Tentamentraining bestand
Algemeen
Goederen -3:2 BW zaken (onroerend/ roerend)
-3:6 BW vermogensrechten
registergoederen 3:10 BW
Goederenrechtelijke kenmerken 1. Absoluutheid
2. Exclusiviteit
3. Droit de suit/ zaaksgevolg
4. Prioriteitsregel
5. Seperatistpositie
Roerend / onroerend Duurzaam met de grond verenigd 3:3 lid 1 BW?
1. Bestemmingscriterium
2. Subjectief criterium
3. Objectief criterium
Portacabin arrest 4. Verkeersopvattingen niet van belang
Bestanddeel 3:4 BW , 5:20 lid 1 sub e BW horizontale natrekking gaat voor verticale
natrekking
-5:3 , 5:14, 5:15 , 5:16 BW
OTLB 3:83 jo 3:84 BW > komt vaak terug !!! bijzonderheid 3:90 lid2
Derdenbescherming 3:86 jo 3:88 BW + 3:24 e.v. & 3:36
Verkrijging en verlies door verjaring 3:99 lid 1 & 3:105 lid 1 jo 3:306 BW
-bezitsvermoedens
Beperkte rechten
Algemeen 3:8 BW jo 3:81 BW
moederrecht kan niet afhankelijk recht 3:7 jo 3:82
BW
Beperkte zakelijke rechten zijn (boek 5): beperkte rechten op goederen
(vermogensrechten+ zaken)( boek 3):
De rechten van erfdienstbaarheid Vruchtgebruik;
De rechten van erfpacht Pand;
De rechten van opstal. Hypotheek.
Genotsrechten : feitelijk gebruik zekerheidsrechten : verhaal vorderingsrecht
Beperkte genotsrechten
1. Vruchtgebruik 3:201 e.v. BW
2. Erfdienstbaarheid 5:70 e.v. BW
3. Erfpacht 5:85 e.v. BW
4. Opstal 5:101 e.v. BW
Ontstaan OTVB 3:98 jo 3:83 jo 3:84 BW
>niet overdraagbaar : afhankelijk recht van opstal, erfdienstbaarheid , pand
+ hypotheek
>bijzonderheid derdenbescherming 3:86 lid 2 BW
Verjaring 3:99 lid 1 jo 3:105 lid 1 jo 3:306 BW
Verbintenisrechtelijke Kwalitatieve verplichting Ketting beding Kwalitatieve rechten
alternatieven (dulden of niet doen)
kwalitatief aan passieve Niet kwalitatief Kwalitatief aan actieve zijde
zijde
, Pagina 2 van 10
Zekerheidsrechten
Persoonlijke zekerheidsrechten - Hoofdelijkheid 6:6 BW e.v. (primair)
- Borgtocht 7:850 e.v. (subsidiair)
Beperkte goederenrechtelijke zekerheidsrechten 3:277 BW > verhaalsrecht + voorrang
Hypotheek Pand
waarop registergoed Ander goed
=afhankelijk recht 3:7 jo 3:82 BW
Vestiging Hypotheek
3:98 jo 3:83 jo 3:84 jo 3:260 BW
Vuistpand Vuistloospand
3:236 lid 1 BW 3:237 BW
Openbaar pand Stil pand vordering
vordering
3:236 lid 1 jo 3:94 lid 1 3:239 BW
BW
Derdenbescherming Hypotheek
3:88 BW + 3:24 e.v.
Vuistpand Vuistloospand
3:238 lid 1 BW x
Openbaar pand Stil pand vordering
vordering
3:88 jo 3:98 BW 3:239 lid 4 jo 3:88 jo
3:98 BW
Waarvoor Vorderingsrecht ‘vordering tot voldoening geldsom’
-bestaande + toekomstige vorderingen 3:231 lid 1
BW
Bankpand/-hypotheek =recht hypotheek/pand voor
alle huidige + toekomstige vorderingen
Einde tenietgaan : 3:81 lid 2 sub a jo 3:7 jo 3:82 BW
Recht van parate exectutie Hypotheek Pand
3:268 lid 1 BW 3:248 BW
3:273 BW zuivering 3:248 BW géén
3:270 lid 1 BW zuivering
koopprijs naar notaris 3:253 BW: koopprijs
3:270 lid 3 BW naar pandhouder
meerdere hypotheken 3:250 + 3:251 BW
57 Fw Seperatisten bij faillissement (geen 182 Fw)
58 Fw curator kan redelijke tijd geven
59 Fw voor overige concurrent schuldeiser
als beperkte rechten vervallen 3:282 BW jo 57 lid 3
Fw > schadevergoeding
57 lid 3 Fw > retentierecht etc. gaat gwn voor
, Pagina 3 van 10
Pandrecht onder voorbehoud
Algemeen 3:81 lid 1 BW : overdracht ‘van meet af aan bezwaar’+ vestiging ‘3:237 BW’
-eigendom gaat wél over
Pandrecht bij voorbaat voor toekomstige zaken
Algemeen 3:98 jo 3:97 BW
Vestiging Onder de opschortende voorwaarde dat je beschikkingsbevoegd wordt 3:84 BW
Zodra pandgever BB wordt, wordt de vordering verpand
Rangorde 1. Eigendomsvoorbehoud
2. Pandrecht onder voorbehoud
3. Pandrecht bij voorbaat op toekomstige goederen / normaal pandrecht
Potharst/Serree Wat gaat voor pandrecht bij voorbaat of onder voorbehoud?
-pandrecht onder voorbehoud gaat altijd voor pandrecht bij voorbaat zelfs als het
pandrecht bij voorbaat eerder is gevestigd.
