Methodiek
Specifiek werkzame factoren:
Groepsgerichte interventies
Bij lichte opvoedvragen en problemen en/of wanneer de problematiek zich leent om in een
groep te bespreken en ouders baat hebben bij sociale steun.
Individuele interventies
Wanneer er sprake is van zwaardere problemen of wanneer ouders hun vragen en
problemen niet in een groep willen bespreken.
Homevisiting programma’s
De inzet van getrainde paraprofessionals en verpleegkundige effectiever dan het inzetten
van vrijwilligers.
Gedragsgeoriënteerde interventies
Doelen gericht zijn op het bijbrengen van opvoedvaardigheden en het bieden van praktische
opvoedtips om gedragsverandering te bewerkstelligen en invloed uit te oefenen op het
gedrag van kinderen.
Cognitieve interventies
Om houding en attitudes ten aanzien van opvoeding te veranderen.
Opvoedprogramma’s:
1. Gedragsgeoriënteerde opvoedprogramma’s
- Gebaseerd op sociale leertheorie
- Doel is om ouders basale gedragstechnieken bij te brengen zoals positieve
bekrachtiging, onderhandelen en alternatieven voor straf.
2. Cognitieve-gedragsmatige opvoedprogramma’s
- Gedragsmatige strategieën gecombineerd met cognitieve strategieën om ouders
te helpen hun gedachtes over zichzelf en hun kinderen te herstructureren.
3. Programma’s gericht op de ouder-kindrelatie
- Ouders krijgen vaardigheden aangereikt om effectiever te luisteren naar en
communicatie met hun kinderen.
4. Programma’s gebaseerd op rationeel-emotieve therapie
- Gericht op het verminderen van emotionele stress door irrationele gedachtes te
bestrijden en rationele gedachtes te bekrachtigen.
5. Multimodale opvoedprogramma’s
- Bestaan uit een combinatie van theoretische uitgangspunten en componenten.
Algemene opvoedingsvaardigheden:
Emotioneel ondersteunen
Emotionele ondersteuning bieden is een gevoel van geborgenheid geven aan het kind, zodat
het zich veilig voelt.
Respect voor autonomie
Het is van belang dat de opvoeder het kind daarbij zo veel mogelijk de ruimte geeft en het
respecteert in zijn autonomie.
, Structuur bieden en grenzen stellen
Om tegemoet te komen aan de groeiende behoefte aan zelfstandigheid en autonomie van
het kind is het van belang dat een kind ervaart dat er een vaste structuur is en dat er grenzen
zijn.
Informatie en uitleg geven
- Om de wereld te leren begrijpen, heeft een kind informatie en uitleg nodig.
- Informatie sluit aan bij de behoefte, de belevingswereld, de aandacht en het
ontwikkelingsniveau van het kind.
Naast de directe interactie met het kind, heeft de opvoeder ook gedeeltelijk invloed op
ervaringen die het kind opdoet met anderen en met materiële omgeving.
Interne ‘locus of control’
Als iemand het idee heeft te bepalen wat er gebeurt.
Verschijningsvormen van spel
1. Sensopathisch spel
2. Receptief spel
3. Oefenspel
4. Symbolisch spel
5. Constructiespel
6. Regelspel
Microsysteem
Directe omgeving, zoals gezin en school.
Mesosysteem
Relatie tussen de verschillende microsystemen.
Exosysteem
Microsystemen waar het kind geen deel van uitmaakt, maar indirect wel invloed heeft
hebben op het kind.
Bv. Schoolbeleid, de massamedia en het werk van de ouders.
Marcosysteem
De maatschappij.
Bv. Religie, politiek, organisatie van het onderwijsstelsel.
Draaglast
Is het geheel van taken dat ouders en kinderen te vervullen hebben
Draagkracht
Is het geheel van competenties en beschermende factoren dat ouders en kinderen in staat
stelt deze taken en bedreigende factoren het hoofd te bieden.
Balansmodel
Geeft een overzicht van het samenspel van beschermende en risicofactoren voor de
ontwikkeling van een kind op drie niveau.
- Microsysteem
- Mesosysteem
- Macrosysteem