Geschiedenis 2.2 & 2.3
2.2 Hitler komt aan de macht
Ideeën van de Nazi’s.
De Duitse communisten vonden dat het tijd was voor een nieuwe revolutie. In 1919 in
München werd de NSDAP (nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij) opgericht.
Aanhangers van deze partij werden nationaalsocialisten of nazi’s genoemd. Belangrijkste
kenmerken van het nationaalsocialisme zijn:
Één partij met één lijder: Hitler met de NSDAP.
Nationalisme.
Militarisme.
Rassenleer.
Door het antisemitisme (Jodenhaat) zijn er veel problemen veroorzaakt.
Hitler aan de macht.
In 1929 groeide de populariteit van de nazi’s snel. Hij wou een einde maken aan de
werkloosheid en de schande van Versailles. De SA (stormafdeling) ook wel bruinhemden
genoemd, probeerde tegenstanders te intimideren. Daarna werd de SS (Schutzstaffel) ook
wel zwarthemden genoemd, belangrijk als een eliteeenheid binnen de partij en het leger. In
de parlementsverkiezing werd de NSDAP de grootste partij, een half jaar later werd Hitler
rijkskanselier. Nederlandse communist Marinus van der lubbe werd veroordeeld van
brandstichting van het parlementsgebouw (rijksdagbrand). Hij gebruikte dit om
communisten op te pakken. Hitler stelde een machtigingswet voor. Hitler had onbeperkte
macht.
Duitsland wordt een totalitaire staat.
Hitler verbood andere partijen. Tegenstanders werden in concentratiekampen opgesloten.
De burgers werden zwaar gecontroleerd. Kinderen gingen naar de Hitlerjugend (voor
jongens) of de Bund Deutscher Mädel (voor meisjes) van de NSDAP. Indoctrinatie werd
gebruikt om kinderen op te voeden. Duitsland was een totalitaire staat. Hitler stopte met
herstelbetalingen naar het buitenland, voerde dienstplicht in en begon met opbouw van
marine en luchtmacht. Dit was volgens het Verdrag van Versailles niet toegestaan. Mannen
boven de 18 moesten voor een half jaar naar een arbeidskamp.
2.2 Hitler komt aan de macht
Ideeën van de Nazi’s.
De Duitse communisten vonden dat het tijd was voor een nieuwe revolutie. In 1919 in
München werd de NSDAP (nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij) opgericht.
Aanhangers van deze partij werden nationaalsocialisten of nazi’s genoemd. Belangrijkste
kenmerken van het nationaalsocialisme zijn:
Één partij met één lijder: Hitler met de NSDAP.
Nationalisme.
Militarisme.
Rassenleer.
Door het antisemitisme (Jodenhaat) zijn er veel problemen veroorzaakt.
Hitler aan de macht.
In 1929 groeide de populariteit van de nazi’s snel. Hij wou een einde maken aan de
werkloosheid en de schande van Versailles. De SA (stormafdeling) ook wel bruinhemden
genoemd, probeerde tegenstanders te intimideren. Daarna werd de SS (Schutzstaffel) ook
wel zwarthemden genoemd, belangrijk als een eliteeenheid binnen de partij en het leger. In
de parlementsverkiezing werd de NSDAP de grootste partij, een half jaar later werd Hitler
rijkskanselier. Nederlandse communist Marinus van der lubbe werd veroordeeld van
brandstichting van het parlementsgebouw (rijksdagbrand). Hij gebruikte dit om
communisten op te pakken. Hitler stelde een machtigingswet voor. Hitler had onbeperkte
macht.
Duitsland wordt een totalitaire staat.
Hitler verbood andere partijen. Tegenstanders werden in concentratiekampen opgesloten.
De burgers werden zwaar gecontroleerd. Kinderen gingen naar de Hitlerjugend (voor
jongens) of de Bund Deutscher Mädel (voor meisjes) van de NSDAP. Indoctrinatie werd
gebruikt om kinderen op te voeden. Duitsland was een totalitaire staat. Hitler stopte met
herstelbetalingen naar het buitenland, voerde dienstplicht in en begon met opbouw van
marine en luchtmacht. Dit was volgens het Verdrag van Versailles niet toegestaan. Mannen
boven de 18 moesten voor een half jaar naar een arbeidskamp.