Paragraaf 1: Atoommodel.
Moleculen.
- Stoffen zijn opgebouwd uit moleculen, moleculen zijn opgebouwd uit atomen.
- Niet-ontleedbare stoffen zijn opgebouwd uit 1 atoomsoort. Vb. koolstof (C) bestaat uit
koolstofatomen, ijzer (Fe) bestaat uit ijzeratomen.
- Atomen zijn uit 3 soorten deeltjes opgebouwd.
Atoommodel van Bohr.
- Model bestaat uit positief geladen atoomkern waar negatief geladen elektronen in
elektronenschillen om de atoomkern bewegen.
Elektronenschillen zijn vaste banen waar de elektronen rond de kern bewegen.
Er zijn drie schillen: K, L, M
Elke schil past een specifiek aantal elektronen
- De atoomkern bestaat uit:
Positief geladen protonen met daar tussen ongeladen neutronen. Uitzondering:
waterstofatoom bestaat uit 1 proton.
- Proton en elektron hebben verschillende ladingen (+ en -), maar wel een
even grote lading.
- Atomen zijn zelf ongeladen, dus er zijn evenveel elektronen als protonen
aanwezig in een atoom.
- Massa proton is vrijwel gelijk aan massa neutron, massa elektron is
verwaarloosbaar. De massa van een proton, neutron en elektron wordt
uitgedrukt in de atomaire massa-eenheid, u (unit).
Waarvoor geldt: 1,0 u = 1,66 x 10-27 kg.
- De grootte van de atoom wordt bepaald door de elektronenwolk.
Deeltje Plaats Lading (e) Massa (u) Massa (kg)
Proton (p+) Atoomkern 1+ 1,0 1,67 x 10-27
Neutron (n) Atoomkern 0 1,0 1,67 x 10-27
Elektron (e-) Elektronenwolk 1- 5,5 x 10-4 9,11 x 10-31
Schil Elektronen
K 2
L 8
M 18