Weblecture 1: Anatomie & fysiologie circulatie (deel 1)
Leerdoelen
Je kunt uitleggen:
Hoe de grote en de kleine circulatie verlopen;
Wat de verschillen zijn tussen de verschillende bloedvaten (arteriën, venen, capillairen);
Hoe het hart is gebouwd (inclusief kleppen en bloedvaten);
Uit welke fases een hartcyclus is opgebouwd;
Hoe de impulsgeleiding tot stand komt;
Welke relatie er bestaat tussen de impulsvorming & geleiding over het hart en ECG;
Door welke factoren de vorm van een ecg wordt bepaald.
Hoofdstuk 19 Cardiovasculair systeem – het hart:
19.1: Introductie
Circulatoire systeem: bloed, hart, bloedvaten
Cardiovasculair systeem: transport O2, voedingstoffen, afvalstoffen (CO2), hormonen
Oorzaken slechte weefsel perfusie (doorbloeding): slechte hartfunctie, heftig bloedverlies en
geblokkeerde bloedvaten.
Pulmonale circulatie: bloedcirculatie van de longen (alveoli/longblaasjes zorgen voor
gasuitwisseling)
Hart O2 arm, rijk CO2 => long staat CO2 af neemt O2 op => hart => grote bloedsomloop.
Hart ligt in thorax (borstkas), posterieur sternum (borstbeen), mediastinum (midden in
ruimte tussen de longen). Om het hart zit pericard (bindweefsel/hartzakje)
In mediastinum liggen: trachea (luchtpijp), oesophagus (slokdarm), thymus (zweverik)
Linker hart helft 2x groter dan rechter harthelft, punt onder = apex (5 e rib), bovenkant =
basis (2/3e rib)
Groote hart hangt af van: leeftijd, geslacht en postuur.
Atrium (boezem), ventrikel (kamer), links en rechts gescheiden door septum (myo- en
endocard)
Uit systemische circulatie => vena cava superior en inferior (bovenste/onderste holle ader)
=> rechteratrium O2 arm => rechterventrikel => arteria pulmonalis (sinistra/links,
dextra/rechts) => vanae pulmonales wordt O2 rijk => vv pulmonalis sinistra/dextra => linker
atrium => linker ventrikel => aorta => systemische circulatie
Arteriën (slagaders) van het hart af, venen (aders) naar hart toe, capillairen (haarvaten)
zorgen voor uitwisseling.
Bypass= O2 voorziening hart herstellen, pacemaker= slagritme controleren,
harttransplantatie
19.2: Lagen van het hart
, Endocard (binnenkant) direct in contact met bloed, ventrikels en atria, glad. Enkel laags
afgeplatte epitheelcellen = squameus epitheel. Areolair bindweefsel (elastische collageen)
en bloedvaten, bedekt hartkleppen en purkinjevezels
Myocard (middelste en dikste laag): atriummyocard= spierweefsel in atria en
ventrikelmyocard: spierweefsel in ventrikels die pompen dus dikkere spierlaag. Bestaat uit
spiraalvormige bundels, bloedvaten, lymfevaten, zenuwen, bindweefsel. Gestreept
spierweefsel. Aangestuurd door actiepotentiaal in rechteratrium. Produceert ANP (atriaal
natriuretisch peptide). Loopt in 8-vorm rond de atria. Dikst bij apex, dunst bij basis. Wordt
vastgehouden door collageen draden.
Epicard (binnenste laag hartzakje): enkele laag epitheel cellen
Pericard houd bloedvaten op zijn plek en zorgt ervoor dat het hart niet te vol stroomt. Dun
en doorzichtig.
- Fibreus pericard: stevig onregelmatig bindweefsel met collageen draden die het hart
verankeren tijdens pompende bewegingen op de punten: craniaal buitenste laag aorta
en a pulmonalis, anterieur aan sternum, posterieur aan wervelkolom en caudaal aan
diafragma.
- Sereus (waterachtig) perdicard, binnenste laag bestaand uit membraan: viscerale laag
vergroeid met epicard voor bloedvoorziening en zenuwuiteinden en pariëtale laag:
buitenkant en stevigere blad in mesotheel. De twee lagen worden gescheiden door
pericardiale ruimte. Kan bloed in komen => harttamponade (pericarditis) kan ook vocht
oplossen => schuren vliezen.
Vier kleppen:
Atrioventriculaire (AV): overgang atria naar ventrikels, bedekt met endocard. Functie is
sturing bloed alleen het ventrikel in. Wel papillairen
- Tricupidalisklep: scheidt rechter atrium van rechter ventrikel (3 hechtingen)
- Mitralisklep/bicuspide matralisklep: scheidt linker atrium en linker ventrikel (2
hechtingen)
Semilunaire kleppen (halve maanvormige kleppen): ventrikels met grote bloedvaten
verbinden, één richting => ventrikels naar grote bloedvaten, beide tricuspide (3 klepbladen).
