Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Tentamen (uitwerkingen)

Week 1 Hoofdstuk 1-17 : Doel en Opbouw vragen

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
34
Cijfer
A+
Geüpload op
31-03-2022
Geschreven in
2021/2022

Week 1 Hoofdstuk 1 - 17: Doel en Opbouw vragen Wat is het bestuursrecht? - Veelomvattend  het bevat aspecten van strafrechtelijke aard - Verreikend  is sterk beinvloed door Europese regelgeving Wat behandelt het bestuursrecht? Het behandelt wetten, regels, normen en instrumenten van de overheid op verschillende beleidsterreinen. Wat bevat het bestuursrecht? (1) Algemene regelgeving = Awb (2) Bijzondere regelgeving = Woningwet (3) Europees recht Wat is op juridisch vlak het overeenkomstige kenmerk? Het is altijd een eenzijdige rechtshandeling van de overheid gericht op een rechtsgevolg, voor de burger die niet het recht heeft hiermee in te stemmen of dit af te wijzen. Noem de drie functies van het bestuursrecht? (1) Recht van het bestuur = instrumentele functie  gebruikt als middel om beleidsvoornemens uit te voeren. (2) Recht voor het bestuur = normerende functie  het normeert het bestuursoptreden. Bevat regels waaraan ze zich moeten houden. (3) Recht tegen het bestuur = waarborgfunctie functie  als middel om rechten van de burger tegenover het bestuur veilig te stellen. Het biedt waarborgen tegen eenzijdige overheidsingrijpen. Noem de belangrijkste ‘vormers’, van het bestuursrecht (de bronnen) (1) Wet en regelgeving: - formele en materiele wetgevers: regering & SG en provincies en gemeenten - Europese wetgever: Parlement, Commissie, Ministerra (2) Jurisprudentie: rechterlijke uitspraken van nationaal als van EHRM. (3) Annotatie: in juridische tijdschriften, brengen in verband met wetgeving en wetenschappelijke literatuur. (4) Literatuur: beinvloed door wetenschappelijke literatuur geconstateerde verbanden en ontwikkelingen. Hoe is het bestuursrecht onderverdeeld en leg uit (1) Bijzondere bestuursrecht  geclusterd naar onderwerp: sociaal, fiscaal recht (2) Algemene bestuursrecht  is van deze bijzondere delen een abstractie, geeft algemene regels die op alle bijzondere deelterreinen van het bestuursrecht gelden Leg het verschil uit tussen het staatsrecht en het bestuursrecht Staatrecht gaat meer over ‘passieve’ en globale grondregels voor functioneren van de staat der Nederlanden. Bestuursrecht meer over ‘actieve’ en specifieke regels voor concrete handelingen van de overheid jegens de burger. Kan direct en actief betrokken zijn zoals het Kiesrecht volgens artikel 4. Noem de raakvlakken en verschillen tussen het strafrecht en bestuursrecht. Beiden punitieve (bestraffende) functies. Bestuursrecht heeft ook nog reparatoire (herstellende) functies en regelingen die geen sanctioneel karakter hebben. Hoofdstuk 2: Relatie tussen algemeen en bijzonder bestuursrecht vragen Waarom leidde het tot een omvangrijke wetgevingsoperatie? Algemene bestuursrechtelijke regels doorwerken in alle bijzondere wetgeving Hoe is het Awb te karakteriseren? Als een aanbouwwet, elke fase/tranche gaat gepaard met aanpassingen van alle bijzondere regelgeving. Commissie wetgeving algemene regels van het bestuursrecht/Comisie Scheltema Beschrijf de verschillende fases/tranches. Eerste en tweede tranche: in 1994 wat de eerste acht hoofdstukken betrof. Derde tranche: in 1998/9 hoofdstuk 10 en 9, betrof toezicht op bestuursorganen. Vierde tranche: in 2009, andere hoofdstukken met bijbehorende regelgeving met betrekking tot bestuurlijke boetes en attributies Wat is het bestuursrecht? Het is flexibel, sterk gestructureerd, een zeer beweeglijk wetgevingssysteem. Hoe verloopt de hoofdstukindeling van de Awb? Het verloopt ‘gelaagd’ van abstract naar steeds specifieker. Noem de vier verschillende soorten Awb recht. (1) Dwingend recht: geldt voor het hele bestuursrecht, mag in beginsel niet van afgeweken worden. (2) Regelend recht: regels die men normaal moet volgen, maar het bestuur in bijzondere gevallen van mag afwijken (‘tenzij bij wettelijk voorschrift anders bepaald’). 