Samenvatting Scheikunde:
Scheidingsmethodes:
1. Filtratie
Vergelijkbaar met het zeven van zand in een zandbak: de steentjes blijven in de
zeef liggen.
- Deeltjesgrootte
- Wat overblijft = residu.
- Wat door de filter gaat is filtraat.
2. Bezinken en centrifugeren
Bezinken: voor het scheiden van suspensies: een mengsel van een vloeistof met
een niet opgeloste vaste stof. En emulsies: Een mengsel van vloeistoffen die
niet mengen.
- Dichtheid
- Laten staan zodat de niet opgeloste vaste stof naar beneden zakt
- De stof met een hogere dichtheid komt bovenop te liggen.
- Bezinken en afschenken.
- Duurt lang
Centrifugeren:
- Bezinken versneld
- Mengsel ronddraaien
- Hogere dichtheid aan de buitenkant
- Lagere dichtheid binnenkant
3. Indampen
- Kookpunt
- Door het mengsel te verhitten verdampt de stof met het laagste
kookpunt als eerste.
- Residu blijft over.
- Alleen als het verschil in kookpunt groot is.
- Vooral bij vast stof met een vloeistof.
4. Destillatie
- Kookpunt
- De stof met het laagste kookpunt verdampt en gaat omhoog. Dan gaat
het door een gekoelde buis.
- De stof die achterblijft = residu.
- De ander het destillaat.
5. Extractie
- Oplosbaarheid
- Oplosmiddel toegevoegd, waardoor sommige stoffen oplossen en andere
niet.
Scheidingsmethodes:
1. Filtratie
Vergelijkbaar met het zeven van zand in een zandbak: de steentjes blijven in de
zeef liggen.
- Deeltjesgrootte
- Wat overblijft = residu.
- Wat door de filter gaat is filtraat.
2. Bezinken en centrifugeren
Bezinken: voor het scheiden van suspensies: een mengsel van een vloeistof met
een niet opgeloste vaste stof. En emulsies: Een mengsel van vloeistoffen die
niet mengen.
- Dichtheid
- Laten staan zodat de niet opgeloste vaste stof naar beneden zakt
- De stof met een hogere dichtheid komt bovenop te liggen.
- Bezinken en afschenken.
- Duurt lang
Centrifugeren:
- Bezinken versneld
- Mengsel ronddraaien
- Hogere dichtheid aan de buitenkant
- Lagere dichtheid binnenkant
3. Indampen
- Kookpunt
- Door het mengsel te verhitten verdampt de stof met het laagste
kookpunt als eerste.
- Residu blijft over.
- Alleen als het verschil in kookpunt groot is.
- Vooral bij vast stof met een vloeistof.
4. Destillatie
- Kookpunt
- De stof met het laagste kookpunt verdampt en gaat omhoog. Dan gaat
het door een gekoelde buis.
- De stof die achterblijft = residu.
- De ander het destillaat.
5. Extractie
- Oplosbaarheid
- Oplosmiddel toegevoegd, waardoor sommige stoffen oplossen en andere
niet.