Week 1
Als Financial manager ben je de schakel tussen de ‘financial markets’ en de ‘firm’s operations’.
De vermogensmarkt/aandeelhouders willen dat je geld investeert in projecten die waarde
creëren. Oftewel, je moet projecten starten die meer waard zijn dan dat ze kosten. Hierdoor
wordt de onderneming meer waard (waardecreatie). Er is sprake van waardevernietiging als je
investeert in projecten die minder waard zijn dan dat ze kosten.
Binnen Finance staat waardecreatie centraal.
Het model van Hirshleifer (een periode model) → Dit model gaat over de keuze hoeveel ga je
consumeren gegeven het vermogen waarover je beschikt.
Het financieel-economische basis vraagstuk van een individu betreft de keuze tussen de
alternatieve aanwendingsmogelijkheden van het voor huidige consumptie beschikbare inkomen.
Het individu kan:
- Dit inkomen geheel of gedeeltelijk consumeren
- Een deel van het inkomen beleggen of aanwenden voor investeringen in de reële markt
,Het model van Hirshleifer
Specifieke veronderstellingen van het Hirshleifer model zijn (17 in totaal):
V1. Er wordt uitgegaan van een zekere wereld: het individu kent alle beslissingsalternatieven en
de daarbij behorende uitkomsten
V2. Er is sprake van een één-periode model waarin slechts twee tijdstippen van belang zijn: het
begin van de periode (t=0) en het einde van de periode (t=1)
V3. Het individu beschikt over een huidig inkomen 𝐶𝐹0 en een toekomstig inkomen 𝐶𝐹1
,
,De maximale consumptiemogelijkheid op een bepaald tijdstip noemen we ook wel de welvaart
op een bepaald tijdstip. Het verband/verschil tussen de welvaart op t=0 en t=1 is de rente.
**De donkerblauwe lijn in het laatste plaatje is de “consumptiemogelijkheden lijn”**
C1MAX = C0MAX * (1 + r)
Een indifferentiecurve geeft consumptie-combinaties weer
die voor een bepaald individu evenveel nut hebben.
De helling van de indifferentiecurve noemt men de marginale
substitutieverhouding tussen huidige en toekomstige
consumptie.
Des te hoger de indifferentiecurve, des te hoger het nut.
De optimale consumptie-combinatie wordt gerealiseerd waar
de hoogste indifferentiecurve de consumptiemogelijkheden
lijn raakt.
𝐶0𝑀𝐴𝑋 = 𝐶0 + ( )𝐶1
1+𝑟
𝐶1𝑀𝐴𝑋 = 𝐶0 * (1 + 𝑟) + 𝐶1
, Investeer totdat de marginale opbrengst gelijk
is aan 1 + 𝑟𝑓
Investeer totdat het marginale rendement
gelijk is aan 𝑟𝑓
Als de rente stijgt ga je minder investeren. Als
je marginale rendement bijvoorbeeld 12% is
en de rente 15% bedraagt, dan is het niet
meer voordelig om te investeren. Ook als je
het geld zelf al hebt en niet hoeft te lenen is
het niet voordelig om te investeren, omdat je
het geld dan beter op de bank kan zetten,
omdat je rendement dan 15% is in plaats van
12%.
De groene lijn geeft de investering weer op t=0
De gele lijn geeft de NPV (net present value) weer op t=0 (rode pijltje is maximale consumpie)
De rode lijn geeft de contante waarde weer van de opbrengst op t=1, oftewel het bedrag dat je
maximaal kan lenen op t=0 waarover je €30 rente moet betalen op t=1
Als Financial manager ben je de schakel tussen de ‘financial markets’ en de ‘firm’s operations’.
De vermogensmarkt/aandeelhouders willen dat je geld investeert in projecten die waarde
creëren. Oftewel, je moet projecten starten die meer waard zijn dan dat ze kosten. Hierdoor
wordt de onderneming meer waard (waardecreatie). Er is sprake van waardevernietiging als je
investeert in projecten die minder waard zijn dan dat ze kosten.
Binnen Finance staat waardecreatie centraal.
Het model van Hirshleifer (een periode model) → Dit model gaat over de keuze hoeveel ga je
consumeren gegeven het vermogen waarover je beschikt.
Het financieel-economische basis vraagstuk van een individu betreft de keuze tussen de
alternatieve aanwendingsmogelijkheden van het voor huidige consumptie beschikbare inkomen.
Het individu kan:
- Dit inkomen geheel of gedeeltelijk consumeren
- Een deel van het inkomen beleggen of aanwenden voor investeringen in de reële markt
,Het model van Hirshleifer
Specifieke veronderstellingen van het Hirshleifer model zijn (17 in totaal):
V1. Er wordt uitgegaan van een zekere wereld: het individu kent alle beslissingsalternatieven en
de daarbij behorende uitkomsten
V2. Er is sprake van een één-periode model waarin slechts twee tijdstippen van belang zijn: het
begin van de periode (t=0) en het einde van de periode (t=1)
V3. Het individu beschikt over een huidig inkomen 𝐶𝐹0 en een toekomstig inkomen 𝐶𝐹1
,
,De maximale consumptiemogelijkheid op een bepaald tijdstip noemen we ook wel de welvaart
op een bepaald tijdstip. Het verband/verschil tussen de welvaart op t=0 en t=1 is de rente.
**De donkerblauwe lijn in het laatste plaatje is de “consumptiemogelijkheden lijn”**
C1MAX = C0MAX * (1 + r)
Een indifferentiecurve geeft consumptie-combinaties weer
die voor een bepaald individu evenveel nut hebben.
De helling van de indifferentiecurve noemt men de marginale
substitutieverhouding tussen huidige en toekomstige
consumptie.
Des te hoger de indifferentiecurve, des te hoger het nut.
De optimale consumptie-combinatie wordt gerealiseerd waar
de hoogste indifferentiecurve de consumptiemogelijkheden
lijn raakt.
𝐶0𝑀𝐴𝑋 = 𝐶0 + ( )𝐶1
1+𝑟
𝐶1𝑀𝐴𝑋 = 𝐶0 * (1 + 𝑟) + 𝐶1
, Investeer totdat de marginale opbrengst gelijk
is aan 1 + 𝑟𝑓
Investeer totdat het marginale rendement
gelijk is aan 𝑟𝑓
Als de rente stijgt ga je minder investeren. Als
je marginale rendement bijvoorbeeld 12% is
en de rente 15% bedraagt, dan is het niet
meer voordelig om te investeren. Ook als je
het geld zelf al hebt en niet hoeft te lenen is
het niet voordelig om te investeren, omdat je
het geld dan beter op de bank kan zetten,
omdat je rendement dan 15% is in plaats van
12%.
De groene lijn geeft de investering weer op t=0
De gele lijn geeft de NPV (net present value) weer op t=0 (rode pijltje is maximale consumpie)
De rode lijn geeft de contante waarde weer van de opbrengst op t=1, oftewel het bedrag dat je
maximaal kan lenen op t=0 waarover je €30 rente moet betalen op t=1