0t (4) Facultatief recht: regels waarbij de regelgever of bo zelf kan besluiten of er gebruik van wordt gemaakt (afdeling 3.4 Awb). Hoofdstuk 6: Bijzondere rechtsnormen vragen Wat houdt ‘gelede normstelling’ in? Constructie waarbij de toepasselijkheid van een rechtsregel niet zomaar in de wet is te vinden , maar in een combinatie van met elkaar samenhangende regelingen. Op welke niveaus vindt gelede normstelling plaats? (1) algemene internationale rechtsnormen (2) algemene nationale wetten (3) bijzondere nationale wetten (4) onderliggende (materiele) regelgeving (5) beleidsniveau. Noem twee soorten beslissingsvrijheid die de wetgever kan geven (1) beleidsvrijheid  is de vrijheid tot wel of niet beslissen (2) beoordelingsvrijheid  de wijze van beslissen, in hoeverre is bestuur gebonden aan wettelijke beoordelingscriteria? Hoe meer vrijheid van deze twee soorten het bestuur heeft met betrekking tot belangenafweging rond bepaalde materie, hoe minder ruimte de rechter daartoe krijgt. Waaraan mag de rechter toetsen? Mag alleen aan de wet en ongeschreven recht toetsen,. Hoe het bestuur gebruik maakt van de beslissingsruimte mag hij slechts marginaal (grote terughoudendheid) toetsen. Wat is een gebonden bevoegdheid? Hoe kan de rechter toetsen? De wet geeft zeer gedetailleerd aan hoe er gehandeld moet worden, voor bestuur. Bestuur heeft weinig beleidsvrijheid en rechter heeft ruimte voor volle toetsing. Wat is een vrije bevoegdheid? Hoe kan de rechter toetsen? De wet geeft slechts kaders waarbinnen het bestuur moet blijven, een grote discretionaire bevoegdheid (beslissingsruimte). Rechter heeft dan marginale toetsing: grote terughoudendheid aan ongeschreven rechtsregels toetsen. Hoe kijk je of het bestuur (a) bevoegd was (b) op de juiste wijze zijn bevoegdheid heeft gebruikt? Wat is de volgorde om dit te analyseren? 1. Bijzondere rechtsnormen (wapenwet): a. Bijzondere wet  wie mag beslissen (attr/delegatie) en hoe moet hij beslissen b. Onderliggende regelgeving  wie mag beslissen (mandaat) en hoe beslissen 2. Algemene rechtsnormen (Awb)  wie mag beslissen, welke procedure, hoe moet beslist worden, met welke algemene uitgangspunten. 3. Internationale (Europese) rechtsnormen Hoofdstuk 20 Europees en Internationaal recht vragen Wat beinvloeden vooral de Nederlandse bestuursrechtelijke wetgeving? De mensenrechtenverdragen en het EU-recht. Steeds vaker de Europese regels overnemen en verwerken in de nationale wetten. Het Europese recht heeft een sterkere invloed op ontwikkeling van bestuursrecht dan andersom. De rechter toetst de nationale wetgeving aan de Europese wetgeving Waarom is de ‘eenrichtingsverkeer’ nodig in de EU? Dit om zoveel mogelijk gelijk de regels te laten toepassen in de lidstaten en daarmee de rechtsgelijkheid van de EU-inwoners te waarborgen. Wat beinvloed nog meer het bestuursrecht? De rechtsregels van verdragen zoals het IVBPR en EVRM, dit verandert onze formele (procedurele) en materiele (inhoudelijke) bestuursrecht. Wat maakt in Nederland automatisch deel uit van de nationale rechtsorde? Bindend internationaal recht, zoals het EVRM. Dienen het Europees recht te implementeren en de bindende bepalingen moeten gerespecteerd worden. Het Europese recht heeft doorwerking volgens? Artikel 93 GW  rechtstreekse werking. Artikel 94 GW  heeft voorrang. Wat is de gedeelde rechtsorde? Alle organen van de lidstaten zijn gehouden aan ‘loyale’ samenwerking, daarmee bedoelen we dat de nationale wetgever zo veel mogelijk zijn regels afstemt op die van de EU. Al die manieren van doorwerking van Eu-recht naar nationaal recht is dus de gedeelde rechtsorde ontstaan. Wat houdt het toetsingsverbod (art. 120 GW) in? Toetsingsverboden m.b.t. wetten in formele zin, maar wel beoordelen of wetten in formele zin in overeenstemming zijn met het EVRM. Als een grondwettelijk grondrecht meer bescherming biedt dan het EVRM dan gaat dit voor. Wat heeft nog meer grote invloed gehad op de formele en materiele kant? Het EVRM heeft ook grote invloed, bij nieuwe wetten alvast gekeken naar het EVRM en andere verdragen. Waarom is art. 6 EVRM zo belangrijk geweest? Het heeft de procedures voor rechtsbescherming vernieuwd en verbeterd. Heeft er voor gezorgd dat binnen het bestuursrecht nu sterk de nadruk ligt op effectieve rechtsbescherming. Door onafhankelijke, onpartijdige instanties, met afhandelingen en uitspraken binnen redelijke termijnen. Het Kroonberoep hierdoor afgeschaft omdat de rechter die onderdeel van het bestuur uitmaakte, geen onpartijdige rechtsgang bood. Door wie wordt toezicht gehouden op naleving van uitspraken van Hof? Comité van Ministers van de Raad van Europa: kunnen politieke druk leggen. Noem de drie