Samenvatting 6.1
► Het klimaat op aarde verandert door het gebruik van fossiele brandstoffen. Er
komt extra CO2 in de lucht door fabrieken, verkeer, huishoudens en opwekken
van elektriciteit.
● CO2 werkt in de dampkring als een broeikas: het laat zonnestralen door en houdt
de warmte vast. Door de extra uitstoot van CO2 stijgt de temperatuur op aarde. Dat
heet het versterkte broeikaseffect.
■ Door de opwarming smelten sneeuw en ijs in de poolstreek en in de bergen. Ook
wordt het klimaat extremer.
Minder koolstofdioxide in de dampkring
► In 2030 moet de CO2-uitstoot met de helft zijn gedaald ten opzichte van 1990. In
2050 wil Nederland dat mensen helemaal geen invloed meer hebben op het klimaat.
Maatregelen:
● zuiniger omgaan met energie door energiebesparing;
● het gebruik van duurzame of hernieuwbare energiebronnen.
Aandeel duurzame energiebronnen
► Een klein deel van de Nederlandse energie komt van duurzame energiebronnen.
● Voor het opwekken van elektriciteit wordt windenergie gebruikt.
● Het opwekken van zonne-energie neemt snel toe: zonnepanelen op daken en
grote zonneparken.
● Warmtepompen gebruiken lucht- en bodemwarmte om het huis en het
kraanwater te verwarmen.
● In Nederland wordt de meeste duurzame energie opgewekt met biomassa. Dat
zijn materialen die afkomstig zijn van planten en mest van
dieren. Energiecentrales en afvalverbrandingsinstallaties gebruiken de biomassa
om elektriciteit op te wekken. Ook wordt er brandstof van gemaakt.
■ Biomassa is een duurzame energiebron: deze raakt nooit op. De vrijkomende
CO2 hebben planten en bomen eerder uit de lucht opgenomen. Biomassa is niet
duurzaam als er geen nieuwe planten en bomen komen die CO 2 uit de lucht
opnemen.
► Het klimaat op aarde verandert door het gebruik van fossiele brandstoffen. Er
komt extra CO2 in de lucht door fabrieken, verkeer, huishoudens en opwekken
van elektriciteit.
● CO2 werkt in de dampkring als een broeikas: het laat zonnestralen door en houdt
de warmte vast. Door de extra uitstoot van CO2 stijgt de temperatuur op aarde. Dat
heet het versterkte broeikaseffect.
■ Door de opwarming smelten sneeuw en ijs in de poolstreek en in de bergen. Ook
wordt het klimaat extremer.
Minder koolstofdioxide in de dampkring
► In 2030 moet de CO2-uitstoot met de helft zijn gedaald ten opzichte van 1990. In
2050 wil Nederland dat mensen helemaal geen invloed meer hebben op het klimaat.
Maatregelen:
● zuiniger omgaan met energie door energiebesparing;
● het gebruik van duurzame of hernieuwbare energiebronnen.
Aandeel duurzame energiebronnen
► Een klein deel van de Nederlandse energie komt van duurzame energiebronnen.
● Voor het opwekken van elektriciteit wordt windenergie gebruikt.
● Het opwekken van zonne-energie neemt snel toe: zonnepanelen op daken en
grote zonneparken.
● Warmtepompen gebruiken lucht- en bodemwarmte om het huis en het
kraanwater te verwarmen.
● In Nederland wordt de meeste duurzame energie opgewekt met biomassa. Dat
zijn materialen die afkomstig zijn van planten en mest van
dieren. Energiecentrales en afvalverbrandingsinstallaties gebruiken de biomassa
om elektriciteit op te wekken. Ook wordt er brandstof van gemaakt.
■ Biomassa is een duurzame energiebron: deze raakt nooit op. De vrijkomende
CO2 hebben planten en bomen eerder uit de lucht opgenomen. Biomassa is niet
duurzaam als er geen nieuwe planten en bomen komen die CO 2 uit de lucht
opnemen.