Causaliteit
Causaliteit (art. 6:162 lid 1 BW)
We ontleden allereerst art. 6:162 lid 1 BW: ‘’Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt,
welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te
vergoeden.’’ Het woordje ‘dientengevolge’ impliceert dat er tussen de schade en de onrechtmatige
gedraging een causaal verband moet bestaan.
Er zijn twee soorten causaliteit te onderscheiden: 1) condicio sine qua non en 2) art. 6:98 BW. Dit
gezamenlijk noemen we de dubbele causaliteitstoets. De condicio sine qua non-causaliteit speelt in de
vestigingsfase. Daarbij gaat het om het toerekenen van de schade aan de gebeurtenis. De art. 6:98
BW-causaliteit speelt in de omvangsfase. Daarbij gaat het om het toerekenen van de schade aan de
dader.
Dubbele causaliteitstoets
1. Condicio sine qua non
● Gevalsvergelijking: situatie met onrechtmatige handeling vs. hypothetische situatie
zonder onrechtmatige handeling
→ De vraag die je je hierbij stelt is: Zou de schade ook zijn opgetreden in de
hypothetische situatie dat er niet onrechtmatig gehandeld is?
2. Art. 6:98 BW
● ‘’Voor vergoeding komt slechts in aanmerking schade die in zodanig verband staat
met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de schuldenaar berust, dat zij
hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg
van deze gebeurtenis kan worden toegerekend.’’
Bewijs bij condicio sine qua non
● [Keukenbrand]: Volledige/absolute zekerheid om het causale verband vast te stellen is niet
vereist. Voldoende zekerheid, ofwel een redelijke mate van waarschijnlijkheid, is voldoende.
1