belangrijke bronnen van gemeenschapsrecht. (1) Europese verdragen  primair recht (2) Europese verordeningen, wetten en besluiten  secundair recht, organisatie, het is wetgeving in materiele zin. (3) Europese richtlijnen  geïmplementeerd in nationale wetgeving (4) Europees besluit  verbindend in al zijn onderdelen (5) Europese rechtsbeginselen en jurisprudentie  ongecodificeerde beginselen. Het nationale bestuursrecht is niet meer los te zien van het EU-recht Sprake van gedeeld bestuur en nationale bo’s zijn belast met uitvoering en handhaving van het EU-recht. Waar kan toepassing van EU-regels worden aangevochten? In beginsel bij de Nederlandse bestuursrechter. Wat is het beginsel van effectieve (nationale) rechtsbescherming? Het houdt in dat de Europese burgers en rechtspersonen het EU-recht voor hun nationale rechter moeten kunnen inroepen. Wat is een prejudiciële procedure? Nationale rechters kunnen rechtsvragen met betrekking tot EU-recht aan het Hof voorleggen. Uitspraken van het Hof gelden dan ook voor andere nationale rechters en wetgevers. Reader: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Wat is de hoogste algemene bestuursrechter? De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Leg Bijzonder bestuursrechtspraak uit. Biedt mogelijkheid om op deelterreinen ban het bestuursrecht geschillen aan een gespecialiseerde bestuursrechter voor te leggen. Centrale Raad van Beroep (ambtenarenrecht) en Beroep voor het Bedrijfsleven (sociaal-economisch recht). Waarom is het systeem zo verbrokkeld? 1. vroeger werd het als een pro gezien 2. de onenigheid tussen de voorstanders van administratief rechtspraak (onafhankelijke rechter) en van administratief beroep (het bestuur) Leg het belangrijkste debat uit van twee hoogleraren begin 20ste eeuw. Loeff  was voorstander van invoering van het openbaar bestuur onafhankelijke staande administratieve rechter. Struycken  was voorstander van het administratief beroep binnen het openbaar bestuur. Als de balans moet worden opgemaakt dan heeft Loeff de strijd gewonnen. De gedachte won steeds meer terrein dat een onafhankelijke rechter geschillen tussen burgers en overheid moet beslechten. Wat was het Kroonberoep eigenlijk? En waarom weggegaan? Het was geen beroep op een onafhankelijke rechterlijke instantie, maar beroep op een hogere bestuurslaag. Het beroep op de Kroon zou niet voldaan aan artikel 6 EVRM. Geschillen over burgerlijke rechten en verplichtingen door een onafhankelijke rechter moet worden beslecht. De ruime opvatting zorgde ervoor dat het in vele wetten in NL voorkomende administratief beroep op de Kroon een streep doorheen ging. Wat was er aan de hand bij de Benthem zaak? De Kroon oordeelde dat hij geen vergunning kreeg voor een LPG installatie, die was echter een geschil dat door burgerlijke recht zou moeten worden beoordeeld. De Kroon was geen onafhankelijke rechter en werd duidelijk dat de Kroon moest worden vervangen door bestuursrechtspraak. Wat is de wet- A.R.O.B.? Hierdoor konden bij weigeringen van bouwvergunningen en besluiten over vergunningen konden dan voor weinig geld door een onafhankelijke rechterlijk oordeel worden verkregen. Administratief beroep is nu nog als een soort van voorprocedure. Waarbij gaat het om in de gedachtegang van de regering? De rechtsbetrekking eerst door het bestuur wordt vastgesteld en de rechter dus een achteraf toetsende rol heeft om te bezien of het bestuur dat op rechtmatige wijze heeft gedaan. En in andere landen zijn de bestuursrechtspraak voorzien van aparte vormen. Algemene bestuursrechter: Zij spreekt recht in hoger beroep over vrijwel alle bestuursbesluiten waarover rechtbanken hebben geoordeeld behalve de sociale verzekerings- en ambtenaren zaken en behalve bij sociaal-economisch recht en belastingzaken. Afdeling bestuursrechtspraak ook in paar geschillen hoogste rechter in eerste en enige aanleg. Wat is de taak van de Raad van State? Heeft een rechtsprekende taak en de grondwettelijke taak om te adviseren over wetgeving. In theorie kan het zijn dat advisering van over een bepaalde wet met zich mee zou kunnen brengen dat Afdeling bestuursrechtspraak niet meer als onafhankelijke en onpartijdige instantie zou kunnen worden gezien. Wat regelt het algemene wet bestuursrecht? Het algemene deel, met normen die in de rechtsverhouding tussen bestuursorganen en burgers altijd gelden. Wat