Professionele Vorming 3
HC2 Obesitas een multidisciplinaire benadering
-50% van de chronische ziektelast is vermijdbaar, vooral psychische
stoornissen(eenzaamheid), hart- en vaatziekten en kanker
-Obesitas is een medisch probleem maar de oplossing ligt buiten het
medische domein
Overgewicht: buitensporige opeenhoping van vet, disbalans tussen
energie-inname en energieverbruik
Determinanten: lichamelijke activiteit, voeding, leefstijl, psychische
en sociale factoren, fysieke omgeving(arbeids- en
woonomstandigheden), genetische factoren en gebruik van zorg
Verhoogd risico op gezondheidsproblemen(zie hieronder), en dus
een verkorte levensverwachting(~80 jaar)
Neemt toe in een omgeving die uitnodigt tot veel eten en weinig
bewegen omgeving creëren die uitnodigt tot gezondheid en
gezond gedrag
Gezondheidsgevolgen overgewicht:
Diabetes mellitus
Galstenen
Hyperlipidemie
Slaap-apnoe syndroom
Hypertensie
Coronaire hartziekten
Artrose knie/artritis
Migraine
Hyperuricemie en jicht
Kanker
Verminderde fertiliteit
Polycysteus ovariumsyndroom
Depressie/angststoornis
Maatschappelijk factoren ontstaan overgewicht:
Toegenomen welvaart
Vervanging lichamelijke arbeid door machines
Opkomst van auto’s, televisie en computers
Voedsel is handel
Etnisch-culturele diversiteit:
Hogere prevalentie overgewicht onder allochtonen zoals Turken,
Marokkanen, Surinamers en Antillianen
, Hogere prevalentie hypertensie bij negroïde Surinamers en
Somaliërs, dit uit zich sneller in hart- en vaatziekten
Diabetes komt vaak voor bij de hindoestaanse Surinamers
Kanker komt meer voor bij autochtone bevolking dan de allochtone
bevolking
Determinanten risicoprofiel(etnische verschillen):
Genetische verschillen
Leefstijl
Fysieke omgeving(arbeids- en woonomstandigheden)
Sociale omgeving
Psychosociale stress
Gebruik van zorg(toegankelijkheid en kwaliteit)
Preventieparadox: schijnbare tegenstelling dat preventieve maatregelen
op bevolkingsniveau een grote gezondheidswinst opleveren, maar relatief
weinig voor het individu
-De grootte van het effect van preventie is afhankelijk van de sterkte van
het causale verband tussen de determinanten en de ziekte en de aantallen
mensen die blootstaan aan de risicofactor
Blootstelling Ziek Niet
ziek
Blootgesteld/interventiegro A B
ep
Niet C D
blootgesteld/controlegroep
Relatief risico = a/(a+b) = ziekte onder blootgestelde
c/(c+d) ziekte onder niet-blootgestelde
Odds ratio = a / b = odds op blootstelling onder interventiegroep
c/d odds op blootstelling onder controlegroep
Relatief risico/risk ratio(RR): verhouding tussen voorkomen van ziekte
onder blootgestelde en niet-blootgestelde, meest gebruikt in
cohortonderzoek, geen invloed op groepsgrootte
RR tussen 0-1: kans op voorkomen van ziekte in interventiegroep <
in de controlegroep
RR >1: kans op voorkomen van ziekte in interventiegroep > in de
controlegroep
Odds ratio(OR): verhouding tussen twee oddsen, met name gebruikt in
patiënt-controleonderzoek, als prevalentie van aandoening laag is wordt
het ook wel geïnterpreteerd als een relatief risico, grootte controlegroep
zelf te bepalen
, OR tussen 0-1: kans op voorkomen van ziekte in interventiegroep <
in de controlegroep
OR>1: kans op voorkomen van ziekte in interventiegroep > in de
controlegroep
PAR(populatie-attributieve risico): etiologische fractie, bijdrage risicofactor
aan de incidentie/sterfte van een bepaalde ziekte in de bevolking oftewel
percentage van de huidige incidentie/sterfte dat is toe te schrijven aan het
