Casus 7
1. Wat is celdood?
In mensen bepaald de snelheid van celproliferatie en celdood de netto
celproductie. Een abnormaliteit in een van deze twee kan zorgen voor
celopstapeling (kanker, auto-immuunziekten) en celverlies (atrofie, ischemie,
aids). De balans tussen de aanmaak van nieuwe cellen en celdood is dus zeer
belangrijk.
Celdood kan plaatsvinden na een ongeval (acute cell injury), necrose, of een
intern gecodeerd zelfdood programma, apoptose.
Necrose
Necrose is een pathologisch proces. Het gebeurt wanneer cellen worden
blootgesteld aan een niet favoriete fysische of chemische omgeving
(hypothermia, hypoxia, radiatie, lage pH, cel trauma). Dit zorgt voor een acute
beschadiging aan de cellen en het plasma membraan. Het gevolg hiervan is cel
opzwelling en lysis.
Necrose begint met een verslechtering van de cel om de homeostase te
behouden.
Als een resultaat van schade aan een cel, raakt het celmembraan beschadigd
wat leidt tot een influx van water en extracellulaire ionen. Intracellulaire
organellen, als het mitochondrium, ER en de nucleus ondergaan irreversibele
veranderingen die veroorzaakt worden door zwelling van de cel en het barsten
van het cel membraan (cel lysis). Dit resulteert in de afbraak van het plasma
membraan, de inhoud van het cytoplasma (waaronder lysosomale enzymen),
deze worden vrij gelaten in de extracellulaire ruimte. Necrose wordt meestal in
verband gebracht met aanliggende weefselschade en een sterke
ontstekingsreactie.
Apoptose
Apoptose is geprogrameerde celdood. Cellen die niet meer langer nodig zijn
worden verwijderd van het organisme. Hij plant zijn eigen dood door activatie van
een intern gecodeerd programma, waarbij het celmembraan intact blijft
(autodigestie).
Autofagie
Autofagie is gereguleerde celdood dat ervoor zorgt dat cellen hun inhoud zelf
degraderen door lysosomen. Het begint wanneer een intracellulair membraan
(vaak het sER) om een organel uit het cytoplasma klapt en hier een vacuole
omheen vormt. Deze vacuole noemt men een autofagosoom. Deze fuseert met
een lysosoom, waardoor de inhoud verteerd wordt.
1. Wat is celdood?
In mensen bepaald de snelheid van celproliferatie en celdood de netto
celproductie. Een abnormaliteit in een van deze twee kan zorgen voor
celopstapeling (kanker, auto-immuunziekten) en celverlies (atrofie, ischemie,
aids). De balans tussen de aanmaak van nieuwe cellen en celdood is dus zeer
belangrijk.
Celdood kan plaatsvinden na een ongeval (acute cell injury), necrose, of een
intern gecodeerd zelfdood programma, apoptose.
Necrose
Necrose is een pathologisch proces. Het gebeurt wanneer cellen worden
blootgesteld aan een niet favoriete fysische of chemische omgeving
(hypothermia, hypoxia, radiatie, lage pH, cel trauma). Dit zorgt voor een acute
beschadiging aan de cellen en het plasma membraan. Het gevolg hiervan is cel
opzwelling en lysis.
Necrose begint met een verslechtering van de cel om de homeostase te
behouden.
Als een resultaat van schade aan een cel, raakt het celmembraan beschadigd
wat leidt tot een influx van water en extracellulaire ionen. Intracellulaire
organellen, als het mitochondrium, ER en de nucleus ondergaan irreversibele
veranderingen die veroorzaakt worden door zwelling van de cel en het barsten
van het cel membraan (cel lysis). Dit resulteert in de afbraak van het plasma
membraan, de inhoud van het cytoplasma (waaronder lysosomale enzymen),
deze worden vrij gelaten in de extracellulaire ruimte. Necrose wordt meestal in
verband gebracht met aanliggende weefselschade en een sterke
ontstekingsreactie.
Apoptose
Apoptose is geprogrameerde celdood. Cellen die niet meer langer nodig zijn
worden verwijderd van het organisme. Hij plant zijn eigen dood door activatie van
een intern gecodeerd programma, waarbij het celmembraan intact blijft
(autodigestie).
Autofagie
Autofagie is gereguleerde celdood dat ervoor zorgt dat cellen hun inhoud zelf
degraderen door lysosomen. Het begint wanneer een intracellulair membraan
(vaak het sER) om een organel uit het cytoplasma klapt en hier een vacuole
omheen vormt. Deze vacuole noemt men een autofagosoom. Deze fuseert met
een lysosoom, waardoor de inhoud verteerd wordt.