waren de doelstellingen van de Awb? (1) uniformeren: bevorderen van een eenheid. (2) harmoniseren: systematiseren en vereenvoudigen, betere toegankelijkheid (3) codificeren in jurisprudentie en wetgever moet keuzes maken; modificeren (4) treffen van algemene voorzieningen Het lijkt nu wel eigenlijk een rotzooi, toch een beetje onoverzichtelijk. Wat algemeen geregeld kan worden hoort in de Awb thuis. Week 2 Hoofdstuk 3: Bestuur en belanghebbende: wie zijn dat? Vragen Wat betekent ‘niet ontvankelijk’? Dat wil zeggen dat zijn klacht niet eens in behandeling werd genomen. Noem de centrale begrippen van de Awb en leg uit (1) bestuursorgaan: publieke instelling met tenminste enig wettig gezag; (2) besluit: schriftelijke beslissing van een bo; (3) belanghebbende: burger of privaat rechtspersoon die direct wordt getroffen door bepaald overheidsbesluit. Wat is Nederland voor staat? Een gedecentraliseerde eenheidsstaat, waar er een centraal geregeerde staat is die onderverdeeld provincies en gemeentes met een eigen bestuursorganisatie. Er bestaan ook territoriale en functionele decentralisatie leg uit. Territoriale decentralisatie  geografische redenen Functionele decentralisatie  is dus vanwege functionele redenen, zoals Informatie Beheer Groep en Commissariaat Media Wat is het probleem van deze decentralisaties? Het probleem is de democratische controle, want de burger kiest niet voor de gedecentraliseerde wetgevers. Wat zijn organen? Zijn instanties die bestuursbevoegdheden bezitten. Wat is een openbaar lichaam? Noem voorbeelden. Verzameling van bestuursorganen die nauw met elkaar zijn verweven. De provincie in zo’n openbaar lichaam bevat commissaris van de Koningin, provinciale staten en gedeputeerde staten. Territoriaal  Staat der Nederlanden en de gemeente Functioneel  product- en bedrijfschappen Wat hebben deze openbare lichamen? Zijn private rechtspersonen volgens art. 2:1 BW, hebben rechtspersoonlijkheid op grond van het privaatrecht. Wat wordt onder bestuursorgaan verstaan (art. 1:1 Awb)? a) een orgaan van een rechtspersoon, die krachtens publiekrecht is ingesteld b) of een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed. Er zijn a-organen en b-organen leg uit. A-orgaan  zijn organen van publiekrechtelijke rechtspersonen: 2:1 BW lid 1: Staat, provincies, gemeenten, waterschappen + (beroepsorganisaties) Ook publiekrechtelijke georganiseerde zelfstandige bestuursorganen met openbaar gezag en zonder hogere baas. Om te kijken of je met een a-orgaan te maken hebt dan moet je kijken in de bijzondere wet. B-orgaan  (rechts-)personen met wettelijke openbaar gezag: natuurlijke personen, civielrechtelijke rechtspersonen en andere colleges die met enige vorm op de wet gebaseerd openbaar gezag bekleed zijn. Taak tot het bepalen vd rechtspositie van andere rechtssubjecten. (rechts-)personen met buitenwettelijk openbaar gezag, mits ze een zo nauwe band met de overheid hebben, dat deze overwegende invloed heeft. Een stichting die gesubsidieerd en geïnstrueerd door het Rijk bepaalde taken verricht. Zijn bevoegd om eenzijdige rechten of plichten voor een ander in het leven te roepen. Wat valt onder eerste categorie a-bestuursorgaan? Staat, provincies, gemeenten en waterschappen. Ministers, staatssecretarissen, college B&W, gemeenteraad, burgemeester, provinciale en gedupeerde staten. Wat valt onder tweede categorie a-bestuursorganen? Product- en bedrijfschappen, Nederlandse orde van Advocaten en de Koninklijke Nederlandse Notariële beroepsorganisatie. Wat valt onder de derde categorie a-bestuursorganen? Artikel 2:1 lid 2 BW, denken aan Commissariaat voor de media, Dienst Wegverkeer, IB-Groep. Wat maakt het nou uit als je a of b-orgaan bent? A-organen zijn altijd gebonden aan de Awb, terwijl b-organen dit alleen maar zijn wanneer zij publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefenen. Wat valt onder de eerste categorie b-orgaan? Garages die Apk-keuring afgeven. Als een garage dat niet doet dan is die ook geen b-orgaan. Ook de Nederlandse Bank en stichting vakbekwaamheid horeca horen erbij. Worden ook wel mee-organen genoemd omdat zij het algemeen belang behartigen, maar doen dit maar voor een klein deel van hun taken. Ze ontlenen dus hun bevoegdheid aan de formele wet. Wat valt onder de tweede categorie b-orgaan? Kunnen zonder wettelijke grondslag besluiten nemen. Dit komt vaak voor bij grote rampen zoals de Bijlmer-ramp. Wat is nou precies een publiek rechtspersoon? Een orgaan dat bestuurt; dus regels maakt en beschikkingen geeft. Alleen dan is de Awb van toepassing verhouding waarbij dus zeker een partij een publiek rechtspersoon is. Wat is de functie van een rechtspersoon? Sluit overeenkomsten en verricht privaatrechtelijke handelingen. Het heeft eigendomsrechten en kan aansprakelijk gesteld worden. Bij civiele procedure = rechtspersoon partij. Bij bestuur procedure = bo van rechtspersoon partij. Wat is opmerkelijk aan artikel 1 lid 2 Awb? De wetgevende macht en de Eerste en Tweede Kamer worden niet als bestuursorganen aangemerkt. Zij blijven echter nog wel bestuursorganen volgens het ambtenarenrecht (art. 1:1 lid 3 Awb). Hoofdstuk 4 Bestuursbevoegdheid vragen Bestuursrechter toetst of bevoegdheden door het juiste orgaan zijn uitgeoefend. Noem de vier beginselen waarop onze rechtsstaat is gebaseerd. (1) Legaliteitsbeginsel: wetmatigheid van het bestuur, alleen met wettelijke bevoegdheden in grijpen in rechten en vrijheden van de burger. Het blijft gebonden aan rechtsregels. (2) Evenwichtsbeginsel: scheiding der machten; soorten bevoegdheden versprei (3) Onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak: (4) Grondrechten: basisrechten die de overheid niet mag aantasten, zelfs niet door democratisch genomen besluiten. Wat is de rechtsstaatgedachte? Houdt in dat burgers door de wet beschermd worden tegen machtsmisbruik. Het bestuurshandelen is ‘gereguleerd door een democratisch gelegitimeerde wetgever Wat eist het legaliteitsbeginsel? Uitoefening van een bestuursbevoegdheid (1) op de wet berust (2) aan wettelijke normen is gebonden. Van welke principes gaat het uit? (1) niet handelen zonder bevoegdheid (legitimiteit beginsel) (2) gelijkheids- beginsel (3) algemeen geldende regels (4) rechtzekerheidsbeginsel Wat is het individuele uitgangspunt van het legaliteitsbeginsel? Burger mag alles doen wat niet uitdrukkelijk verboden is en mag alles nalaten wat niet expliciet is vermeld. Wat zijn de motieven voor het legaliteitsbeginsel? (1) rechtszekerheid: ingrijpen moet voorspelbaar zijn, op grond van regels (2) gelijke behandeling: door algemene regelingen waarborgen Wat is de reikwijdte van het legaliteitsbeginsel? Juristen verschillen daarvan in mening en de jurisprudentie geeft ook weinig duidelijkheid. De wetgever geeft beetje aan hoe ver de vrijheid mag gaan. Een beter houvast is de Grondwet, zowel negatief optreden (104GW) als positief optreden (art. 18 lid 2 GW). Wat is het specialiteitsbeginsel? Staat in artikel 3:4 Awb, houdt in dat het bestuur bij het gebruik maken van wettelijk toekende bevoegdheid alleen die belangen mag meewegen, die de betreffende regeling specifiek beoogt te beschermen. Wat is verbod van ‘detournement de pouvoir’? Staat in artikel 3:3 Awb, bo gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Wat mogen de enkelvoudige en meervoudige bo’s niet zomaar doen? Zij mogen niet zomaar hun bevoegdheden overdragen (delegeren) of opdragen (mandateren) aan andere opdragen. Hoe kunnen bestuursorganen hun bevoegdheden uitoefenen? Krachtens attributie, delegatie of mandaat Wat is attributie? En welke soorten zijn er? De wetgever verleent dn aan een bo een exclusieve bevoegdheid voor het nemen van bepaalde beslissen via een publiekrechtelijke wettelijke voorschrift. Originaire attributie: als bo rechtstreek bevoegdheid krijgt van wetgever. Derivatieve attributie: als bo bevoegdheid krijgt van een lager bestuursorgaan. Wat kan attributie betreffen? (1) regelgevende bevoegdheid: alleen de Grondwet of wet in formele zin kan dat (2) bestuursbevoegdheid: basis van wet in materiele zin, zij het dat de Grondwet hiervoor wel een basis moet scheppen. Aan wie kan bestuursbevoegdheid worden geattribueerd? (1) Bestuursorganen: ook privaatrechtelijke rechtspersonen Nederlandse Bank (2) Ambtenaren: de wet beschouwt diegene als bestuursorgaan en doen ze voor de snelheid en flexibiliteit Wat is delegatie? Overdragen van een attributie verkregen bevoegdheid door een bo aan een andere bo. Artikel 10:13 Awb het orgaan met het verkregen bevoegdheid is verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan. Wat is delgans en delegataris? Delegans  orgaan die heeft gedelegeerd Delegataris  orgaan die bevoegdheid heeft verkregen Delegatie aan ondergeschikten