Casus 6
1. Hoe werkt het lymfevatenstelsel?
Het lymfevatenstelsel is een route die ervoor zorgt dat vloeistof van de
interstitiële ruimte naar het bloed kan stromen. Lymfevaten kunnen eiwitten en
grote moleculen meevoeren. Deze stoffen kunnen niet door absorptie of diffusie
in het bloed terecht komen. Als we deze functie niet zouden hebben zouden we
binnen 24 uur sterven.
Bijna alle weefsels in het lichaam hebben lymfevaten die overvloedige vloeistof
van de interstitiële ruimte laten wegstromen. Een uitzondering hierop zijn het
bovenste gedeelte van de huid, het centraal zenuwstelsel, het endomysium van
de spieren en de botten. Deze hebben kleine interstitiële kanalen die men
prelymfevaten noemt, waardoor de interstitiële vloeistof kan stromen. Deze
eindigen uiteindelijk in de ‘gewone’ lymfevaten.
Veel van de vloeistof die uit de arteriële einden van de capillairen stroomt,
stroomt tussen de cellen door en wordt dan geresorbeerd in de veneuze einde
van de bloedcapillairen. Gemiddeld stroom 1/10 van de vloeistof in de
lymfecapillairen. De totale hoeveelheid lymfevloeistof is ongeveer 2 tot 3 liter per
dag.
De vloeistof die naar de circulatie terugkeert via het lymfevatenstelsel is zeer
belangrijk, omdat deze stoffen bevat met een hoog moleculair gewicht (zoals
eiwitten). Deze stoffen kunnen niet op een andere manier worden geresorbeerd
in de weefsels, terwijl ze ongehinderd de lymfecapillairen binnen kunnen
stromen. Dit komt door de speciale structuur van lymfevaten. De endotheelcellen
van lymfecapillairen zitten door anchoring filaments aan het omliggende weefsel
vast. Bij de randen van bijeenleggende cellen overlapt het ene uiteinde het
andere. Hierdoor is het bovenliggende gedeelte in staat om naar binnen te
klappen, waardoor het een kleine klep vormt dat naar het interior van de
lymfecapillairen opent. De interstitiële vloeistof en stoffen hierin kunnen deze
klep open duwen en hierdoor meteen in de lymfecapillairen stromen. De vloeistof
kan niet meer terugstromen als het eenmaal in de cel zit, omdat de klep
terugstroming onmogelijk maakt.
Lymfe is een deel van de interstitiële vloeistof dat in de lymfevaten stroomt. Als
het lymfe in de terminale lymfen komt, heeft het dus ongeveer dezelfde
samenstelling als de interstitiële vloeistof.
De eiwitconcentratie in de interstitiële ruimte is ongeveer 2g/dl. In de lever is
deze concentratie echter hoger en heeft het lymfe dat wordt gevormd ook een
concentratie van 6 g/dl. Lymfe dat gevormd wordt in de ingewanden heeft een
concentratie van ongeveer 3-4 g/dl. Omdat ongeveer twee derde van al het
gevormde lymfe uit de lever en de ingewanden in borstbuis komt, is de
eiwitconcentratie hier 3 tot 5 g/dl.
Het lymfevatenstelsel is ook een van de grote routes voor absorptie van
nutriënten van het gastrointestinal tract (vooral voor de vetten in het voedsel).
Ook grote stoffen, zoals bacteriën kunnen door de endotheelcellen heen en zo in
de lymfevaten terecht komen. Als het lymfe door de lymfknopen passeert,
worden deze particels bijna geheel gezuiverd en verwijderd.
1. Hoe werkt het lymfevatenstelsel?
Het lymfevatenstelsel is een route die ervoor zorgt dat vloeistof van de
interstitiële ruimte naar het bloed kan stromen. Lymfevaten kunnen eiwitten en
grote moleculen meevoeren. Deze stoffen kunnen niet door absorptie of diffusie
in het bloed terecht komen. Als we deze functie niet zouden hebben zouden we
binnen 24 uur sterven.
Bijna alle weefsels in het lichaam hebben lymfevaten die overvloedige vloeistof
van de interstitiële ruimte laten wegstromen. Een uitzondering hierop zijn het
bovenste gedeelte van de huid, het centraal zenuwstelsel, het endomysium van
de spieren en de botten. Deze hebben kleine interstitiële kanalen die men
prelymfevaten noemt, waardoor de interstitiële vloeistof kan stromen. Deze
eindigen uiteindelijk in de ‘gewone’ lymfevaten.
Veel van de vloeistof die uit de arteriële einden van de capillairen stroomt,
stroomt tussen de cellen door en wordt dan geresorbeerd in de veneuze einde
van de bloedcapillairen. Gemiddeld stroom 1/10 van de vloeistof in de
lymfecapillairen. De totale hoeveelheid lymfevloeistof is ongeveer 2 tot 3 liter per
dag.
De vloeistof die naar de circulatie terugkeert via het lymfevatenstelsel is zeer
belangrijk, omdat deze stoffen bevat met een hoog moleculair gewicht (zoals
eiwitten). Deze stoffen kunnen niet op een andere manier worden geresorbeerd
in de weefsels, terwijl ze ongehinderd de lymfecapillairen binnen kunnen
stromen. Dit komt door de speciale structuur van lymfevaten. De endotheelcellen
van lymfecapillairen zitten door anchoring filaments aan het omliggende weefsel
vast. Bij de randen van bijeenleggende cellen overlapt het ene uiteinde het
andere. Hierdoor is het bovenliggende gedeelte in staat om naar binnen te
klappen, waardoor het een kleine klep vormt dat naar het interior van de
lymfecapillairen opent. De interstitiële vloeistof en stoffen hierin kunnen deze
klep open duwen en hierdoor meteen in de lymfecapillairen stromen. De vloeistof
kan niet meer terugstromen als het eenmaal in de cel zit, omdat de klep
terugstroming onmogelijk maakt.
Lymfe is een deel van de interstitiële vloeistof dat in de lymfevaten stroomt. Als
het lymfe in de terminale lymfen komt, heeft het dus ongeveer dezelfde
samenstelling als de interstitiële vloeistof.
De eiwitconcentratie in de interstitiële ruimte is ongeveer 2g/dl. In de lever is
deze concentratie echter hoger en heeft het lymfe dat wordt gevormd ook een
concentratie van 6 g/dl. Lymfe dat gevormd wordt in de ingewanden heeft een
concentratie van ongeveer 3-4 g/dl. Omdat ongeveer twee derde van al het
gevormde lymfe uit de lever en de ingewanden in borstbuis komt, is de
eiwitconcentratie hier 3 tot 5 g/dl.
Het lymfevatenstelsel is ook een van de grote routes voor absorptie van
nutriënten van het gastrointestinal tract (vooral voor de vetten in het voedsel).
Ook grote stoffen, zoals bacteriën kunnen door de endotheelcellen heen en zo in
de lymfevaten terecht komen. Als het lymfe door de lymfknopen passeert,
worden deze particels bijna geheel gezuiverd en verwijderd.