Inhoud
Hoorcollege 1a...........................................................................................................2
Hoorcollege 1b.........................................................................................................12
Hoorcollege 2a.........................................................................................................22
Hoorcollege 3a.........................................................................................................37
Hoorcollege 3b.........................................................................................................40
Hoorcollege 4a.........................................................................................................48
Hoorcollege 4b.........................................................................................................57
Hoorcollege 5a.........................................................................................................64
Hoorcollege 5b.........................................................................................................72
Hoorcollege 6a.........................................................................................................81
Hoorcollege 6b.........................................................................................................88
, Hoorcollege 1a
Herhaling statistiek 1 hoofdstuk 1 t/m 4
Variabelen en hun meetniveau
Een variabele is een eigenschap die kan variëren tussen personen in een
steekproef of populatie
Het meetniveau van een variabele bepaalt de statistische methoden die
gebruikt kunnen worden
Variabelen hebben elk een eigen meetniveau
Meetniveaus op een rij
Nominaal
o Op zijn hoogst indeling in ongeordende categorieën
o Classificatie als wel/niet ‘behoren tot dezelfde categorie’ codering kan
met cijfers, letters of symbolen
Ordinaal
o Op zijn hoogst indeling in geordende categorieën
o Classificatie als ‘groter dan, gelijk, en kleiner dan’ rangorden kan op
twee manieren: hoog naar laag; laag naar hoog
Nominaal en Ordinaal samen categorisch
Interval
o Maakt naast ordening ook verschillen interpretabel door gelijke
meeteenheden
Ratio
o Heeft naast ordening en gelijke meeteenheden een absoluut nulpunt
Interval en Ratio samen metrisch of kwantitatief
Omgaan met meetniveaus in de praktijk
Ordinale variabele zijn soms ‘fuzzy’
o Sommige ordinale variabelen kunnen ook als interval geïnterpreteerd
worden en daardoor ook als interval getoetst kunnen worden
Meeste methoden voor interval en ratio (‘parametrische methoden’)
Non-parametrische methoden minder bekend en gebruikt
In praktijk toch vaan parametrische methoden gebruikt voor ordinale en
discrete data met veel mogelijke waardes
Beschrijvende statistiek
Het samenvatten van de data middels tabellen en figuren
Samenvatten per variabele (verdeling), samenvatten voor meerdere
variabelen (samenhang)
Verschillende beschrijvende statistieken voor categorische vs. kwantitatieve
data
Zorg er voor dat je data altijd eerst exploreert voordat je werkelijke gaat
analyseren
,Beschrijvende statistiek voor categorische data
Frequenties en staafdiagrammen
Voorbeeld tentamenvraag
Vul aan. De ____ is de kans dat H0 ten
onrechte wordt verworpen.
a. Power
b.
c.
d. P-waarde
Goede antwoord: b
Beschrijvende statistiek voor
kwantitatieve data
Frequenties en
histogrammen
Stem-and-leafplots
Beschrijven van verdelingsvormen
Klokvorming = normaalverdeling
U-vorming vaak bij polarisatie vragen
Scheef verdeeld naar kant met staart
Beschrijving van data centrum
Gemiddelde
Mediaan = middelste getal
Modus = meest voorkomende getal
, Bij normaalverdeling zijn deze 3 gelijk
Bij een andere verdeling goed kijken welke het meeste informatie
geeft