Deutsch Grammatik Überblick Kap. 4
A. het werkwoord in de tegenwoordige tijd
Spielen = spelen Heißen = heten Reden = praten Antworten =
antwoorden
Ich spiele Ich heiße Ich rede Ich antworte
Du spielst Du heißt Du redest Du antwortest
Er / sie / es spielt Er / sie / es heißt Er / sie / es redet Er / sie / es antwortet
Wir spielen Wir heißen Wir reden Wir antworten
Ihr spielt Ihr heißt Ihr redet Ihr antwortet
Sie spielen Sie heißen Sie reden Sie antworten
De stam vind je door –en van het werkwoord af te halen.
Als de stam eindigt op een sisklank (s, ss, ß, x, z), is de uitgang bij du een –t inplaats van –st
Als de stam van een werkwoord eindigt op –d of –t wordt er bij de uitgangen –st (du) en –t
(er/sie/es/man en ihr) in tegenwoordige tijd een extra –e ingelast.
B. het voltooid deelwoord
Wordt gevormt door ge+stam+t
hören - Wir haben es gestern schon gehört.
spielen - Mein Hund hat mit meiner Katze gespielt.
Het voltooid deelwoord van werkwoorden op -ieren wordt gevormd door: stam + t.
fotografieren - Was hast du fotografiert?
Het voltooid deelwoord van werkwoorden met be- of ver- wordt gevormd door: stam + t.
versorgen - Er hat die Katze versorgt.
besuchen - Wir haben den Zoo besucht.
Het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden
Het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden wordt anders gevormd, net als in het Nederlands.
In de Lernliste staat dan ook het voltooid deelwoord. Dit moet je ook leren.
beschrijven – beschreven beschreiben – beschrieben
A. het werkwoord in de tegenwoordige tijd
Spielen = spelen Heißen = heten Reden = praten Antworten =
antwoorden
Ich spiele Ich heiße Ich rede Ich antworte
Du spielst Du heißt Du redest Du antwortest
Er / sie / es spielt Er / sie / es heißt Er / sie / es redet Er / sie / es antwortet
Wir spielen Wir heißen Wir reden Wir antworten
Ihr spielt Ihr heißt Ihr redet Ihr antwortet
Sie spielen Sie heißen Sie reden Sie antworten
De stam vind je door –en van het werkwoord af te halen.
Als de stam eindigt op een sisklank (s, ss, ß, x, z), is de uitgang bij du een –t inplaats van –st
Als de stam van een werkwoord eindigt op –d of –t wordt er bij de uitgangen –st (du) en –t
(er/sie/es/man en ihr) in tegenwoordige tijd een extra –e ingelast.
B. het voltooid deelwoord
Wordt gevormt door ge+stam+t
hören - Wir haben es gestern schon gehört.
spielen - Mein Hund hat mit meiner Katze gespielt.
Het voltooid deelwoord van werkwoorden op -ieren wordt gevormd door: stam + t.
fotografieren - Was hast du fotografiert?
Het voltooid deelwoord van werkwoorden met be- of ver- wordt gevormd door: stam + t.
versorgen - Er hat die Katze versorgt.
besuchen - Wir haben den Zoo besucht.
Het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden
Het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden wordt anders gevormd, net als in het Nederlands.
In de Lernliste staat dan ook het voltooid deelwoord. Dit moet je ook leren.
beschrijven – beschreven beschreiben – beschrieben