Samenvatting Marketingcommunicatie
Hoofdstuk 6
Voordat de communicatiedoelstellingen op papier gezet kunnen worden, moet er eerst duidelijkheid
zijn over de ondernemingsdoelstellingen en marketingdoelstellingen:
Ondernemingsdoelstellingen
V
Marketingdoelstellingen
V
Marketingcommunicatiedoelstellingen
V
Reclamedoelstellingen
Ondernemingsdoelstellingen: kunnen abstract en concreet geformuleerd worden. Abstracte
doelstellingen hebben betrekking op de ‘missie’ van de onderneming, bijvoorbeeld de
maatschappelijke plaats en functie en haar bijdrage aan de samenleving
Marketingdoelstellingen: gaat het om omzetten, marktaandelen en concurrentie
Enkele voorbeelden:
De totale omzet vergroten
Nieuwkomers verhinderen die op de markt komen
De totale markt voor een merk of product vergroten
Het aantal verkooppunten uitbreiden
Marketingcommunicatiedoelstellingen: hebben betrekking op de verwachte effecten van alle
marketingcommunicatie instrumenten als totaal
Onderscheid:
Ondernemingsdoelstelling: in 2020 een rendement op het geïnvesteerd vermogen van 10% halen
Marketingdoelstelling: in 2020 marktaandeel vergroten van 20% naar 25%
Marketingcommunicatiedoelstelling: in 2020 10% van de doelgroep overhalen om een probeer
aankoop te doen
Reclamedoelstelling: in 2020 de geholpen merkbekendheid verhogen van 60% naar 75%
Soorten doelstellingen:
Bereik doelstelling: heeft te maken met de doelgroep die bereikt moet worde via de massamedia
Procesdoelstelling: heeft betrekking op het proces van communicatieverwerking.
Like ability
Waardering
Begrijpelijkheid van de communicatie-uiting
Effectdoelstelling: betrekking op het effect dat we met de communicatiecampagne willen bereiken
, De 4 groepen van communicatie – effectdoelstellingen
DOMINANTIE Merkbekendheid
RELEVANTIE Categoriebehoefte
Merkkennis
Merkattitude
BINDING Tevredenheid ( en dominantie, relevantie en
gedrag specifiek gemeten bij huidige klanten
GEDRAG Gedragsintentie
Gedragsfacilitatie
Gedrag
Merkbekendheid: actieve of passieve kennis van de merknaam, als de klant de merknaam uit
eigen geheugen zonder hulp kan noemen, spreken we over actieve of spontane merkbekendheid
Bewuste verzameling: (awereness set) bestaat uit de alternatieven die een bepaalde consument in
de uitgangspositie kent
Overweging verzameling: (consideration set) zijn de alternatieven die deze consument bij de
aankoop overweegt
Verwerpingsverzameling: (rejection set) bestaat uit de alternatieven die niet in aanmerking komen
Categoriebehoefte: de primaire vraag en behoefte bij de consument aan een productcategorie
en nog niet noodzakelijk aan een bepaald merk
Merkkennis: omvat de voordelen van een merk
Merkattitude: is de houding ten opzichte van het merk en in het bijzonder de voorkeur voor het
merk
Tevredenheid: de tevredenheid kan leiden tot klantenbehoud en herhalingsaankopen
Bevestigende functie: kopers willen graag hun mening over en ervaring met het product afstemmen
met anderen en met informatie in marketingcommunicatie
Structurerende functie: communicatie kan consumenten helpen hun ervaringen met producten en
merken te structureren en te verduidelijken (ordening aanbrengen)
Consumentenfranchise: de consumenten ’aanhang’ van een merk, hiermee word de combinatie van
merkbekendheid, merkkennis, merkattitude en merktrouw mee bedoelt.
Gedragsintentie: is het concrete voornemen of plan van een consument om een bepaald
gedrag uit te voeren
Koopintentie: bij het voornemen om een product te kopen
Gedragsfacilitatie: is het verschaffen van informatie over, waar, wanneer en hoe het product
gekocht kan worden
Koopfacilicatie: is er om barrières weg te nemen die de transactie kunnen blokkeren ( informatie
over levertijd, prijs etc.)
Gedrag: betreft het vormen van consumentengedrag zoals informatie opvragen, winkels
bezoeken, kopen, gebruiken en afdanken van producten
Open propositie: als een campagne erop gericht is om de doelgroep informatie te laten opvragen of
winkel te bezoeken
Gesloten propositie: spreken we van als feitelijk koopgedrag de doelstelling is, dus het aanschaffen
van goederen en diensten
Gedragsbehoud: het gaat er dan niet om mensen over te halen tot ander gedrag maar dat ze het
zelfde gedrag behouden
Hoofdstuk 6
Voordat de communicatiedoelstellingen op papier gezet kunnen worden, moet er eerst duidelijkheid
zijn over de ondernemingsdoelstellingen en marketingdoelstellingen:
Ondernemingsdoelstellingen
V
Marketingdoelstellingen
V
Marketingcommunicatiedoelstellingen
V
Reclamedoelstellingen
Ondernemingsdoelstellingen: kunnen abstract en concreet geformuleerd worden. Abstracte
doelstellingen hebben betrekking op de ‘missie’ van de onderneming, bijvoorbeeld de
maatschappelijke plaats en functie en haar bijdrage aan de samenleving
Marketingdoelstellingen: gaat het om omzetten, marktaandelen en concurrentie
Enkele voorbeelden:
De totale omzet vergroten
Nieuwkomers verhinderen die op de markt komen
De totale markt voor een merk of product vergroten
Het aantal verkooppunten uitbreiden
Marketingcommunicatiedoelstellingen: hebben betrekking op de verwachte effecten van alle
marketingcommunicatie instrumenten als totaal
Onderscheid:
Ondernemingsdoelstelling: in 2020 een rendement op het geïnvesteerd vermogen van 10% halen
Marketingdoelstelling: in 2020 marktaandeel vergroten van 20% naar 25%
Marketingcommunicatiedoelstelling: in 2020 10% van de doelgroep overhalen om een probeer
aankoop te doen
Reclamedoelstelling: in 2020 de geholpen merkbekendheid verhogen van 60% naar 75%
Soorten doelstellingen:
Bereik doelstelling: heeft te maken met de doelgroep die bereikt moet worde via de massamedia
Procesdoelstelling: heeft betrekking op het proces van communicatieverwerking.
Like ability
Waardering
Begrijpelijkheid van de communicatie-uiting
Effectdoelstelling: betrekking op het effect dat we met de communicatiecampagne willen bereiken
, De 4 groepen van communicatie – effectdoelstellingen
DOMINANTIE Merkbekendheid
RELEVANTIE Categoriebehoefte
Merkkennis
Merkattitude
BINDING Tevredenheid ( en dominantie, relevantie en
gedrag specifiek gemeten bij huidige klanten
GEDRAG Gedragsintentie
Gedragsfacilitatie
Gedrag
Merkbekendheid: actieve of passieve kennis van de merknaam, als de klant de merknaam uit
eigen geheugen zonder hulp kan noemen, spreken we over actieve of spontane merkbekendheid
Bewuste verzameling: (awereness set) bestaat uit de alternatieven die een bepaalde consument in
de uitgangspositie kent
Overweging verzameling: (consideration set) zijn de alternatieven die deze consument bij de
aankoop overweegt
Verwerpingsverzameling: (rejection set) bestaat uit de alternatieven die niet in aanmerking komen
Categoriebehoefte: de primaire vraag en behoefte bij de consument aan een productcategorie
en nog niet noodzakelijk aan een bepaald merk
Merkkennis: omvat de voordelen van een merk
Merkattitude: is de houding ten opzichte van het merk en in het bijzonder de voorkeur voor het
merk
Tevredenheid: de tevredenheid kan leiden tot klantenbehoud en herhalingsaankopen
Bevestigende functie: kopers willen graag hun mening over en ervaring met het product afstemmen
met anderen en met informatie in marketingcommunicatie
Structurerende functie: communicatie kan consumenten helpen hun ervaringen met producten en
merken te structureren en te verduidelijken (ordening aanbrengen)
Consumentenfranchise: de consumenten ’aanhang’ van een merk, hiermee word de combinatie van
merkbekendheid, merkkennis, merkattitude en merktrouw mee bedoelt.
Gedragsintentie: is het concrete voornemen of plan van een consument om een bepaald
gedrag uit te voeren
Koopintentie: bij het voornemen om een product te kopen
Gedragsfacilitatie: is het verschaffen van informatie over, waar, wanneer en hoe het product
gekocht kan worden
Koopfacilicatie: is er om barrières weg te nemen die de transactie kunnen blokkeren ( informatie
over levertijd, prijs etc.)
Gedrag: betreft het vormen van consumentengedrag zoals informatie opvragen, winkels
bezoeken, kopen, gebruiken en afdanken van producten
Open propositie: als een campagne erop gericht is om de doelgroep informatie te laten opvragen of
winkel te bezoeken
Gesloten propositie: spreken we van als feitelijk koopgedrag de doelstelling is, dus het aanschaffen
van goederen en diensten
Gedragsbehoud: het gaat er dan niet om mensen over te halen tot ander gedrag maar dat ze het
zelfde gedrag behouden