Gezondheid als norm
Individuele toets
2021-2022
i6278669
Sanne van de Wetering
20-10-2021
In een dubbelinterview met journalist Asha ten Broeke en cardioloog Janneke Wittekoek
worden de medische gevolgen en het stigmatiseren van dik zijn besproken (Kamsma &
Koelewijn, 2021). In onderstaande tekst worden enkele concepten uit de theorieën van de
filosofen Elias en Foucault behandeld.
Concepten uit de theorie van Elias:
De maatschappij geniet meer vrijheid door het toenemende aanbod van voedsel, waaronder
fastfood. Volgens de theorie van Elias veroorzaakt deze verschuiving sociale en psychische
druk rondom eten, eetgewoontes en eetlust (Otterloo, 1990). De keuzevrijheid verplicht
men namelijk tot zelfbeheersing. Wanneer je gedurende de hele dag kan eten wat je wil,
moet je jezelf kunnen bedwingen om niet constant aan lekkere trek toe te geven. Daarnaast
kan de mate van onzekerheid vergroten door de toename van de sociale druk op het hebben
van een goede gezondheid. Elias stelt dat het wegvallen van beperkingen leidt tot angsten
en onzekerheden, door de nieuwe gedrags- en gevoelscodes, en de bijkomstige nadruk op
de eigen verantwoordelijkheid kan leiden tot victim blaming (Keulartz, 1987). Zo benadrukt
Ten Broeke “de afkeer en walging van anderen tegenover iemand met overgewicht en de
zelfhaat die dat bij mensen oproept, het is echt verschrikkelijk” (Kamsma & Koelewijn, 2021).
Het niet dik willen zijn kan tevens ook schaamtevermijding zijn of voorkoming van haat,
ingaand op Ten Broeke’s uitspraak. Bovendien kunnen victim blaming en
schaamtevermijding ook implicaties zijn van de medicalisering van leef- en eetgewoontes.
De verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid wordt dan bij de persoon zelf gelegd,
waardoor vrijwel alle aspecten in het leven toerekeningsvatbaar worden. Ten Broeke vindt
wat dit betreft ‘obesitas’ onnodig gemedicaliseerd (Kamsma & Koelewijn, 2021).
Concepten uit de theorie van Foucault:
Het BMI, een grootheid voor de verhouding tussen lengte en gewicht, is ontstaan uit een
wetenschappelijke norm. Wanneer je hiervan afwijkt word je bestempeld als ‘ongezond’.
Om gegevens van mensen te kunnen registreren en te kunnen vergelijken met de norm,
wordt er gebruik gemaakt van het zogenoemde examen. Foucault (1989) beschouwt het
examen als een vorm van toezicht, die kwalificeert, klasseert en straft. Voorbeelden hiervan
zijn de consulten bij het consultatiebureau en bij de JGZ. Wittekoek (2021) is van mening dat
iedereen, ook op een oudere leeftijd, gemeten en gewogen zou moeten worden en een
gezondheidscheck zou moeten krijgen door preventiebussen naar wijken te sturen (Kamsma
1