1.1 Nieuwe stoffen, nieuwe materialen
Oude materialen
o Natuurlijke materialen
- Hout, steen en leem
o Glas werd rond 1400 pas gebruikt.
- Glas -> grondstoffen: zand, kalk en soda
- Grondstoffen: (natuurlijke) stoffen die je nodig hebt om
materialen of andere stoffen te maken.
Nieuwe materialen
o IJzer, plastic, aluminium, lood, zink, cement, verf en gewapend beton
- De benodigde technieken zijn nog niet zo oud.
Nieuw materiaal: kunststof (plastic)
o Schoenen werd van leer gemaakt -> nu ook veel van kunststoffen.
o Kunststof in de zool:
- Zachte lagen -> schokken, harde lagen -> stevigheid,
onderop -> antislip laag.
o Kunststof (plastics) -> aardolie.
Stofeigenschappen
o Stofeigenschappen:
- kookpunt, smeltpunt, kleur, geur, smaak en dichtheid
- hardheid, buigzaamheid
- brandbaarheid en oplosbaarheid
o chemische reactie -> veranderen stoffen, dus ook stofeigenschappen
Chemische reactie
o reactieschema:
- Beginstoffen -> eindstoffen/reactieproducten
o Voorbeeld:
- IJzererts + houtskool + lucht -> ijzer + koolstofdioxide
, 1.2 Zuivere stoffen en mengsels
Zuivere stoffen
o één stof
- bijvoorbeeld: kristalsuiker en aluminium
Mengsels
o heterogene mengsels:
- verschillende stoffen zien
- zand
o Homogene mengsels:
- Verschillende stoffen niet zien
- Lucht
MAC-waarde
o Mac -> Maximale Aanvaarde Concentratie
- Als je langere tijd in een bepaalde ruimte bent waarin de MAC-
waarde overschreden wordt, kan dit gevolgen hebben voor je
gezondheid.
o Mg/m³
Oude materialen
o Natuurlijke materialen
- Hout, steen en leem
o Glas werd rond 1400 pas gebruikt.
- Glas -> grondstoffen: zand, kalk en soda
- Grondstoffen: (natuurlijke) stoffen die je nodig hebt om
materialen of andere stoffen te maken.
Nieuwe materialen
o IJzer, plastic, aluminium, lood, zink, cement, verf en gewapend beton
- De benodigde technieken zijn nog niet zo oud.
Nieuw materiaal: kunststof (plastic)
o Schoenen werd van leer gemaakt -> nu ook veel van kunststoffen.
o Kunststof in de zool:
- Zachte lagen -> schokken, harde lagen -> stevigheid,
onderop -> antislip laag.
o Kunststof (plastics) -> aardolie.
Stofeigenschappen
o Stofeigenschappen:
- kookpunt, smeltpunt, kleur, geur, smaak en dichtheid
- hardheid, buigzaamheid
- brandbaarheid en oplosbaarheid
o chemische reactie -> veranderen stoffen, dus ook stofeigenschappen
Chemische reactie
o reactieschema:
- Beginstoffen -> eindstoffen/reactieproducten
o Voorbeeld:
- IJzererts + houtskool + lucht -> ijzer + koolstofdioxide
, 1.2 Zuivere stoffen en mengsels
Zuivere stoffen
o één stof
- bijvoorbeeld: kristalsuiker en aluminium
Mengsels
o heterogene mengsels:
- verschillende stoffen zien
- zand
o Homogene mengsels:
- Verschillende stoffen niet zien
- Lucht
MAC-waarde
o Mac -> Maximale Aanvaarde Concentratie
- Als je langere tijd in een bepaalde ruimte bent waarin de MAC-
waarde overschreden wordt, kan dit gevolgen hebben voor je
gezondheid.
o Mg/m³