niveau van blootstelling aan de risicofactor
PIF(potentiële-invloedfractie): procentuele verandering van de incidentie
indien een preventiemaatregel de blootstelling aan een risicofactor
vermindert
Standaarddeviatie: spreidingsmaat voor verdeling van de
gegevens/variabele, spreiding van de meetwaarden rondom het
gemiddelde in de steekproef
Des te groter SD, des te verder liggen de waarden uit elkaar
Grootte SD wordt niet bepaald door grootte van de steekproef, maar
door de van nature aanwezige variatie in de betreffende variabele
Standaardfout: schatten van de grenzen waarbinnen een bepaalde
statistische maat zich in werkelijkheid bevindt
Maat voor nauwkeurigheid van de schatting, des te groter de SF des
te onnauwkeuriger de schatting
Grootte SF wordt in sterke mate bepaald door de grootte van de
steekproef waarop de schatting is gebaseerd. Des te groter de
steekproef, des te kleiner is de standaardfout en des te
nauwkeuriger de schatting
SEM = SD/ √ n
Betrouwbaarheidsinterval: gebied van waarden waarbinnen de werkelijke
waarde in de populatie met een zekere graad van waarschijnlijkheid
ligt(95% = 95 van de 100 keer)
BI = GEM +/- 1,96 x SEM
Betekenis voor nauwkeurigheid van de in de studie gevonden
waarden. Breed interval geeft een onnauwkeurige schatting, smal
interval geeft een nauwkeurige schatting
Breedte interval afhankelijk van grootte standaardfout(afhankelijk
van grootte steekproef) en variabiliteit van de
data(standaarddeviatie). Des te groter de steekproef, des te smaller
is het betrouwbaarheidsinterval.
HC3 Overgewicht, obesitas en overvoeding: een medisch
probleem?
-Richtlijn Goede Voeding voor alle gezonde Nederlanders vanaf 1 jaar ter
voorkoming van het ontstaan van voedingsgerelateerde pathologie. Echter
,<2% van de Nederlandse bevolking
houdt zich aan deze richtlijn
-Minstens 200 gram groenten en fruit
per dag en 2 keer in de week vis wordt
aanbevolen
-Ongezonde voeding wordt over het
algemeen steeds goedkoper, terwijl
gezonde voeding duurder wordt
-Een vrouw heeft per dag gemiddeld
2000 kcal nodig, en een man gemiddeld
2500 kcal
Macronutriënten: leveren energie voor
lichaamsprocessen, onder andere koolhydraten, vetten, eiwitten, water en
alcohol
Micronutriënten: gevormd door vitaminen, mineralen en
spoorelementen
Sociale determinanten van gezondheid:
Sociaal economische status
Werk/werkeloosheid
Kindertijd
Sociale steun/sociale exclusie
Verslaving
Transport
Stress
Obesitas: chronische ziekte waarbij een overmatige vetstapeling in het
lichaam aanleiding geeft tot gezondheidsrisico’s, veroorzaakt door
verstoring energiebalans
Criteria diagnostiek:
o BMI > 30 kg/m2,
o Buikomvang mannen >102cm(27%), buikomvang vrouwen
>88cm(39%)
Obesitas is een even belangrijke risicofactor als roken
Maatschappelijke oorzaken: vetter eten, energie-dichte voeding,
lichamelijke inactiviteit, vervagende structuren(24-uurs economie),
suikerhoudende frisdranken
Medische oorzaken(verklaart niet meer dan 10 kg
gewichtstoename): langzaam werkende schildklier, stoppen met
roken, vrouwen in overgang, genetische syndromen(Down, Prader-
Willy), medicatie zoals psychofarmaca en prednison
-Een zeer snelle gewichtstoename vergroot de kans op een lichamelijke
oorzaak, verder onderzoek naar hormonale aandoeningen als
hypothyreoïdie(TSH) of ziekte van Cushing(cortisol en creatinine)
,Syndroom van Cushing: verzameling van klinische symptomen veroorzaakt
door een te hoog cortisolgehalte in het bloed