Hollander’s -voedselleveranciers 3:97 lid 2 BW werkt niet tegen iemand ouder pandrecht bij
kuikenbroederij voorbaat
-zaakvorming > eieren zijn géén vruchten van kippen
-geen voorrecht wegens kosten tot behoud, moet gaan om tegenhouden onmiddellijk
tenietgaan en niet onderhoudskosten
-verlengd eigendomsvoorbehoud op toekomstige zaken is in strijd met dwingend recht.
Faillissement 23 jo 35 lid 2 BW alles wat tegenwoordig wordt na faillissement valt in de boedel
Pandrecht bij voorbaat voor toekomstige vorderingen
Algemeen 3:98 jo 3:97 BW
Onder de opschortende voorwaarde dat je beschikkingsbevoegd wordt 3:84 BW
Zodra pandgever BB wordt, wordt de vordering verpand
Stichting Spaarbank 3:84 lid 2 BW : eis voldoende bepaalbaar
Rivierenland/Gispen -De akte van 3:94 lid 1 & 3:239lid 1 moet voldoende bepaalbaar zijn
bepaalbaarheidseis -voldoende is dat de akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, kan
Losse pandingslijst worden vastgesteld om welke vordering het gaat. De vordering hoeft dus niet in de
akte te worden gespecificeerd.
>als dag van registratie en dus vestiging geld de dag waarop de akte ter registratie
is aangeboden
Mulder q.q./
Herhaalt : Stichting Spaarbank Rivierenland/Gispen
Rabobank
-generieke omschrijving:
bepaalbaarheidseis
-alle ten zijde van de ondertekening bestaande vorderingen van de pandgever
vangnetbepaling /
-en alle vorderingen die worden verkregen uit ten tijde van de ondertekening
generieke
bestaande rechtsverhoudingen tussen de pandgever en derden,
omschrijving
-zoals deze onder meer (zullen) blijken uit de administratie, correspondentie of andere
gegevens van de pandgever
voldoet aan bepaalbaarheidseis 3:84 lid 2 BW
Extra eis bij 3:239 lid 1 laastste volzin : recht reeds bestaat of reeds bestaande rechtsverhouding
verpanding bij Relatief toekomstige vorderingen Absoluut toekomstige vorderingen
voorbaat vorderingen Nog niet bestaande vorderingen uit wel Nog niet bestaande vorderingen uit niet
bestaande rechtsverhouding bestaande rechtsverhouding
Conclusie : probleem kan niet voor absoluut toekomstige vorderingen.
Bij openbaar pand - eis Oplossen probleem verzamelpandakte =
dat je de debiteur moet -laat de bank wekelijks of dagelijks
kennen want –
-een door haarzelf als gevolmachtigde van haar kredietnemers,
mededeling aan de
, Pagina 4 van 10
debiteur- -ondertekende verzamelpandakte registreren
-krachtens welke alle bestaande of uit ene reeds bestaande rechtsvh voorvloeiende
vorderingen aan de bank worden verpand.
+volmacht staat in de algemene voorwaarden
verzamelpand akte constructie is rechtsgeldig
voldoende bepaalbaar
ondanks namen niet erin wel moet datering vaststaan
niet onredelijk bezwarende volmacht
Dix q.q. /ING grijze lijst AV maar kenbaar voor failliet + algemene bankvoorwaarden +
Verzamelpandakte onherroepelijk mag
geldig Verbod van selbsteintritt > 3:68 BW
strijd tussen beide belangen is uitgesloten + eigen bate aangezien specifieke
volmachtverlening
Benadeling andere schuldeisers
klopt maar praktijk wilt deze mogelijkheid en manieren om jezelf te beschermen
>Volmacht verlening is geen onverplichte rh 42 Fw, als het uitsluitend dient om de
Van Leuveren/ ING in de stampandakte neergelegde verplichting tot verpanding tot stand te brengen,
Verzamelpandakte ook al was deze specifieke wijze van uitvoering van de verplichting tot verpanding
met separate niet overeengekomen.
volmacht + niet > Verzamelpandakte paulianeus?
geregistreerd Neen > enigste wat je hoeft te weten NEE je verplicht je om te verpanden dus
maakt niet uit hoe ( dit geval met volmacht)
> duidelijkheid registreren volmacht Dix q.q./ ING :
-mag niet uit arrest afleiden dat vaststaan van datering alleen kan blijken uit
registratie. Dus je hoeft niet perse te registeren de titel en de volmacht. (bewijslast
bank)
Faillissement 23 jo 35 lid 2 BW alles wat tegenwoordig wordt na faillissement valt in de boedel
Extra Ook hier geld 3:97 lid 2 BW maar niet laatste volzin zie ‘roerende zaken’
Eigendomsvoorbehoud
Algemeen 3:92 BW > lid 2 limitatief waarvoor kan , anders nietig
Vestiging -3:91 BW machtsverschaffing
-Beschikkingsbevoegd moet je zijn bij levering
Niet overdraagbare vordering
Algemeen -3:83 lid 2 BW
-geen derdenbescherming het gaat om
onoverdraagbaarheid dus 3:36 BW
Oryx/Van Eesteren -3:83 lid 2 BW wanprestatie+ ongeldig overdracht &
-goederenrechtelijk effect verpandingsverbod? ook voor verpanding door 3:98 BW
-derdenbescherming? -3:36 BW verklaring/gedraging debiteur
Coface Finanz/ Intergamma -uitgangspunt verbintenisrechtelijke werking tenzij
-goederenrechtelijke werking? uit de naar objectieve maatstaven uit te leggen
formulering blijkt dat goederenrechtelijke werking
als in art 3:83 lid 2 BW is beoogd.
conclusie: vordering iets niet mag> goederenrechtelijk
schuldenaar iets niet mag? verbintenisrechtelijk