Oefentoets periode 1
1. In het roze vak van de SV5 staan producten als ei, melk en margarine.
2. Als je je goed aan de SV5 houd is de kans op chronische ziekten klein.
3. Je mag 3 weekkeuzes in de week.
4. De criteria gelden altijd voor onbereid producten
5. De criteria zijn opgesteld per portie
6. De vezelcriteria zijn alleen vastgesteld voor de oranje productgroep.
7. Als je je groenten schilt en blancheert is het bewerkte groenten volgends de SV5.
8. Als vruchtensap aan de criteria voldoet valt het toch buiten de SV5.
9. Voorbeelden van vette vis zijn zalm, tonijn en haring.
10. Je mag maximaal 300 gram vlees in de week eten.
11. Plakjes kipfilet en ham staan in de SV5.
12. In een hoofdgerecht moet minimaal 100 gram eiwit zitten.
13. In een lunchgerecht mogen 2 dagkeuzes worden verwerkt.
14. Volgends de vcp voldoen Nederlanders niet aan de richtlijnen voor groente, zout en vis.
15. Het zachte deel van het gehemelte heet het os palatinum.
16. De papillen op de tong zijn receptoren voor de smaakzin.
17. Een volwassen gebit bestaat uit 32 tanden.
18. Speeksel bevat amylase.
19. Speeksel heeft als functie om voedsel vochtig te maken en om de mond schoon te houden.
20. In het duodenum (12vingerigedarm) wordt het zure voedsel uit de maag neutrale gemaakt
door sappen uit de pancreas en de galblaas.
21. Enterocyten nemen voedingsstoffen op uit de dikke darm.
22. De dikke darm is 2 meter lang.
23. In de lever wordt gal opgeslagen.
24. Normale Nederlanders moeten 13 en% eiwit binnenkrijgen.
25. De bovengrens van eiwit is 30en%.
26. Je moet minimaal 40en% koolhydraten binnenkrijgen.
27. Er wordt aanbevolen om 3 gram voedingsvezel per MJ energie te eten.
28. Semi-essentiële eiwitten kunnen gemaakt worden door het lichaam
29. Een verteringscyclus duurt ongeveer 25 uur
30. Tijdens barderen gaat er weinig vet uit het vlees verloren.
31. Bouillir is de Franse benaming voor fruiten.
32. Onder vederwild vallen duif, fazant en gans.
33. De portiegrootte van ei is 50 gram.
34. Granen zijn rijk aan eiwit, ijzer, koolhydraten en voedingsvezels.
35. Onder nagerechten vallen pudding, ijs, gebak en fruit.
36. De meeste reflexen zijn aangeboren.
37. De amygdala regelt seksuele prikkels.
38. In de hersenschors liggen herinneringen opgeslagen.
39. Seksuele motivatie is homeostatisch.
40. Polysachariden zijn langzame suikers.
41. Bij een glucose tekort in het bloed worden eiwitten afgebroken.
42. De enige manier dat je omega vetzuren kunt binnenkrijgen is door het eten van vis.
43. Als gal wordt uitgescheden gaat het cholesterol gehalte omhoog.
44. Door onverzadigde vetten zoals omega-3 te eten wordt de kans op hartziekten kleiner.
45. Vet oplosbare vitaminen zijn B en C
1. In het roze vak van de SV5 staan producten als ei, melk en margarine.
2. Als je je goed aan de SV5 houd is de kans op chronische ziekten klein.
3. Je mag 3 weekkeuzes in de week.
4. De criteria gelden altijd voor onbereid producten
5. De criteria zijn opgesteld per portie
6. De vezelcriteria zijn alleen vastgesteld voor de oranje productgroep.
7. Als je je groenten schilt en blancheert is het bewerkte groenten volgends de SV5.
8. Als vruchtensap aan de criteria voldoet valt het toch buiten de SV5.
9. Voorbeelden van vette vis zijn zalm, tonijn en haring.
10. Je mag maximaal 300 gram vlees in de week eten.
11. Plakjes kipfilet en ham staan in de SV5.
12. In een hoofdgerecht moet minimaal 100 gram eiwit zitten.
13. In een lunchgerecht mogen 2 dagkeuzes worden verwerkt.
14. Volgends de vcp voldoen Nederlanders niet aan de richtlijnen voor groente, zout en vis.
15. Het zachte deel van het gehemelte heet het os palatinum.
16. De papillen op de tong zijn receptoren voor de smaakzin.
17. Een volwassen gebit bestaat uit 32 tanden.
18. Speeksel bevat amylase.
19. Speeksel heeft als functie om voedsel vochtig te maken en om de mond schoon te houden.
20. In het duodenum (12vingerigedarm) wordt het zure voedsel uit de maag neutrale gemaakt
door sappen uit de pancreas en de galblaas.
21. Enterocyten nemen voedingsstoffen op uit de dikke darm.
22. De dikke darm is 2 meter lang.
23. In de lever wordt gal opgeslagen.
24. Normale Nederlanders moeten 13 en% eiwit binnenkrijgen.
25. De bovengrens van eiwit is 30en%.
26. Je moet minimaal 40en% koolhydraten binnenkrijgen.
27. Er wordt aanbevolen om 3 gram voedingsvezel per MJ energie te eten.
28. Semi-essentiële eiwitten kunnen gemaakt worden door het lichaam
29. Een verteringscyclus duurt ongeveer 25 uur
30. Tijdens barderen gaat er weinig vet uit het vlees verloren.
31. Bouillir is de Franse benaming voor fruiten.
32. Onder vederwild vallen duif, fazant en gans.
33. De portiegrootte van ei is 50 gram.
34. Granen zijn rijk aan eiwit, ijzer, koolhydraten en voedingsvezels.
35. Onder nagerechten vallen pudding, ijs, gebak en fruit.
36. De meeste reflexen zijn aangeboren.
37. De amygdala regelt seksuele prikkels.
38. In de hersenschors liggen herinneringen opgeslagen.
39. Seksuele motivatie is homeostatisch.
40. Polysachariden zijn langzame suikers.
41. Bij een glucose tekort in het bloed worden eiwitten afgebroken.
42. De enige manier dat je omega vetzuren kunt binnenkrijgen is door het eten van vis.
43. Als gal wordt uitgescheden gaat het cholesterol gehalte omhoog.
44. Door onverzadigde vetten zoals omega-3 te eten wordt de kans op hartziekten kleiner.
45. Vet oplosbare vitaminen zijn B en C