Oorzaken: medicatie(corticosteroïden), te hoge cortisolproductie
door de bijnieren(gezwel) of een ACTH-producerend gezwel van de
hypofyse(80%)
Enkele symptomen: menstruatiestoornis, acne, dikker
gezicht(vollemaansgezicht en rode wangen), ongewenste
gewichtstoename, vetafzetting romp met relatief dunne armen en
benen, overmatige beharing, pigmentaties en striae, osteoporose en
hypertensie
Morbide obesitas: BMI vanaf 40 kg/m2, of bij BMI van meer dan 35
kg/m2 indien er sprake is van comorbiditeit zoals gewricht-, hart- of
longklachten, diabetes of hypertensie, indicatie voor bariatrische chirurgie
Indicatie diagnostiek obesitas:
Personen die bekend zijn met verhoogd risico op hart- en
vaatziekten(roken, hypertensie, familieanamnese)
Patiënten met een hulpvraag over gewichtsbeersing
Patiënten met aan obesitas gerelateerde symptomen of
aandoeningen
o Gestoorde glucosetolerantie
o Diabetes Mellitus Type 2
o Slaapapneu
o Aandoeningen van bewegingsapparaat(artrose knie en heup)
o Fertiliteitsproblemen bij vrouwen
-Buikomvang is een cardiovasculaire risicofactor en een nuttige
effectmeting voor beweeg-interventie(afname buikomvang bij gelijke BMI;
meer spierweefsel, minder abdominaal vet)
Risicogroepen obesitas:
Laag sociaaleconomische status
Niet-westerse allochtonen
Chronisch zieken en gehandicapten
Mensen die stoppen met roken: vooral eerste weken tot maanden,
stabilisering na half jaar, vrouwen komen meer aan dan mannen
Zwangeren
Vrouwen in de menopauze
Overgang van levensfase(pensioen, huwelijk)
Epidemiologie overgewicht/obesitas:
Sterke stijging bij jong volwassenen, groep 50-65 jarigen en laag
opgeleide personen
48% van de Nederlanders van 19 jaar en ouder heeft overgewicht
13% van de Nederlanders heeft obesitas
Volwassenen 30-70 jaar overgewicht en/of obesitas
, o Mannen: 60% overgewicht(vooral bij 45-65 jaar) en 11,2 is
obees
o Vrouwen: 44% overgewicht(vooral bij 65+) en 12,4 is obees
o Mannen hebben dus meer overgewicht, en vrouwen meer
obesitas
Kinderen 4-15 jaar overgewicht en/of obesitas
o Jongens: 13,6% overgewicht en 2,6% is obees
o Meisjes: 16,8% overgewicht en 3,3% is obees
-Sinds 2007 bestaat er een CBO Richtlijn voor Obesitas voor medisch
professionals en vele specialistische partijen
-Sinds 2008 bestaat het PON(Partnerschap Overgewicht Nederland) met
als doel een samenwerking tussen alle gezondheidzorgwerkers die met
overgewicht/obesitas van doen hebben inclusief patiëntenvereniging
-BMI loopt enorm snel op bij obesitas, staat in relatie tot verhoogde
morbiditeit
Medische complicaties obesitas
Pulmonaire ziektes
Kanker: borst, uterus, cervix, darm, slokdarm, pancreas, nier en
prostaat
Coronaire hartziekten
Hypertensie
Type II diabetes
Non-alcoholische vetopstapeling lever
Gynaecologische abnormaliteiten: onvruchtbaarheid, polycysteus
ovarium syndroom
Osteoartritis
Jicht
Depressie en psychosociale problemen
Behandelingsindicatie
Volwassene met overgewicht:
o En een ernstig vergrote buikomvang die om begeleiding
vragen
o En een met overgewicht samenhangende comorbiditeit
o En een verhoogd cardiovasculair risico
Volwassenen met obesitas
Kinderen met obesitas graad 1 of 2(zonder verhoogde
glucosewaarde)
-Behandeling van obesitas bij kinderen gebeurt via verwijzing naar de
kinderarts, die doet nader onderzoek doet comorbiditeit en brengt dan
samen met de huisarts een advies uit voor adequate behandeling
Behandeling middels gecombineerde leefstijlinterventie: