Inhoud
Leerdoelen week 1 ..................................................................................................... 2
Hoorcollege 1a ........................................................................................................ 3
Hoorcollege 1b ........................................................................................................ 7
Leerdoelen week 2 ................................................................................................... 14
Hoorcollege 2a ...................................................................................................... 15
Hoorcollege 2b ...................................................................................................... 22
Leerdoelen week 3 ................................................................................................... 29
Hoorcollege 3a ...................................................................................................... 30
Hoorcollege 3b ...................................................................................................... 37
Werkgroep 3 ......................................................................................................... 44
Leerdoelen week 4 ................................................................................................... 45
Hoorcollege 4a ...................................................................................................... 46
Hoorcollege 4b ...................................................................................................... 51
Werkgroep 4 ......................................................................................................... 60
Leerdoelen week 5 ................................................................................................... 63
Hoorcollege 5 ........................................................................................................ 64
Werkgroep 5a ....................................................................................................... 75
Werkgroep 5b ....................................................................................................... 78
Leerdoelen week 6 ................................................................................................... 79
Hoorcollege 6 ........................................................................................................ 80
Werkgroep 6a ....................................................................................................... 88
Werkgroep 6b ....................................................................................................... 90
Leerdoelen week 7 ................................................................................................... 93
Hoorcollege 7 ........................................................................................................ 94
Werkgroep 7 ....................................................................................................... 104
, Leerdoelen week 1
Studenten kunnen reflecteren op hun eigen, reeds bestaande, ideeën over de
hersenen/gedrag-relatie (in het bijzonder in het licht van het klassieke
lichaam/geest-probleem) en de aannames die daaraan ten grondslag liggen
[WG]
Studenten kunnen uitleggen wat de samenhang is tussen het zenuwstelsel en
het hormoonsysteem [HC]
, Hoorcollege 1a
Het zenuwstelsel
Organisatie zenuwstelsel
Studenten kunnen de bouw en de functionele organisatie van het zenuwstelsel
benoemen
(ook) buiten de botten
Omsloten door
• Onwillekeurig
bot (schedel,
• Bestuurt o.a. klieren en
wervelkolom)
de gladde spieren van
organen (zoals hart en
darmen)
• Willekeurig ➔ O.a.
• Perifere o Vitale levensfuncties
zenuwen → (o.a. hartslag,
interactie bloeddruk, ademhaling)
buitenwereld / o Spijsvertering
lichaam o Stofwisseling
• Zintuigelijke o Verbranding /
waarneming energiehuishouding
• motoriek Activiteit / fight / flight Herstel, rust & o Slaap-waakritme
(zoals bij stress) energiebehoud o temperatuurregeling
Spijsvertering, stofwisseling en verbranding
• Spijsvertering
o Verteren van voedsel tot bruikbare, door het lichaam opneembare,
bouwstenen (zoals koolhydraten en eiwitten)
• Stofwisseling (metabolisme)
o Het bewerken en omvormen van deze bruikbare voedingsstoffen (bijv.
koolhydraten in glucose)
• Verbranding
o Met behulp van zuurstof voedingstoffen omzetten in energie, nodig voor
fysieke actie / inspanningen (spieractiviteit), mentale inspanning, vitale
functies als hartslag en ademhaling, S&S, lichaamstemperatuur,
biochemische celprocessen zoals synthese en transport van stoffen,
etc.
o Glucose kan worden verbrand of opgeslagen, afhankelijk van je
energiebehoefte (veel > sympathisch deel autonome ZS, weinig >
parasympatisch deel autonome ZS)
, Autonomic nervous system (regulatie vanuit hersenstam)
Studenten kunnen uitleggen wat de functie is van het sympathische en
parasympatische zenuwstelsel en hun effecten in het lichaam verklaren
• Met behulp van zuurstof glucose omzetten in energie, bijv. nodig om lichaam
in paraatheid / actie te brengen → sympathische deel
o Via het hypothalamus-hypofyse-bijnier-systeem (HPA-as):
▪ Adrenaline
▪ Hartslag , bloeddruk , ademhaling , zweetklieren ,
vernauwing bloedvaten, alertheid / arousal / spijsvertering
• Opslag van glucose als er meer glucose beschikbaar is dan nodig voor
energie → parasympatische deel
o Spijsvertering , reparatiewerkzaamheden , etc.
▪ Bijv. als glycogeen in lever- en spiercellen, als eiwitten in
spierweefsel, of als vet(zuren) in vetcellen
➔ Onder invloed van insuline
Somatic nervous system
• Cranial nerves (hersenzenuwen / craniale zenuwen / kopzenuwen) – 12 paar
o Deze zenuwen lopen niet via het ruggenmerk
o Twaalf tweetallen zenuwen (één voor rechter- en één voor linkerkant
van het hoofd) die rechtstreeks uit de hersenen ontspringen
(motorische hersenzenuwkernen in de hersenstam) en naar het hoofd
lopen (motorische zenuwen) of rechtstreeks zintuigelijke signalen naar
de hersenen vervoeren (sensorische zenuwen)
• Spinal nervers (spinale zenuwen / ruggenmergzenuwen) – 31 paar
o Zenuwen die zich vanuit het ruggenmerg vertakken
o Zenuwen die prikkels vervoeren naar spieren/organen (efferente
zenuwen) of aanvoeren vanuit de zintuigen (afferente zenuwen)
Structuur: bouwstenen van de hersenen (celniveau)
• Twee typen cellen:
o Neuronen:
▪ ± 100 – 120 miljard
▪ De informatieverwerkers!
o Gliacellen
▪ ± 5 biljoen
▪ De ondersteuners van neuronen
Neuronen
• Functie: signalen ontvangen, verwerken / integreren en doorgeven
• ± 100 -120 miljard
• Neuron ontvangt input en stuurt output naar (tien)duizenden andere neuronen
(max. tot wel 200 keer per seconde per contactpunt) → …
o Max. 15.000 (input) * 200 ~ 1011 signaaloverdrachten per seconden
(per neuron)