is niet toegestaan. Eisen die de delgans kan stellen is te vinden in Artikel 10 lid 14 t/m 20 Awb. Wat is een mandaat? Opdracht van een bo (mandans) aan een ander bestuursorgaan (mandataris) besluiten te nemen en handelingen te verrichten in de naam van de mandans. Dit betekent dat de mandans de bevoegdheid behoudt en de mandataris slechts de mandans vertegenwoordigt. Noem een paar soorten mandaten. Beslissings-, ondetekenings- en afdoeningsmandaat. Wat is een sub-mandaat of onder-mandaat? De mandataris heeft dan zijn bevoegdheid overgedragen aan een ander orgaan. Zie ook weer hoofdstuk 10, lid 1, 2, 7 en 8 Awb. Verbieding staat in 10:3 Op welke twee manieren kan je bevoegdheidsgebreken aanpakken? (1) beslissing als genomen beschouwen, het besluit is dan wel genomen maar moet dan worden vernietigd. (2) beslissing als niet genomen beschouwen, het besluit is dat nietig en nooit tot stand gekomen, er zijn dan ook geen rechtsgevolgen aan verbonden. Bevoegdheidsgebrek bij delegatie? Bezwaar hiertegen kan worden gemaakt bij de delegataris en anders rechter Bevoegdheidsgebrek bij mandaat? Bezwaar indienen bij de verantwoordelijke mandans. Deze kan het bezwaar opheffen door het besluit te bekrachtigen of door alsnog mandaat te verlenen. Hoofdstuk 11: Bestuurlijk toezicht Wat is bestuurlijk toezicht? Is toezicht door bestuursorgaan op andere bestuursorgaan. Welke drie manieren kan bestuurlijk toezicht worden onderscheiden? (1) positief en negatief toezicht: gaat over stimuleren gewenst handelen of voorkomen ongewenst handelen (2) preventief en repressief toezicht: preventief  hogere bo een besluit moet goedkeuren voordat het in werking treed (10:25) Schorsing en vernietiging zijn voorbeelden van negatief repressief toezicht. (3) generiek en specifieke toezicht: Generiek  alle in de grondwet opgenomen Specifiek  alle toezichtinstrumenten in bijzondere wetgeving. Wat is schorsing? Het besluit in stand blijft, terwijl de rechtsgevolgen worden opgeschort. Noem voorbeelden van preventief toezicht - Goedkeuring (10:25 Awb): is voorwaarde voor inwerkingtreding van een besluit. Kan alleen met ‘bij of krachtens’ de wet worden toegestaan. De goedkeuringsprocedure houdt een beslistermijn in van 13 weken (10:31 Awb). - Toestemming (10:32Awb) Noem voorbeelden van repressief toezicht - Spontane vernietiging - Schorsing Wat is checks and balances? Is aandacht voor onderlinge controle en bewaring van het machtsevenwicht tussen bestuursorganen. Dit is nodig om te voorkomen dat de burger zijn macht verliest. Publicatie van vernietiging gebeurt in het Staatsblad Wat zijn de gronden van vernietiging? Strijd met het recht en in strijd met het algemeen belang. Hoe werkt de vernietiging van een besluit? Het werkt ex tunc = vanaf toen en heeft dus een terugwerkende kracht, tenzij de vernietiging anders wordt bepaald. Toezicht op toepassing Europese regelgeving gebeurt via Wet NErpe (2012). Wat is een bestuursorgaan? Een orgaan van een rechtspersoon, dat krachtens publiekrecht is ingesteld. De Awb is alleen van toepassing op het handelen van bestuursorganen. Wat is een zelfstandige bestuursorgaan (zbo)? Een bestuursorgaan die niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een bewindspersoon en doel is hiermee om ministeriele verantwoordelijkheid te omzeilen. Hierdoor kan de minister dus niet op het matje geroepen worden. Hoe kom je erachter of een zbo een A- of een B-orgaan is? Dan moet er gekeken bij welke rechtspersoon het orgaan hoort. I Wat is een belanghebbende? Week 3 Paragraaf 3.5 Diegene die rechtstreeks belang heeft bij een besluit (Art. 1:2 Awb)! Wanneer ben je belanghebbende? Over deze vraag is veel jurisprudentie en van daaruit is de zogeheten ‘opera- criteria’ ontstaan. Om te spreken van belang rechtens verdedigbaar moet het de volgende kenmerken hebben (geldt alleen voor art. 1:2 lid 1 Awb) MOET AAN ALLE CRITERIA VOLDOEN!: Objectief bepaalbaar: in je hoofd alleen afspelen is niet voldoende, een sentimentele waarde van iets is iets subjectiefs en dus niet goed genoeg. Dus niet louter gevoelsmatig van aard en is dus niet objectief bepaalbaar. Persoonlijk: diegene die in zijn belang getroffen wordt moet zich voldoende kunnen onderscheiden van de rest/massa. Belang moet dus bijzonder, individueel en persoonlijk zijn, gaat meestal over ruimtelijke ordening. Voor derden geldt nog twee criteria:

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Week 1
Hoofdstuk 1: Doel en Opbouw vragen


Wat is het bestuursrecht?
- Veelomvattend  het bevat aspecten van strafrechtelijke aard
- Verreikend  is sterk beinvloed door Europese regelgeving

Wat behandelt het bestuursrecht?
Het behandelt wetten, regels, normen en instrumenten van de overheid op
verschillende beleidsterreinen.

Wat bevat het bestuursrecht?
(1) Algemene regelgeving = Awb
(2) Bijzondere regelgeving = Woningwet
(3) Europees recht

Wat is op juridisch vlak het overeenkomstige kenmerk?
Het is altijd een eenzijdige rechtshandeling van de overheid gericht op een
rechtsgevolg, voor de burger die niet het recht heeft hiermee in te stemmen of
dit af te wijzen.

Noem de drie functies van het bestuursrecht?
(1) Recht van het bestuur = instrumentele functie  gebruikt als middel om
beleidsvoornemens uit te voeren.
(2) Recht voor het bestuur = normerende functie  het normeert het
bestuursoptreden. Bevat regels waaraan ze zich moeten houden.
(3) Recht tegen het bestuur = waarborgfunctie functie  als middel om rechten
van de burger tegenover het bestuur veilig te stellen. Het biedt waarborgen
tegen eenzijdige overheidsingrijpen.

Noem de belangrijkste ‘vormers’, van het bestuursrecht (de bronnen)
(1) Wet en regelgeving: - formele en materiele wetgevers: regering & SG
en provincies en gemeenten
- Europese wetgever: Parlement, Commissie, Ministerra
(2) Jurisprudentie: rechterlijke uitspraken van nationaal als van EHRM.
(3) Annotatie: in juridische tijdschriften, brengen in verband met wetgeving
en wetenschappelijke literatuur.
(4) Literatuur: beinvloed door wetenschappelijke literatuur
geconstateerde verbanden en ontwikkelingen.

Hoe is het bestuursrecht onderverdeeld en leg uit
(1) Bijzondere bestuursrecht  geclusterd naar onderwerp: sociaal, fiscaal recht
(2) Algemene bestuursrecht  is van deze bijzondere delen een abstractie, geeft
algemene regels die op alle bijzondere
1

,deelterreinen van het bestuursrecht gelden




2

,Leg het verschil uit tussen het staatsrecht en het bestuursrecht
Staatrecht gaat meer over ‘passieve’ en globale grondregels voor
functioneren van de staat der Nederlanden.
Bestuursrecht meer over ‘actieve’ en specifieke regels voor concrete handelingen
van de overheid jegens de burger. Kan direct en actief betrokken zijn zoals het
Kiesrecht volgens artikel 4.

Noem de raakvlakken en verschillen tussen het strafrecht en
bestuursrecht.
Beiden punitieve (bestraffende) functies. Bestuursrecht heeft ook nog
reparatoire (herstellende) functies en regelingen die geen sanctioneel karakter
hebben.