Bij samenknijpen ventrikels sluiten AV kleppen openen de semilunaire kleppen (druk in
ventrikel hoger dan in atria) geen papillairen, arteria wanden trekken niet samen dus minder
sterk
- Pulmonalis klep: scheidt rechter ventrikel en a. pulmonalis
Leerdoelen
Je kunt uitleggen:
Hoe de grote en de kleine circulatie verlopen;
Wat de verschillen zijn tussen de verschillende bloedvaten (arteriën, venen, capillairen);
Hoe het hart is gebouwd (inclusief kleppen en bloedvaten);
Uit welke fases een hartcyclus is opgebouwd;
Hoe de impulsgeleiding tot stand komt;
Welke relatie er bestaat tussen de impulsvorming & geleiding over het hart en ECG;
Door welke factoren de vorm van een ecg wordt bepaald.
Hoofdstuk 19 Cardiovasculair systeem – het hart:
19.1: Introductie
Circulatoire systeem: bloed, hart, bloedvaten
Cardiovasculair systeem: transport O2, voedingstoffen, afvalstoffen (CO2), hormonen
Oorzaken slechte weefsel perfusie (doorbloeding): slechte hartfunctie, heftig bloedverlies en
geblokkeerde bloedvaten.
Pulmonale circulatie: bloedcirculatie van de longen (alveoli/longblaasjes zorgen voor
gasuitwisseling)
Hart O2 arm, rijk CO2 => long staat CO2 af neemt O2 op => hart => grote bloedsomloop.
Hart ligt in thorax (borstkas), posterieur sternum (borstbeen), mediastinum (midden in
ruimte tussen de longen). Om het hart zit pericard (bindweefsel/hartzakje)
In mediastinum liggen: trachea (luchtpijp), oesophagus (slokdarm), thymus (zweverik)
Linker hart helft 2x groter dan rechter harthelft, punt onder = apex (5 e rib), bovenkant =
basis (2/3e rib)
Groote hart hangt af van: leeftijd, geslacht en postuur.
Atrium (boezem), ventrikel (kamer), links en rechts gescheiden door septum (myo- en
endocard)
Uit systemische circulatie => vena cava superior en inferior (bovenste/onderste holle ader)
=> rechteratrium O2 arm => rechterventrikel => arteria pulmonalis (sinistra/links,
dextra/rechts) => vanae pulmonales wordt O2 rijk => vv pulmonalis sinistra/dextra => linker
atrium => linker ventrikel => aorta => systemische circulatie
Arteriën (slagaders) van het hart af, venen (aders) naar hart toe, capillairen (haarvaten)
zorgen voor uitwisseling.
Bypass= O2 voorziening hart herstellen, pacemaker= slagritme controleren,
harttransplantatie
19.2: Lagen van het hart
, Endocard (binnenkant) direct in contact met bloed, ventrikels en atria, glad. Enkel laags
afgeplatte epitheelcellen = squameus epitheel. Areolair bindweefsel (elastische collageen)
en bloedvaten, bedekt hartkleppen en purkinjevezels
Myocard (middelste en dikste laag): atriummyocard= spierweefsel in atria en
ventrikelmyocard: spierweefsel in ventrikels die pompen dus dikkere spierlaag. Bestaat uit
spiraalvormige bundels, bloedvaten, lymfevaten, zenuwen, bindweefsel. Gestreept
spierweefsel. Aangestuurd door actiepotentiaal in rechteratrium. Produceert ANP (atriaal
natriuretisch peptide). Loopt in 8-vorm rond de atria. Dikst bij apex, dunst bij basis. Wordt
vastgehouden door collageen draden.
Epicard (binnenste laag hartzakje): enkele laag epitheel cellen
Pericard houd bloedvaten op zijn plek en zorgt ervoor dat het hart niet te vol stroomt. Dun
en doorzichtig.
- Fibreus pericard: stevig onregelmatig bindweefsel met collageen draden die het hart
verankeren tijdens pompende bewegingen op de punten: craniaal buitenste laag aorta
en a pulmonalis, anterieur aan sternum, posterieur aan wervelkolom en caudaal aan
diafragma.
- Sereus (waterachtig) perdicard, binnenste laag bestaand uit membraan: viscerale laag
vergroeid met epicard voor bloedvoorziening en zenuwuiteinden en pariëtale laag:
buitenkant en stevigere blad in mesotheel. De twee lagen worden gescheiden door
pericardiale ruimte. Kan bloed in komen => harttamponade (pericarditis) kan ook vocht
oplossen => schuren vliezen.
Vier kleppen:
Atrioventriculaire (AV): overgang atria naar ventrikels, bedekt met endocard. Functie is
sturing bloed alleen het ventrikel in. Wel papillairen
- Tricupidalisklep: scheidt rechter atrium van rechter ventrikel (3 hechtingen)
- Mitralisklep/bicuspide matralisklep: scheidt linker atrium en linker ventrikel (2
hechtingen)
Semilunaire kleppen (halve maanvormige kleppen): ventrikels met grote bloedvaten
verbinden, één richting => ventrikels naar grote bloedvaten, beide tricuspide (3 klepbladen).
Bij samenknijpen ventrikels sluiten AV kleppen openen de semilunaire kleppen (druk in
ventrikel hoger dan in atria) geen papillairen, arteria wanden trekken niet samen dus minder
sterk
- Pulmonalis klep: scheidt rechter ventrikel en a. pulmonalis