• Injectienaaldtheorie
Idee dat media veel macht had ontstond in de eerste helft van de tweede wereldoorlog. Werd veel
propaganda gevoerd om militairen te werven en deze ook te motiveren om te vechten.
Ook in de Sovjet-Unie werd gebruik gemaakt van manipulatie en indoctrinatie, alles werd mooier
weergeven dan dat het eigenlijk was.
Indoctrinatie: systematische beïnvloeding met het doel eigen ideeën kritiekloos te laten aanvaarden.
De injectienaaldtheorie is de theorie die er van uitgaat dat de ontvanger (de mens) de informatie van
media klakkeloos overneemt.
Media werkte als injectienaald, waarmee je informatie bij het publiek kon inspuiten.
Iedereen (geen uitzonderingen) zou zo reageren als wat de media wilde.
Bijvoorbeeld: Propaganda
Weinig wetenschappers gaan er nog van uit dat de invloed van media tegenwoordig nog zo groot is
(voor totale beïnvloeding). Vormen van injectienaaldtheorie zijn echter nog wel te zien bij o.a.
reclames (Manipulatie). Deze beïnvloeding die klein begint en langzaam opbouwt heet
Druppelsgewijze beïnvloeding.
• Theorie van de Selectieve perceptie
Media beïnvloeding hangt af van het referentiekader van de kijker/lezer/luisteraar; of iemand
geinterresseerd is.
Er zijn bepaalde factoren die er voor zorgen dat mensen bepaalde informatie wel en bepaalde
informatie niet opslaan. Dus er is sprake van selectie.
1. Selectieve aandacht:
Alleen iets lezen of bekijken wat past bij jouw opvattingen en belangstelling.
Leeftijd, opleiding, werk, hobby’s spelen hierbij belangrijke rol.
2. Selectieve perceptie en interpretatie:
Mensen hebben niet het vermogen om zaken geheel “blanco” waar te nemen.
We willen de informatie zo goed mogelijk laten aansluiten bij ons referentiekader.
We zijn geneigd als we iets lezen, horen of zien om de inhoud zo te vervormen dat het klopt
met onze eigen gedachte. We nemen informatie dus nooit objectief waar.
Vb. Krantenbericht over een aanslag op een moskee wordt door islamitische Nederlander
anders waargenomen dan door een niet-islamiet.
3. Selectief geheugen:
De mediagebruiker is selectief bij het onthouden van mediaboodschappen.
Doordat we door zoveel stukjes informatie worden bereikt, kunnen we maar een klein deel
onthouden.
4. Selectief geloven:
Afhankelijk van karakter van bepaald medium, zal de gebruiker meer geloof hechten aan de
berichtgeving.
Wanneer een medium commercieel is, speelt commercie een grote rol bij de keuze en
presentatie van het nieuws. Dus rol in keuze van informatie.
I.p.v. goede berichtgeving, gaat het er bij deze media ook om, dat ze de aandacht van het kijk,
lees- en luisterpubliek weten vast te houden. Waardoor dus de informatie minder betrouwbaar
wordt. Mensen kennen dus een gradatie van betrouwbaarheid aan elk medium toe.
Je maakt dus selectie in wat je wel en niet geloofd.