Ontwikkelingspsychologie voor:
Voorspellen volwassen functioneren
Begrijpen menselijke natuur
Begrijpen hoe gezond functioneren is te bevorderen
Ontwikkelingspsychologie: studie van verandering
Binnen individuen
Van conceptie tot dood
From womb to tomb (ei tot eind)
3 domeinen ontwikkelingspsychologie
Fysiologische ontwikkeling
Cognitieve ontwikkeling
Sociale en emotionele ontwikkeling
Stappen ontwikkelingspsychologie onderzoek
Beschrijven ontwikkeling: systematisch in kaart brengen van stabiliteit en
verandering over tijd
Begrijpen ontwikkeling: aantonen ontwikkelingsmechanismen/oorzaken
Optimaliseren ontwikkeling: hoe ondersteunen voor algemene, klinische
populatie
Nature: Ontwikkeling bepaald door genetische aanleg (nativisme). Thomas
Hobbes “bij geboorte zijn er ‘predisposities’ vb egoïsme”. Rousseau: “mens is van
nature goed”
Nurture: Ontwikkeling bepaald door omgeving (empirisme). John Locke
“menselijke geest is onbeschreven bij geboorte, alle kennis is gevolg van
ervaring”.
Er is sprake van wederzijdse beïnvloeding (interactie)
Vormen van interactie
X-vorm
V-vorm
Continue ontwikkeling: Ontwikkeling vindt geleidelijk plaats, zonder abrupte
veranderingen Discontinue ontwikkeling: Ontwikkeling is opeenvolging van
abrupte veranderingen (ontwikkeling verloopt in ‘stadia’)
Hoorcollege 2
Vier interactionistische theorieën voor nature, nurture
Ecologische theorie (Bronfenbrenner)
Psycho-sociale ontwikkelingstheorie (Erikson)
Evolutionaire psychologie (Darwin en co)
Zelf-determinatie theorie (Deci en Ryan)
,Ecologische theorie (Bronfenbrenner)
1.Kind: Aanleg, persoonlijkheid, biologische en genetische
factoren
2.Microsysteem: Directe omgeving van het kind (school,
familie)
3.Mesosysteem: Connecties tussen de microsystemen
4.Exosysteem: Indirecte omgevingen (bijv.
werkomstandigheden van ouders)
5.Macrosysteem: Culturele context
6.Chronosysteem: Tijd
Psycho-sociale ontwikkelingstheorie (Erikson)
Ontwikkeling wordt bepaald door interactie van 3 systemen: biologie,
psychologie, cultuur
Ontwikkeling bestaat uit 8 stadia (de 5 stadia van freud+ 3
extra=lifespan perspectief)
Elk ontwikkelingsstadium bestaat uit een conflict uit twee uitersten (bvb
intimiteit vs isolement). Die de basis voor een ontwikkelngstaak vormt.
Succesvolle oplossing leidt tot deugden (vb liefde). Niet oplossen
(stagnatie) leidt tot pathologie
Evolutionaire psychologie (Darwin en co)
Maturation approach: universeel verloop van stadia en groei door
evolutie (verschil tussen levensfases in biologische taken)
Evolutie ledit tot vastlegging van adaptieve conditionele
ontwikkelingspaden
Zelf-determinatie theorie (Deci en Ryan)
Organisch perspectief: kinderen zijn van nature gedreven om te leren
en zich te ontwikkelen
Omgeving kan natuurlijke ontwikkeling stimuleren/dwarsbomen. Base
behoeften: competentie, autonomie, verbondenheid
Onderzoeksdesign
Zelfrapportage: vragenlijst, interview
Ouder/leerkracht/peer rapportage
Observatie: naturalistisch (alledaagse omgeving) of gestructureerd
(geënsceneerde omgeving)
Cross-sectionele methode: vergelijkt groepen proefpersonen van
verschillende leeftijd
Longitudinale methode: zelfde proefpersonen worden herhaaldelijk
gemeten
Cohort-sequentieel design: verschillende controles over verschillende
leeftijden over tijd
Experimentele methode: voor oorzakelijke verbanden
Hoorcollege 3
De Harris: ouders hebben geen controle (los van genetisch) over de
ontwikkeling van hun kind
, Doordat genetische overlap tussen kind en ouder zal de gedragsstijlen ook
overlappen
Passieve gen-omgeving correlatie: bvb emotioneel instabiele mensen
scheiden vaker. Deze eigenschap is erfelijk, waardoor het kind ook sneller zal
scheiden.