulterende kracht
die de beweging van dat voorwerp bepaalt.
- Deze resulterende kracht wordt ook wel de nettokracht genoemd.
● Als de resulterende kracht 0 is, is de snelheid van het voorwerp constant of blijft het
voorwerp stilstaan.
● De gemiddelde snelheid van een voorwerp is:
Δx
- v gem= Δt
- Bij eenparige bewegingen is de snelheid constant.
● Een resulterende kracht in de bewegingsrichting zorgt voor een versnelling;
● En een resulterende kracht tegen de bewegingsrichting in voor een vertraging, ofwel
een negatieve versnelling.
● De gemiddelde versnelling van een voorwerp is:
Δv
- a gem= Δ t
- Bij eenparig versnelde bewegingen is de versnelling constant.
● De versnelling van een voorwerp is in de richting van de resulterende kracht op dat
voorwerp en evenredig met de grootte van die resulterende kracht:
- F res =m⋅a
● De zwaartekracht:
- F z =m⋅ g
- g is de valversnelling op aarde: 9,81.
● Kracht is een wisselwerking tussen 2 voorwerpen.
● De krachten die 2 voorwerpen op elkaar uitoefenen zijn even groot en tegengesteld.
ELEKTROMAGNETISCHE STRALING
De theorie over elektromagnetische straling is als volgt samen te vatten:
● Het elektromagnetisch spectrum bestaat uit:
- Radiogolven;
- Microgolven;
- Infraroodstraling;
- Licht;
- Ultravioletstraling;
, - Röntgenstraling;
- Gammastraling.
● Elektromagnetische straling bestaat uit fotonen (energiepakketjes), die zich met
de constante lichtsnelheid c (3,0 ⋅108 m/ s) voortplanten.
● De fotonenergie E f hangt af van de frequentie van de straling:
- E f =h⋅ f
- h is de constante van Planck.
● Voor het verband tussen de golflengte en de frequentie van elektromagnetische
straling geldt:
- c=f ⋅ λ
- c is de lichtsnelheid.
9.2 Zonnestelsel
HEMELLICHAMEN
Het zonnestelsel bestaat uit de zon, 8 planeten, tientallen manen en een groot
aantal dwergplaneten, planetoïden en kometen.
De zon ● De baan die de zon op een bepaalde dag langs de hemel aflegt,
heet de hemelboog.
- De hemelboog van de zon schuift omhoog en omlaag gedurende
het jaar, door de schuine stand van de as van de aarde in zijn
baan om de zon.
- De hoogte van de hemelboog van de zon hangt ook af van de
plaats op de aarde.
De maan ● De maan staat elke nacht op hetzelfde tijdstip een stukje verder
naar het oosten aan de hemel. Vaak is de maan maar gedurende
een deel van de nacht zichtbaar.
- De 4 maanfasen (nieuwe maan, eerste kwartier, volle maan,
laatste kwartier) worden veroorzaakt doordat de positie van de
maan in haar baan rond de aarde verandert.
De planeten - De zon;
- Mercurius;
- Venus;
- Aarde;
- Mars;
- Jupiter;
- Saturnus;
- Uranus;
- Neptunus.