‘Kernbegrippen van economie’
Marieke Damkot
Deel 1 ‘Inleiding’
1. Tien economische principes
Wat is schaarste?: De beperkte beschikbaarheid van de natuurlijke
hulpbronnen van de maatschappij. De samenleving kan niet altijd alle goederen
en diensten produceren die mensen zouden willen hebben ( er is te weinig uit de
natuur te halen ). Het criterium van schaarste is de prijs.
Wat is economie?: De studie van de manier waarop de samenleving omgaat
met de schaarse middelen ( de wetenschap van de schaarste ). Op welke manier
nemen mensen beslissingen / gaan ze met elkaar om?
De economische wetenschap kent veel facetten, maar wordt het vakgebied bij
elkaar gehouden door een aantal centrale ideeën; ‘De tien economische
principes’.
Principe 1 ‘Mensen moeten keuzes maken ’
Aan keuzes maken zitten consequenties; om iets te krijgen wat we willen hebben,
moeten we meestal iets anders opgeven wat we graag willen hebben. Als we
beslissingen willen nemen, moeten we het ene doel tegen het andere afwegen.
Een andere keuze waar de samenleving mee te maken heeft is die tussen
efficiëntie en rechtvaardigheid.
Efficiënte: Wil zeggen dat de samenleving het maximale uit haar schaarse
middelen haalt.
Rechtvaardigheid: Betekent dat de voordelen van deze bronnen eerlijk worden
verdeeld onder de leden van die samenleving.
‘’Efficiëntie heeft te maken met de grootte van de economische taart,
rechtvaardigheid met de verdeling van de taart’’.
Principe 2 ‘ De kosten van iets worden bepaald door datgene wat we
willen opgeven om het te krijgen ’ ( principes moet je kennen )
Omdat mensen keuzen maken, moeten ze de kosten en opbrengsten van
alternatieven vergelijken. Vaak zijn de kosten van een bepaalde niet zo duidelijk
als op het eerste gezicht lijkt. Alles wat er opgegeven wordt om een product te
krijgen, noemen we de alternatieve kosten ( oppurtunity cost ) van een product
Alles wat opgeofferd moet worden om iets te verkrijgen.
Principe 3 ‘ Rationele mensen denken in de marge ’
Keuzes in het leven zijn zelden zwart-wit, ze zijn meestal grijs. Economen
gebruiken de term marginale veranderingen kleine stapsgewijze aanpassingen
aan een plan of handeling, randverschijnselen bij alles wat u doet. In veel
situaties nemen mensen de beste beslissingen door in de marge te denken.
Iemand die rationele beslissingen neemt, onderneemt alleen actie als het
marginale voordeel van de actie de marginale kosten overstijgt.
Principe 4 ‘ Mensen reageren op prikkels ’
Omdat mensen beslissingen nemen door kosten en opbrengsten te vergelijken,
kan hun gedrag veranderen als de kosten of opbrengsten veranderen. Anders
,gezegd; mensen reageren op prikkels. Het effect van de prijs op het gedrag van
kopers en verkopers in een markt is cruciaal om te begrijpen hoe de economie
werkt. Door prikkels ontstaan er directe en indirecte effecten, deze kunnen zowel
negatief als positief zijn.
Merrit goods: Positieve bemoeigoederen. Bijvoorbeeld subsidie op groene
stroom en zonnecollectoren.
Demeritt goods: Negatieve bemoeigoederen. Bijvoorbeeld accijnzen op
sigaretten en alcohol.
Principe 5 ‘ Handel kan in ieders belang zijn ’
Zowel landen als gezinnen profiteren van de mogelijkheid om met elkaar te
handelen. Door te handelen kunnen landen zich specialiseren in datgene waar ze
het beste in zijn en profiteren van een grotere verscheidenheid aan producten en
diensten.
Principe 6 ‘ Markten zijn vaak een goede manier om economische
activiteiten ’
Planeconomie: Staat verteld wat er gemaakt wordt.
Markteconomie: Een economie waarin de middelen worden verdeeld door de
gedecentraliseerde besluiten van een groot aantal bedrijven en huishoudens die
samenwerken in markten voor producten en diensten ( geheel van vraag en
aanbod waar een prijs ontstaat ).
Markt: Geheel van vraag en aanbod, waarbij een prijs ontstaat.
