Oefen tentamen vragen
Lecture 1: Representativiteit & Missing values
1Welke van de onderstaande is geen aselecte steekproef? (kan er meer dan 1 zijn)
a. Gestratificeerde steekproef
b. qouta sampling
c. clustersteekproef
d. judgemental sampling
2Je hebt meerdere groepen en uit die groepen die je hebt kies je per groep een steekproef. Dit is een
voorbeeld van?
a. Snowball sampling
b. convenience sampling
c. clustersteekproef
d. gestratificeerde steekproef
3Je noemt een steekproef om toevalsbasis ook wel:
a. aselect
b. select
c. systematische steekproef met aselect begin
4Je test representativiteit en ziet dat je een alfa van .06 haalt. Is deze test representatief?
a. Ja
b. Nee
5Welke fout probeer je te voorkomen door het verlagen van de alfa?
a. Type 1 fout
b. Type 2 Fout
6Bij data cleaning hebben we routings, wat houdt dit in?
a. Hier controleer je of je de juiste codes hebt gebruikt.
b. je zoekt of je vragen hebt die verwijzen om naar een volgende vraag te gaan.
c. zoeken of mensen op de automatische piloot antwoordgeven.
7Het hebben van veel response sets in je data is slecht voor de:
a. Generaliseerbaarheid
b. Interne validiteit
c. Externe validiteit
d. toepasbaarheid
8Stelling: Missing data tast de betrouwbaarheid en validiteit aan van je data set.
a. Juist
b. Onjuist
9. Indien little MCAR test een significantie van .02 scoort dan spreken we van
a. MAR
b. MCAR
10. Je hebt 2 ordinalen variabelen en wilt testen of er MAR of MCAR is. Dit doe je via?
a. T-test
b. Kruistabellen
c. Little MCARs test
Lecture 1: Representativiteit & Missing values
1Welke van de onderstaande is geen aselecte steekproef? (kan er meer dan 1 zijn)
a. Gestratificeerde steekproef
b. qouta sampling
c. clustersteekproef
d. judgemental sampling
2Je hebt meerdere groepen en uit die groepen die je hebt kies je per groep een steekproef. Dit is een
voorbeeld van?
a. Snowball sampling
b. convenience sampling
c. clustersteekproef
d. gestratificeerde steekproef
3Je noemt een steekproef om toevalsbasis ook wel:
a. aselect
b. select
c. systematische steekproef met aselect begin
4Je test representativiteit en ziet dat je een alfa van .06 haalt. Is deze test representatief?
a. Ja
b. Nee
5Welke fout probeer je te voorkomen door het verlagen van de alfa?
a. Type 1 fout
b. Type 2 Fout
6Bij data cleaning hebben we routings, wat houdt dit in?
a. Hier controleer je of je de juiste codes hebt gebruikt.
b. je zoekt of je vragen hebt die verwijzen om naar een volgende vraag te gaan.
c. zoeken of mensen op de automatische piloot antwoordgeven.
7Het hebben van veel response sets in je data is slecht voor de:
a. Generaliseerbaarheid
b. Interne validiteit
c. Externe validiteit
d. toepasbaarheid
8Stelling: Missing data tast de betrouwbaarheid en validiteit aan van je data set.
a. Juist
b. Onjuist
9. Indien little MCAR test een significantie van .02 scoort dan spreken we van
a. MAR
b. MCAR
10. Je hebt 2 ordinalen variabelen en wilt testen of er MAR of MCAR is. Dit doe je via?
a. T-test
b. Kruistabellen
c. Little MCARs test