Acathisie= ‘niet kunnen zitten’. Dit is een vorm van bewegingsonrust die ontstaat
binnen een paar weken wanneer een behandeling met een type medicijnen is gestart
of wanneer de dosering medicijnen is opgehoogd. (dit gebeurd vooral bij dopamine
receptor blokkers). Er is sprake van een gevoel van onrust en loopdwang.
Acute fase= de periode onmiddellijk na een verwonding of het begin van een ziekte
wanneer de symptomen de piek bereiken. Wanneer de periode verstrijkt, verbetert
de prognose. Mogelijk is er in de acute fase intensieve zorg/ een andere interventie
nodig.
Afasie= een taalstoornis (geen spraakstoornis!). Deze is het gevolg van niet
aangeboren hersenletsel. Er kunnen hierbij verschillende taalproblemen optreden.
(denk aan verwisselen van klanken, problemen met begrijpen, of het vinden van
woorden).
Agenda-setting= dit beschrijft de invloed van de media op de grote massa. (waar de
media het over heeft/ wat belangrijk is in de media, is voor het publiek ook een groot
onderwerp).
Agnosie= het niet kunnen herkennen van dingen die via de zintuigen waargenomen
worden. (beelden, geluiden, geuren etc.) De zintuigen zelf zijn nog intact en er is
geen geheugenverlies. Deze aandoening is meestal beperkt tot 1 zintuig.
Ambivalentie exploreren= het uitvragen van de voor & nadelen van de huidige
situatie en de voor & nadelen van de verandering. (hierbij laat je patiënten zelf
uitleggen wat de nadelen zijn van de situatie voor de gedragsverandering).
Ambulante compressietherapie= hierbij worden elastische zwachtels gebruikt om
oedeem in bijvoorbeeld een arm of been terug te dringen zodat de omvang weer
stabiel wordt. (compressie therapie= drukbehandeling).
Apathie= het ontbreken van emoties, motivatie of enthousiasme bij een persoon.
Apraxie= het onvermogen om complexe handelingen uit te voeren. Iemand die dit
heeft kan een handeling soms wel uitvoeren als deze wordt voorgedaan, maar
wanneer het later gevraagd wordt lukt het niet meer. Het is een gevolg van een
beroerte of hersenletsel.
ASE-model= een model waarmee gedrag verklaard en geanalyseerd kan worden.
Ook geeft het antwoord op de vraag hoe je gedrag kunt beïnvloeden.
(attitude, sociale invloed, effectiviteit). Deze factoren worden ook wel
gedragsdeterminanten genoemd.
Attitudebehandeling= een wijziging die optreedt in de houding van een persoon ten
opzichte van andere personen, groepen, zaken, opvattingen, omstandigheden &
dergelijke.
Auto-immuniteit= dit betekent dat het immuunsysteem zich tegen het lichaam keert.
Het ontstaat als er bij het opruimen van de lichaamseigen cellen wat verkeerd gaat.