Paragraaf 1, zure en basische oplossingen.
Zure oplossingen (pH 1 is heel zuur).
- Zure oplossingen zijn: oplossingen van zuur in water.
- Zoutzuur is een oplossing van waterstofchloride (HCL(aq)) in water.
Basische oplossingen (pH 13 is heel basisch).
- Basische oplossingen zijn: oplossingen van een base in water.
- Natronloog is een oplossing van natriumhydroxide (NaOH(aq)) in water.
pH.
- Elke waterige oplossing heeft een pH-waarde. Met de pH wordt aangegeven hoe zuur of hoe
basisch een oplossing is.
Oplossing met pH 7 is neutraal, de oplossing is niet zuur en niet basisch (vb. water).
Zure oplossingen: pH lager dan 7.
Basische oplossingen: pH hoger dan 7.
- pH-indicatoren zijn: de indicator geeft doormiddel van een kleur aan wat de pH-waarde is.
Tabel 1. Enkele pH-indicatoren
Indicator Kleur bij lagere Omslagtraject Omslagtraject Kleur bij hogere
pH-waarde (pH-waarde) (mengkleur) pH-waarde
Thymolblauw Rood 1,2-2,8 Oranje Geel
Methyloranje Rood 3,2-4,4 Orange Oranjegeel
Broomthylmolblauw Geel 6,0-7,6 Groen Blauw
Fenolrood Geel 6,6-8,0 Oranje Rood
Fenolftaleïen Kleurloos 8,2-10,0 Roze Paard-Rood
Tabel 2. De pH in lichaamsvloeistoffen
Lichaamsvloeistof Normaal pH-traject
Bloed 7,35-7,45
Dikke-darmsap 5,60-6,90
Dunne-darmsap 6,50-7,50
Maagsap 1,35-3,50
Speeksel 6,00-7,50
Urine 4,50-8,40
Zuur-basereacties (als een zure- en een basische oplossing samen komen).
- De oplossingen heffen elkaars werking op: ze neutraliseren elkaar.
- Tritratie = een neutralisatiereactie waarmee je het zuurgehalte van een zure oplossing
bepaalt, tritratie is een analysemethode waarmee je een gehaltebepaling kunt uitvoeren.