Principe 7 ‘ Overheden kunnen de resultaten van de markt soms
verbeteren ’
Markten werken alleen als is vastgesteld wie waar recht op heeft. We vertrouwen
er allemaal op regels en wetten van de overheid om onze rechten te laten gelden
op de zaken die we produceren, maar waarom hebben wij de overheid nodig?
Hoewel markten meestal een goede manier zijn om economische activiteiten te
organiseren, zijn er hele belangrijke uitzonderingen op deze regels. Er zijn twee
algemene redenen waarom een overheid zou in grijpen in de economie: om
efficiëntie en rechtvaardigheid te bereiken. De meeste
overheidsmaatregelen zijn er dan ook op gericht om de economische taart te
vergroten of om de verdeling aan te passen. Wanneer de markt zelf niet in staat
is de bronnen efficiënt te verdelen is er sprake van marktfalen Een situatie
waarin de markt zonder inmenging van buitenaf, er niet in slaagt om de
beschikbare middelen efficiënt te verdelen.
Mogelijke redenen van een slechte werking van de markt:
Extern effect: Het ongecompenseerde gevolg van de handelingen van
iemand ( invloed ) op het welzijn van een ander, bijvoorbeeld vervuiling.
Marktmacht: De mogelijkheid die een economische speler ( of kleine groep
spelers ) heeft om aanzienlijke invloed uit te oefenen op de marktprijzen
(onnodig ).
De overheid kan de marktresultaten soms beïnvloeden, dit wil niet zeggen dat de
overheid dit ook altijd doet. Een doel van de economie is proberen te beoordelen
wanneer het beleid van een overheid te rechtvaardigen is om de efficiëntie of
rechtvaardigheid te bereiken en wanneer niet.
Principe 8 ‘ De levensstandaard van een land hangt af van de mate
waarin het land producten en diensten kan produceren ’
De verschillen in de levensstandaard in de wereld zijn enorm. Deze verschillen
kunnen simpel verklaard worden: Bijna alle verschillen in de levensstandaard zijn
toe te schrijven aan verschillen in de productiviteit ( de hoeveelheid producten en
, diensten die iedere arbeider per uur kan leveren ) van verschillende landen.
Overheid speelt hierin een rol, bijvoorbeeld in onderwijs en wetgeving.
Principe 9 ‘De prijzen stijgen als de overheid teveel geld drukt ’
Inflatie: Een stijging van het totale prijsniveau in de economie. Minder waard
worden van geld doordat er teveel geld in omloop wordt gebracht.
In bijna alle gevallen van sterke of langdurige inflatie is er altijd een
hoofdoorzaak: een toename van de hoeveelheid geld.
Principe 10 ‘ De samenleving staat voor een kort termijn afweging tussen
inflatie en werkloosheid ‘
Wanneer de overheid de hoeveelheid geld in de economie vergroot, heeft dat
onder andere inflatie tot gevolg. Een ander gevolg, in ieder geval op de korte
termijn, is een lager werkloosheidscijfer. De curve die deze korttermijnrelatie
tussen inflatie en werkloosheid laat zien wordt de Philips-curve genoemd
Curve is belangrijk om de ontwikkelingen in de economie te kunnen begrijpen,
vooral belangrijk om de conjunctuurcyclus te begrijpen Bewegingen in de
economische bedrijvigheid, zoals werkgelegenheid en productie.
Meer geld meer vraag meer producten verkopen hogere vraag naar
werknemers
- Principe 1 t/m 4 individuele beslissingen
- Principe 5 t/m 7 Samenwerken
- Principe 8 t/m 10 Werking gehele economie
2. Denken als een econoom
Economen gebruiken net als andere wetenschappers theorieën en observaties,
de enige drempel die hierbij zit, is dat er moeilijk experimenten uitgevoerd
kunnen worden. Economen werken met aannamen; aannamen kunnen de
complexe wereld vereenvoudigen waardoor het makkelijker te begrijpen is. De
kunst hierbij is te bepalen welke aannamen er moet worden gedaan, er zit
bijvoorbeeld een verschil tussen de korte- en langetermijneffecten.
Eerste model: Schema
van de economische
kringloop
In het schema van de
economische kringloop
wordt de economie zo
vereenvoudigd dat alleen
twee typen beslissers
worden opgenomen;
huishoudens en bedrijven.
Bedrijven produceren
producten en diensten
met behulp van ‘inputs’,
zoals werk, land en
kapitaal. Deze typen
inputs worden
productiefactoren
genoemd. Huishoudens