1) Wat is het verschil tussen goederenrechtelijke zekerheidsrechten en persoonlijke
zekerheidsrechten?
2) Werkt de goederenrechtelijke zekerheidsrechten uit? (pand + hypotheek) inhoud+ vestigen
3) Werk de persoonlijke zekerheidsrechten uit? (borgtocht + hoofdelijkheid) inhoud+ vestigen
4) Wat is retentierecht hoe werkt dat ten opzichte van een bank?
Mijn systeem: eerst aan de hand van boombasics + goederenrecht geschetst een schema met
artikelen maken en dan pas het boek lezen met als richtlijn de deeltijdreader.
1)Wat is het verschil tussen goederenrechtelijke
zekerheidsrechten en persoonlijke
zekerheidsrechten?
Hoofdstuk 7 Zekerheidsrechten
7.1. Inleiding
482 Goederenrechtelijke en persoonlijke zekerheidsrechten
Een kredietverlener of een andere crediteur kan het risico van hun vordering beperken door het
bedingen van een zekerheid/zekerheden.
Er zijn 2 soorten zekerheden:
De goederenrechtelijke zekerheid (goederen) De persoonlijke zekerheid (persoon)
recht van pand en hypotheek Hoofdelijkheid;
= beperkte rechten die ertoe strekken Borgtocht;
om op het goed dat aan het Garantie.
zekerheidsrecht is onderworpen een
voorrang boven de andere schuldeisers
te verhalen.
Ook het eigendomsvoorbehoud kan een
goederenrechtelijke zekerheid kunnen zijn. Een
eigendomsvoorbehoud is voor de crediteur meer
dan alleen een verhaalsrecht. Het
eigendomsvoorbehoud geeft de crediteur in
beginsel de mogelijkheid om het geleverde goed
terug op te eisen als de tegenprestatie niet wordt
nagekomen.
Een goederenrechtelijke zekerheid heeft Bij persoonlijke zekerheden heeft de
als kenmerk dat de crediteur een crediteur geen zekerheid dat de aan
zekerheid vindt in het object van zijn hemzelf of aan de debiteur
recht. Dit is een verschil met de toebehorende goederen ook
persoonlijke zekerheid. daadwerkelijk op die wijze zullen
worden toegepast.
3) Werk de persoonlijke zekerheidsrechten uit?
(borgtocht + hoofdelijkheid) inhoud+ vestigen
, 483 Persoonlijke zekerheden nader
Hoofdelijkheid staat geregeld in art. 6:6 e.v. BW. Het betekent dat iedere van verschillende
schuldenaar afzonderlijk jegens een schuldeiser eenzelfde prestatie in haar geheel
verschuldigd is waarbij de betaling door de één de andere zal bevrijden.
dit gaat natuurlijk over de externe aansprakelijkheid intern heeft hij of zij regres op zijn
medeschuldenaren.
De borgtocht is geregeld in titel 7.14 BW (art 7:850 BW e.v.).
7:850 BW : Dit is een overeenkomst tussen een derde en de schuldeiser waarbij de borg
(de derde) zich tegenover de schuldeiser verbindt om de verbintenis van de debiteur na
te komen.
Bij de hoofdelijkheid is er sprake van een primair karakter, bij de borgtocht is er sprake
van een subsidiair karakter. 7:855 lid 1 BW: De schuldeiser kan de borg pas aanspraken
nadat hij geprobeerd heeft om de hoofdschuldenaar aan te spreken. Wanneer de
hoofschuldenaar niet nakomt zal de borg dit moeten doen.
7:851 lid 1 BW jo 3:7 BW borgtocht is een afhankelijk recht
Borgtocht is species van het genus hoofdelijkheid: 7:850 lid 3 BW
o Het garantiebegrip komt in het wetboek niet voor. Er is dan ook geen vaste
juridische betekenis voor het begrip te geven. In sommige gevallen zal het gaan
om een borgtocht en soms zal het gaan om een sui generis. Een sui generis is een
onherroepelijke toezegging van een derde (de garant) aan de schuldeiser dat op
verzoek van de schuldeiser het bedrag dat door hem schriftelijk wordt gevorderd
zal worden voldaan door de garant (zonder dat hij zich ervan vergewist of het
betalingsverzoek terecht is gedaan of echt wanprestatie van schuldenaar).
o Als de garantie het doel heeft om de zekerheid te stellen met betrekking tot de
nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst noemen we
dit een performance bond.
2) Werkt de goederenrechtelijke zekerheidsrechten
uit? (pand + hypotheek) inhoud+ vestigen
Algemeen Pand en Hypotheek
Definitie 3:227 BW: op onderworpen goederen een vordering tot voldoening van een
geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen
>recht van hypotheek recht van pand
= recht op registergoed = recht op ander goed
3:227 lid 2 BW: al hetgeen de eigendom van de grond omvat > eenheidsbeginsel
(bestanddelen + natrekking)
Partijen -schuldeiser: schuldenaar:
pand/hypotheekhouder pand/hypotheekgever > maar kan ook een derde zijn .
of nemer = derdenpand/derdenhypotheek
3:7 BW afhankelijke rechten jo 3:82 BW > 3:230 BW ondeelbaar dus kan nooit
gedeeltelijk teniet gaan als er een deel is betaald.
3:231 BW ook voor toekomstige vorderingen kan 3:98 jo 3:97 BW <> dit kan niet
bij hypotheek
Totstandkoming Conventionaliteitsbeginsel : wilsovereenstemming voor titel en vesiting > er zijn
uitzonderingen
, 3:98 jo 3:83 + 3:84 BW: net als alle andere beperkte rechten
3:228 BW: goed moet overdraagbaar zijn
uitzondering bij pandrecht 3:229 BW: van rechtswege een pandrecht , lid 2
uitzondering op de prioriteitsregel vb: A is pandhouder van B’s auto. auto van B gaat te niet
(pandrecht) , B had vordering bij verzekeraar maar als pandrecht aan C gegeven door lid 2 mag toch A van
rechtswege dit pandrecht hebben.
-3:246 lid 5 BW
Kenmerken 1)goederenrechtelijke rechten
2) recht van parate executie aan gebonden:
3:248 & 3:268 BW = bevoegd goed waarop p of h rust te verkopen en de
opbrengst te verhalen als schuldenaar zijn verplichtingen niet nakomt= verkoop
zonder voorafgaand beslag en zonder executoriale titel.
3) pand/hypotheekhouder voorrang bij verhaal van zijn vordering 3:279 BW
Verbod van toe- 3:235 BW : beding pand of hypotheekhouder bevoegdheid goed toe te eigenen is
eigening nietig. Bij pandhouder nadat bevoegd is geworden tot verkoop vervalt dit 3:251 lid
2 BW. bij hypotheek niet 3:268 lid 5 BW.
7.3 algemene bepalingen voor pand en hypotheek
513 Derdenpand- of hypotheek
Soms zijn de schuldenaar en degene van wie zijn goed is bezwaard met een hypotheekrecht of een
pandrecht dezelfde persoon. Het kan zijn dat het goed van B met een zekerheidsrecht wordt
bezwaard ter securering van A’s schuld. Er zal dan sprake zijn van een splitsing tussen de schuld en
de Haftung.
Voorbeelden zijn:
Deze situatie kan al vanaf het begin af aan zo zijn geweest. Dit is bijvoorbeeld het geval
indien vader zijn huis bezwaart met een hypotheek om de schuld van zijn zoon te verzekeren.
als er een bestuurder van een rechtspersoon zekerheid wil verlenen voor een andere
rechtspersoon van de vennootschap in het concern.
toepassing van het droit de suite beginsel. Als de schuldenaar A zijn huis bezwaard met een
hypotheek en hij draagt dit vervolgens over aan B, dan rust op het huis van B in beginsel de
hypotheek voor de schuld van A.
ovk vernietigd maar dat het zekerheidsrecht tegen de oorspronkelijke rechthebbende kan
worden ingeroepen krachtens derdenbescherming art 3:238, 98 jo 88 BW.
De derde pand- of hypotheekgever kan ervoor zorgen dat bij een eventuele executie niet eerst op
zijn goederen verhaal wordt genomen. Dit kan het geval zijn indien voor dezelfde vordering naast
zijn goederen ook de goederen van de schuldenaar zijn verpand of verhypothekeerd.
In een dergelijk geval kan hij, wanneer de schuldeiser tot de executie overgaat, vorderen dat de
goederen van de schuldenaar ook mee de verkoop in gaan en dat deze als eerste worden verkocht.
Dit volgt uit art. 3:234 lid 1 BW. Dit wordt ook wel het voorrecht van een eerdere uitwinning
genoemd. Lid 2 beperkt gerechtigde heeft dezelfde bevoegdheid en lid 3 als schuldenaar niet wilt
luisteren dan voorzieningsrechter.
521 Seperatisme > over parate executie en faillisment het verband daar tussen heb ik niet
uitgewerkt !
, Pand
Soorten 2 verschillende soorten pandrechten:
3:236 BW 3:237 BW
vuistpand = openbaar pandrecht vuistloospand= stille pandrecht
>voor derden kenbare wijze gevestigd >niet naar buiten kenbaar
Vestiging >wordt houder, brengen in jou macht >niet in macht maar auth.+gerigst o akte
(zie afbeelding) of lid 2 als ander goed is bijv vordering vordering op naam 3:239 BW
op naam dan 3:94 lid 1 BW
Derdenbescherming 3:238 BW : in jou macht of derde en was ter goeder trouw > dus niet bij
bij pand onbevoegd stille pandrecht dan niet in je macht behalve als 3:237 lid 3 BW.
lid 2 : rangwisseling als er een beperkt recht op rust (gedeeltelijke Beschikko.)
lid 3: geheel beschikkingsonbevoegd dan 3:86 lid 3 b en lid 4 BW
*3:86 BW geld niet want 3:238 BW is lex specialis*
3:239 lid 4 jo 3:88 BW : stil pandrecht op naam te goeder trouw + lid 3
mededeling
Recht van parate 3:248 BW > lid 2 verzuim kan bedingen
executie lid 3> lagere gerangschikte pandrecht alléén verkopen met behoud hoger
gerangschikte pandrecht verschil met hypotheek >zuivering 3:237 BW
Verdeling Pandhouder ontvangt zelf de koopprijs vgl. met hypotheek
3:250 BW : openbare verkoop of 3 uitzondering 3:251 BW:
1) onderhandse verk. met rechterlijke toestemming
2) pand verblijft aan pandhouder
3) lid 2 afwijkende wijze van verkoop
> verkoop voorkomen 3:249 lid 2 lossing
via artikel 3:254 BW executie volgens hypotheekregels voor bepaalde
roerende zaken
3:246 BW: vordering innen is eenvoudiger lees overige leden ook
3:253 BW: pandhouder neemt zijn deel uit netto-executieopbrengst overige
naar pandgever of andere personen
3:282 BW: sterk voorrangsrecht voor beperkt gerechtigde
Tenietgaan 3:81 lid 2 BW: algemene wijze van eindigen van beperkte rechten
bijzonder :
Afhankelijk recht dus 3:7 BW jo 3:82 BW
Vuistpandrecht 3:258 BW
, 534 Positie stil pandhouder
Feitelijk en juridisch gezien is de positie van de stille pandhouder vaak zwakker dan die van de
vuistpandhouder.
Het feitelijke nadeel van de stille pandhouder ten opzichte van de vuistpandhouder is dat de
stille pandhouder de goederen waarop het beperkte recht is gevestigd niet in zijn macht
heeft. De stille pandhouder heeft op die manier weinig controle over het gedrag van de
pandgever met betrekking tot de goederen. Ook kan het probleem zich voordoen dat de
pandgever het goed niet wil afgeven als de pandhouder zijn recht tot uitdrukking wil brengen.
Juridisch gezien zijn er ook een aantal verschillen tussen de positie van de vuistpandhouder
en de stille pandhouder:
De stille pandhouder wordt niet beschermd tegen beschikkingsonbevoegdheid (art. 3:238
lid 1 en 2 BW);
De goede trouw van een derde zal bij een vuistpandrecht eerder ontbreken als de
pandgever het goed onbevoegdelijk overdraagt; De stille pandhouder zal zijn recht dus ook
eerder verliezen dan de vuistpandhouder (art. 3:86 lid 2 BW);
Soms bepaalt de wet dat een voorrecht boven een stil pandrecht gaat in de rangorde bij
faillissement (art. 3:279 BW).
552 Bevoegdheden pandgever- en houder
De belangrijkste bevoegdheden van de pandhouder zijn eigenlijk al aan de orde geweest:
Het recht van parate executie;
Separatisme bij faillissement;
Voorrang en verhaal;
Omzetting van stil pandrecht in openbaar pandrecht;
De inningsbevoegdheid.
Zowel de pandgever als de pandhouder kent de bevoegdheid om een rechtsvordering in te stellen
tegen een derde om het verpande goed te beschermen (art. 3:245 BW).
Hypotheek
Vestiging 3:260 BW: notariële akte+ inschrijving openbare register
Bedingen Er zijn een aantal bedingen in de wet opgenoemd om het recht van hypotheek
te versterken zie bijv 3:264 tot 267 BW + 3:254 BW
Derdenbescherming Alléén 3:88 BW en 3:24 t/m 3:26 BW niet 3:86 BW
Parate executie 3:268 lid 1 BW openbaar verkopen > lid 2 niet openbaar zie ook lid 4 en 5
lid 3 uit arrest vloeit voordat wel niet hoger beroep kan als ten onrecht wel/niet toepast
>verkoop voorkomen 3:269 BW lossing
3:270 lid 1 BW: koper moet koopprijs aan notaris geven waarmee hij de
kosten van de executie betaald en dan pas de rest.
Verdeling -1 hypotheekhouder : notaris aan hem bedrag uitkeren
-3:270 lid 3 BW : meerdere schuldeisers etc. >zelf overeenstemming over
verdeling in authentieke akte géén overeenstemming? Dan kan iedereen
om een gerechtelijke rangregeling verzoeken.
3:282 BW: sterk voorrangsrecht voor beperkt gerechtigde ook als zuivering
heeft plaatsgevonden 3:273 BW
Tenietgaan 3:81 lid 2 BW: algemene wijze van eindigen van beperkte rechten
bijzonder :