Hoofdstuk 2: Relatie tussen algemeen en bijzonder bestuursrecht vragen

Waarom leidde het tot een omvangrijke wetgevingsoperatie?
Algemene bestuursrechtelijke regels doorwerken in alle bijzondere wetgeving

Hoe is het Awb te karakteriseren?
Als een aanbouwwet, elke fase/tranche gaat gepaard met aanpassingen van alle
bijzondere regelgeving.

Commissie wetgeving algemene regels van het bestuursrecht/Comisie Scheltema

Beschrijf de verschillende fases/tranches.
Eerste en tweede tranche: in 1994 wat de eerste acht hoofdstukken betrof.
Derde tranche: in 1998/9 hoofdstuk 10 en 9, betrof toezicht op
bestuursorganen.
Vierde tranche: in 2009, andere hoofdstukken met bijbehorende regelgeving met
betrekking tot bestuurlijke boetes en attributies

Wat is het bestuursrecht?
Het is flexibel, sterk gestructureerd, een zeer beweeglijk wetgevingssysteem.

Hoe verloopt de hoofdstukindeling van de Awb?
Het verloopt ‘gelaagd’ van abstract naar steeds specifieker.

Noem de vier verschillende soorten Awb recht.
(1) Dwingend recht: geldt voor het hele bestuursrecht, mag in beginsel niet
van afgeweken worden.
(2) Regelend recht: regels die men normaal moet volgen, maar het bestuur
in bijzondere gevallen van mag afwijken (‘tenzij bij wettelijk
voorschrift anders bepaald’).
0t
(4) Facultatief recht: regels waarbij de regelgever of bo zelf kan besluiten of er
gebruik van wordt gemaakt (afdeling 3.4 Awb).


Hoofdstuk 6: Bijzondere rechtsnormen vragen

3

, Wat houdt ‘gelede normstelling’ in?
Constructie waarbij de toepasselijkheid van een rechtsregel niet zomaar in de
wet is te vinden , maar in een combinatie van met elkaar samenhangende
regelingen.

Op welke niveaus vindt gelede normstelling plaats?
(1) algemene internationale rechtsnormen (2) algemene nationale wetten (3)
bijzondere nationale wetten (4) onderliggende (materiele) regelgeving (5)
beleidsniveau.

Noem twee soorten beslissingsvrijheid die de wetgever kan geven
(1) beleidsvrijheid  is de vrijheid tot wel of niet beslissen
(2) beoordelingsvrijheid  de wijze van beslissen, in hoeverre is bestuur
gebonden aan wettelijke beoordelingscriteria?
Hoe meer vrijheid van deze twee soorten het bestuur heeft met betrekking tot
belangenafweging rond bepaalde materie, hoe minder ruimte de rechter daartoe
krijgt.

Waaraan mag de rechter toetsen?
Mag alleen aan de wet en ongeschreven recht toetsen,. Hoe het bestuur gebruik
maakt van de beslissingsruimte mag hij slechts marginaal (grote
terughoudendheid) toetsen.

Wat is een gebonden bevoegdheid? Hoe kan de rechter toetsen?
De wet geeft zeer gedetailleerd aan hoe er gehandeld moet worden, voor bestuur.
Bestuur heeft weinig beleidsvrijheid en rechter heeft ruimte voor volle toetsing.

Wat is een vrije bevoegdheid? Hoe kan de rechter toetsen?
De wet geeft slechts kaders waarbinnen het bestuur moet blijven, een grote
discretionaire bevoegdheid (beslissingsruimte). Rechter heeft dan marginale
toetsing: grote terughoudendheid aan ongeschreven rechtsregels toetsen.

Hoe kijk je of het bestuur (a) bevoegd was (b) op de juiste wijze zijn
bevoegdheid heeft gebruikt? Wat is de volgorde om dit te analyseren?
1. Bijzondere rechtsnormen (wapenwet):
a. Bijzondere wet  wie mag beslissen (attr/delegatie) en hoe moet hij beslissen
b. Onderliggende regelgeving  wie mag beslissen (mandaat) en hoe beslissen
2. Algemene rechtsnormen (Awb)  wie mag beslissen, welke procedure, hoe
moet beslist worden, met welke algemene uitgangspunten.
3. Internationale (Europese) rechtsnormen




Hoofdstuk 20 Europees en Internationaal recht vragen




4

Geschreven voor

Vak

Documentinformatie

Geüpload op
31 maart 2022
Aantal pagina's
34
Geschreven in
2021/2022
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden

Onderwerpen

$9.99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Cowell Chamberlain College Of Nursng
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
512
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
483
Documenten
852
Laatst verkocht
5 maanden geleden
EXAMS GURU

SCORE As

4.0

91 beoordelingen

5
46
4
15
3
18
2
4
1
8

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen