- Paragraaf 1 Idee en oorsprong van de rechtsstaat
Waarom is het goed dat we een rechtsstaat hebben?
Totalitaire staat = staat dringt door tot in persoonlijk leven en bepaalt wat mensen
mogen lezen en zijn, waar ze wonen en werken en waarheen ze reizen (wantrouwen
en achterdocht)
Politiestaat = burgers leven in angst dat geheime dienst bespioneert of dat
landgenoten en verklikken of verraden
Rechtsstaat = staat waarin burgers met grondrechten worden beschermd tegen
machtsmisbruik en willekeur van de overheid (er is vertrouwen en wederkerigheid)
Sociale rechtsstaat = wetten en voorzieningen om welvaart en welzijn te
bevorderen
Rechtszekerheid = wanneer burgers en staat te goeder trouw de wetten naleven
Sociaal contract = contract waarin mensen (vroeger) afspraken maken om in
natuurlijke vrijheid en gelijkheid te kunnen leven
(Eerste hoofdstuk zit weinig over in de toets.)
- Paragraaf 2 Grondwet en grondrechten
Wat zijn de grenzen van onze vrijheid?
Preambule = hierin staat beschreven welke idealen de samenleving koestert,
historische fouten, identiteit, hoe realiseren (voor amerikaanse, franse, duitse
grondwet)
Staatsregeling van de Bataafse Republiek = voorloper van grondwet
Constitutionele monarchie = een koninkrijk met een grondwet
Censuskiesrecht = kiesrecht voor mannelijke burgers die een bepaald bedrag
belasting betaalden
Nachtwakersstaat = staat die zich voornamelijk inzet voor veiligheid van burgers en
noodzakelijke voorwaarden realiseert voor economische groei (negentiende eeuw)
Verticale werking = grondrechten kunnen door burgers worden uitgeoefend
tegenover de staat
Horizontale werking = als burgers zich tegenover elkaar op hun grondrechten
beroepen
Grondrechten = o.a. vrijheid van meningsuiting, vrijheid van drukpers,
godsdienstvrijheid
, Grondwet
● Begrensd macht van staat en garandeert vrijheden burgers
● Legt fundamentele rechten van burgers vast
● Geeft aan hoe belangrijkste organen van staat in grote lijn zijn georganiseerd
● Drukt eenheid van natie uit. Binnen het staatsverband vormen alle burgers,
ondanks verschillen, een eenheid
Wetten veranderen constant (met bron uitleggen dat iets eerst nog niet strafbaar
was en nu wel)
- Paragraaf 3 Legaliteitsbeginsel
Waartoe dient het legaliteitsbeginsel?
Geprivatiseerd = als een bedrijf in handen komt van een private onderneming
Horizontale relaties = tussen burgers onderling (privaatrecht)
Verticale relaties = tussen burgers en de overheid (publiekrecht)
Legaliteitsbeginsel = iemands vrijheid kan alleen ingeperkt worden als de
rechtmatigheid van die beperking is vastgelegd in wetten en regels die door het
parlement zijn aangenomen, toen bijvoorbeeld internetcriminaliteit nog niet in de wet
stond als verboden kon iemand hier nog niet voor voor de rechter gesleept worden
Kwaliteitseisen aan wetten
● Wetten moeten algemeen zijn, dat wil zeggen dat ze voor iedereen moeten
gelden
● Wetten moeten openbaar en begrijpelijk zijn, zodat iedereen de wet kan
kennen
● Wetten mogen geen onmogelijke eisen stellen waaraan burgers niet kunnen
voldoen
● Wetten mogen niet met terugwerkende kracht worden toegepast, want dan
zouden burgers het vertrouwen in het recht verliezen
● Wetten mogen niet onderling tegenstrijdig zijn
● Wetten mogen niet te vaak worden veranderd, want dat tast de
rechtszekerheid aan
● De toepassing van wetten moet redelijk, billijk en zorgvuldig zijn. Voor een
lichte verkeersovertreding mag bijvoorbeeld geen gevangenisstraf worden
opgelegd. Dat zou onredelijk en onbillijk zijn.