§1: De verlichting
KA; Rationeel optimisme en ‘verlichte denken’ dat werd toegepast op alle
terreinen v/d samenleving : godsdienst, politiek en sociale verhoudingen:
Leg uit dat de verlichtingsfilosofen voortbouwen op het rationalisme en de
natuurwetenschappelijke ontdekkingen uit de Tijd van regenten en vorsten:
Rationalisme: dmv. het gebruik v/d rede, het verstand, logisch nadenken tot inzicht en
kennis komen. Naar voorbeeld v/d natuurwetenschappers uit eerder tijdvakken baseren de
verlichtingsfilosofen hun ideeën over maatschappij en samenleving op de ratio.
Beschrijf hoe de standenmaatschappij sinds de middeleeuwen was veranderd:
In de 18e eeuw bestond nog altijd een standenmaatschappij met een 1e (geestelijkheid), 2e
(adel) en 3e (rest v/d bevolking) stand waarbij een grote mate van sociale ongelijkheid
bestond.
- Beschrijf hoe de macht v/d absolute vorsten en de privileges v/d
geestelijkheid en adel spanningen opriepen bij de burgerij en boeren:
De eerste twee standen hadden allerlei privileges die de 3e stand (Bourgeoisie) niet had
(herendiensten en het niet of nauwelijks betalen van belastingen). Echter was de
samenstelling v/d 3e stand de afgelopen eeuwen zo veranderd dat er een economisch
sterke burgerij was opgekomen die meer invloed op bestuurlijk en economisch gebied wilde.
Beschrijf de kritiek v/d verlichtingsfilosofen op de standenmaatschappij en plaats
deze kritiek binnen de maatschappelijke ontwikkelingen:
- Locke: alle wetten gelijk voor eenieder.
- Montesquieu: trias politica.
- Rousseau: volkssoevereiniteit in een sociaal contract tussen volk en vorst.
- Voltaire: twijfelde aan belang geestelijkheid, vond absolute nodig om te regeren.
Hoe en in hoeverre verspreidde de kritiek op de standenmaatschappij en op de
absolute vorsten onder het volk?
Nieuwe inzichten v/d filosofen werden met elkaar gedeeld via brieven, verzameld in de
encyclopédie van Diderot. via publicaties in kranten en tijdschriften, (illegaal) gedrukte
boekwerken of werden verwerkt in toneelspelen of gedeeld en bediscussieerd tijdens
bijeenkomsten in salons.
Begrippen:
Sociale verhoudingen → wisselwerking tussen de verschillende groepen.